NL2012437B1

Computer graphical user interface with genomic workflow.

Abstract

Methods and computer apparatuses are disclosed for processing genomic data in at least partially automated workflows of modules. A method comprises: specifying a source from which nucleic acid sequence(s) are to be obtained; selecting module(s) for processing data, including at least one module for processing the one or more nucleic acid sequences; presenting, in a graphical user interface, graphical components representing the source and the module(s) as nodes within a workspace; receiving, via the graphical user interface, inputs arranging the source and the module( s) as a workflow comprising a series of nodes, the series indicating, for each particular module, that output from one of the source or another particular module is to be input into the particular module; generating an output for the workflow based upon the nucleic acid sequence(s) by processing each module in an order indicated by the series.

NL2012437B1, drawing sheet 1
Sheet 1 of 15

Term

7.5 yearsto projected expiry

Projected expiry 14 March 2034, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority
  2. Filed
  3. Published
  4. Today
  5. Projected expiry

20 claims: 10 independent, 10 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Werkwijze, omvattende:het ontvangen van een eerste invoer die een bron specificeert van waaruit een of meer nucleïnezuursequenties dienen te worden verkregen;het ontvangen van een of meer tweede invoeren die een of meer modules voor het verwerken van data selecteren, omvattende ten minste een module voor het verwerken van de een of meer nucleïnezuursequenties;het in een grafische gebruikersinterface presenteren van grafische componenten die de bron en de een of meer modules als knooppunten binnen een werkruimte representeren;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van een of meer derde invoeren die de bron en de een of meer modules opstellen als een werkstroom omvattende een reeks knooppunten, waarbij de reeks voor elke bepaalde module van de geselecteerde modules aangeeft dat uitvoer van een van de bron of een andere bepaalde module dient te worden ingevoerd in de bepaalde module;het genereren van een uitvoer voor de werkstroom op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elke module van de een of meer modules in een volgorde aangeduid door de reeks;waarbij de werkwijze wordt uitgevoerd door een of meer rekeninrichtingen.
  2. 2
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij elke module van de een of meer modules uitvoer genereert die overeenkomt met een ontologie die datastructuren definieert die genomische data representeren, waarbij de datastructuren ten minste sequenties, proteïneobjecten, groeperingsobjecten, annotaties, en publicaties omvatten.
  3. 3
    Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, verder omvattende:het genereren van een dataknooppunt aan de hand van de uitvoer, waarbij het dataknooppunt items van genomische data omvat, waarbij het dataknooppunt is verbonden met een laatste module in de reeks;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van vierde invoer die een item van genomische data toevoegt aan, of verwijderd van het dataknooppunt;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van vijfde invoer die een bepaalde module selecteert voor het verwerken van het dataknooppunt;het toevoegen van de bepaalde module aan het einde van de reeks;het genereren van tweede uitvoer voor de werkstroom op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elke module in de reeks, omvattende de bepaalde module, in de volgorde die wordt aangeduid door de reeks.
  4. 4
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, waarbij de een of meer modules een veelheid van modules omvatten, waarbij het genereren van de uitvoer voor de werkstroom het gebruiken van uitvoer van de bron als invoer naar een eerste module, en het gebruiken van uitvoer van de eerste module als invoer naar een tweede module omvat.
  5. 5
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, waarbij de ten minste ene module is geconfigureerd voor het verwerken van de een of meer nucleïnezuursequenties door het communiceren met ten minste een van een externe webserver of een externe databaseserver.
  6. 6
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, verder omvattende:bewaren van werkstroomdata die de reeks beschrijven;doen delen van de werkstroomdata met meerdere gebruikers;vervolgens reconstrueren van de reeks in een tweede grafische gebruikersinterface op basis van de werkstroomdata;het via de tweede grafische gebruikersinterface ontvangen van vierde invoer, die de reeks wijzigt om een of meer aanvullende modules te omvatten;het genereren van tweede uitvoer op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elk module in de reeks, omvattende de een of meer aanvullende modules, in een volgorde aangeduid door de reeks.
  7. 7
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, waarbij de een of meer modules een eerste module omvatten die eerste uitvoer genereert op basis van de bron, en een tweede module die de eerste uitvoer samenvoegt met tweede uitvoer van een derde module die niet in de reeks is, waarbij de bron, eerste module, tweede module, en derde module alle knooppunten binnen de werkstroom zijn.
  8. 8
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, verder omvattende het presenteren van besturingen voor het selecteren van de een of meer modules, waarbij de besturingen ten minste omvatten:een eerste besturing voor het selecteren van een eerste module die zoekt naar publicaties in een online database op basis van genomische data, een tweede besturing voor het selecteren van een tweede module die een sequentiegroepering voor meerdere sequenties uitvoert, en een derde besturing voor het selecteren van een derde module die proteïnefamilies voor een nucleïnezuursequentie identificeert.
  9. 9
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, waarbij het ontvangen van de een of meer derde invoeren het presenteren van visuele terugkoppeling omvat terwijl een eerste knooppunt wordt geselecteerd dat aanduidt dat uitvoer van genomische data van het eerste knooppunt kan worden verbonden als invoer naar een tweede knooppunt.
  10. 10
    Werkwijze volgens een voorgaande conclusie, waarbij de een of meer modules ten minste twee modules omvatten, waarbij het verwerken van elke module van de een of meer modules in een volgorde die wordt aangeduid door de reeks het automatisch verwerken van elke module omvat, zonder menselijke tussenkomst tussen het beginnen van de verwerking van een eerste module in de reeks en het genereren van de uitvoer door het beëindigen van verwerking van een laatste module in de reeks.
  11. 11
    Een of meer met een computer leesbare media die instructies bewaren die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer rekeninrichtingen, veroorzaken:het ontvangen van eerste invoer die een bron specificeert van waaruit een of meer nucleïnezuursequenties dienen te worden verkregen;het ontvangen van een of meer tweede invoeren die een of meer modules voor het verwerken van data selecteren, omvattende ten minste een module voor het verwerken van de een of meer nucleïnezuursequenties;het in een grafische gebruikersinterface presenteren van grafische componenten die de bron en een of meer modules als knooppunten binnen een werkruimte representeren;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van een of meer derde invoeren die de bron en de een of meer modules opstellen als een werkstroom omvattende een reeks knooppunten, waarbij de reeks voor elke bepaalde module van de geselecteerde modules aanduidt dat uitvoer van een van de bron of een andere bepaalde module dient te worden ingevoerd in de bepaalde module;het genereren van een uitvoer voor de werkstroom op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elke module van de een of meer modules in een volgorde aangeduid door de reeks.
  12. 12
    Een of meer met een computer leesbare media volgens conclusie 11, waarbij elke module van de een of meer modules uitvoer genereert die overeenkomt met een ontologie die datastructuren definieert die genomische data representeren, waarbij de datastructuren ten minste sequenties, proteïne-objecten, groeperingsobjecten, annotaties en publicaties omvatten.
  13. 13
    Een of meer met een computer leesbare media volgens conclusie 11 of 12, waarbij de instructies, wanneer deze worden uitgevoerd door de een of meer rekeninrichtingen, verder veroorzaken:het genereren van een dataknooppunt aan de hand van de uitvoer, waarbij het dataknooppunt items van genomische data omvatten, waarbij het dataknooppunt is verbonden met een laatste module in de reeks;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van vierde invoer die een item van genomische data toevoegt aan, of verwijderd van het dataknooppunt;het via de grafische gebruikersinterface ontvangen van vijfde invoer die een bepaalde module selecteert om het dataknooppunt te verwerken;het toevoegen van de bepaalde module aan het einde van de reeks;het genereren van tweede uitvoer voor de werkstroom op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elke module in de reeks, omvattende de bepaalde module, in de volgorde aangeduid door de reeks.
  14. 14
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 13, waarbij de een of meer modules een veelheid van modules omvatten, waarbij het genereren van de uitvoer voor de werkstroom het gebruiken van uitvoer van de bron als invoer naar een eerste module, en het gebruiken van uitvoer van de eerste module als invoer naar een tweede module omvat.
  15. 15
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 14, waarbij de ten minste ene module is geconfigureerd voor het verwerken van de een of meer nucleïnezuursequenties door het communiceren met ten minste een van een externe webserver of een externe databaseserver.
  16. 16
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 15, waarbij de instructies, wanneer deze worden uitgevoerd door de een of meer rekeninrichtingen, verder veroorzaken:bewaren van werkstroomdata die de reeks beschrijven;doen delen van de werkstroomdata met meerdere gebruikers;vervolgens reconstrueren van de reeks in een tweede grafische gebruikersinterface op basis van de werkstroomdata;het ontvangen van vierde invoer, via de tweede grafische gebruikersinterface, die de reeks wijzigt om een of meer aanvullende modules te omvatten;het genereren van tweede uitvoer op basis van de een of meer nucleïnezuursequenties door het verwerken van elk module in de reeks, omvattende de een of meer aanvullende modules, in een volgorde aangeduid door de reeks.
  17. 17
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 16, waarbij de een of meer modules een eerste module omvatten die eerste uitvoer genereert op basis van de bron, en een tweede module die de eerste uitvoer samenvoegt met tweede uitvoer van een derde module die niet in de reeks is, waarbij de bron, eerste module, tweede module en derde module alle knooppunten binnen een werkstroom zijn.
  18. 18
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 17, verder omvattende het presenteren van besturingen voor het selecteren van de een of meer modules, waarbij de besturingen ten minste omvatten:een eerste besturing voor het selecteren van een eerste module die zoekt naar publicaties in een online database op basis van genomische data, een tweede besturing voor het selecteren van een tweede module die een sequentiegroepering voor meerdere sequenties uitvoert, en een derde besturing voor het selecteren van een derde module die proteïnefamilies voor een nucleïnezuursequentie identificeert.
  19. 19
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 18, waarbij het ontvangen van de een of meer derde invoeren het presenteren van visuele terugkoppeling omvat terwijl een eerste knooppunt wordt geselecteerd dat aanduidt dat uitvoer van genomische data van het eerste knooppunt kan worden verbonden als invoer naar een tweede knooppunt.
  20. 20
    Een of meer met een computer leesbare media volgens een of meer van de conclusies 11 tot en met 19, waarbij de een of meer modules ten minste twee modules omvatten, waarbij het verwerken van elke module van de een of meer modules in een volgorde die wordt aangeduid door de reeks het automatisch verwerken van elke module omvat, zonder menselijke tussenkomst tussen het beginnen van de verwerking van een eerste module in de reeks en het genereren van de uitvoer door het beëindigen van verwerking van een laatste module in de reeks.
Independent claims20