Nova Patents
NL2018601B1

Untitled record

Abstract

The invention relates to a holder for use in distribution of a liquid substance, device and stable provided with holder as well as a method for distribution of liquid substance. The container comprises: a feed container structure provided with at least one opening for introducing and / or exporting liquid feed; and a flow channel extending at an angle with a horizontal plane in the structure, the flow channel being adapted to hold and / or feed liquid feed; a connection for connecting to a pressure generating device, such as a pressure pump or pressure line, the connection being operatively connected to the flow channel in order to pressurize it, in use of the feed container, such that liquid feed in the flow channel is under pressure is tenable and / or transferable.

NL2018601B1, drawing sheet 1
Sheet 1 of 6

Term

10.5 yearsto projected expiry

Projected expiry 29 March 2037, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority and filed
  2. Published
  3. Today
  4. Projected expiry

16 claims: 13 independent, 3 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Veevoerhouder voor gebruik in inrichting voor het distribueren van vloeibaar veevoer, omvattende:een veevoerhouder-slructuur voorzien van ten minste één opening voor het in- en/of uitvoeren van vloeibaar veevoer;en een stromingskanaal dat zich onder een hoek met een horizontaal vlak in de structuur uitstrekt, waarbij het stromingskanaal is ingericht voor het houden en/of doorvoeren van vloeibaar veevoer;een aansluiting voor het verbinden met een druk-genererende inrichting, zoals een drukpomp of drukleiding, waarbij de aansluiting werkzaam is verbonden met het stromingskanaal teneinde dit, in gebruik van de veevoerhouder, onder druk te brengen, zodanig dat vloeibaar veevoer in het stromingskanaal onder druk houdbaar en/of door voerbaar is.
  2. 2
    Veevoerhouder volgens conclusie 1, waarbij de houder is voorzien van een verwarmingsinrichting.
  3. 3
    Veevoerhouder volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de houder is voorzien van één of meer sensoren voor het meten van één of meer van het vloeistofniveau in de houder, de samenstelling van de vloeistof, de temperatuur van de vloeistof, de druk in de houder en/of de stromingssnelheid van de vloeistof door de houder.
  4. 4
    Veevoerhouder volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de structuur een in een spiraalvorm gewonden buis of slang is, waarbij de spiraalvorm zich rond een centrale as uitstrekt.
  5. 5
    Veevoerhouder volgens één der conclusies 1-3, waarbij de structuur een blokvormige of cilindervormige solide structuur is, die is voorzien van een integraal gevormd stromingskanaal dat zich langs een spiraal vormig traject uitstrekt tussen de opening en een tweede opening in de structuur, waarbij een doorsnede van het stromingskanaal, gezien in een richting loodrecht op een stromingsrichting, een in hoofdzaak cirkelvormige vorm heeft.
  6. 6
    Inrichting voor het distribueren van een vloeibare substantie, zoals vloeibaar veevoer, omvattende:een eerste houder, omvattende een veevoerhouder volgens één der conclusies 1 -5;een tweede houder voor het houden van de vloeibare substantie;een leiding die een opening van de veevoerhouder verbindt met de tweede houder voor transport van de vloeibare substantie van de eerste houder naar de tweede houder, waarbij de leiding is voorzien van een aantal aftappunten;een pompsysteem voor het verpompen van de vloeibare substantie tussen de houders;en een werkzaam met de eerste houder verbonden pneumatisch systeem dat is ingericht om de gasdruk in de eerste houder aan te passen;een regelmechanisme voor het aansturen van het pompsysteem en/of het pneumatisch systeem, waarbij de inrichting een pomptoestand en een voedertoestand omvat, waarbij het pneumatisch systeem is ingericht om, als de inrichting in de voedertoestand is, en de druk in de eerste houder zodanig te regelen dat de druk in de leiding in hoofdzaak constant is.
  7. 7
    Inrichting volgens conclusie 6, waarbij de tweede houder een veevoerhouder volgens één der conclusies 1-5 is, waarbij het pompsysteem wordt gevormd door het pneumatisch systeem, en waarbij het regelmechanisme is ingericht om in een pomptoestand het pneumatisch systeem aan te sturen om de gasdruk in de eerste houder te vergroten ten opzichte van de gasdruk in de tweede houder, zodat vloeibare substantie van de eerste naar de tweede houder stroomt of omgekeerd.
  8. 8
    Inrichting volgens één der conclusies 6-7, waarbij de eerste houder is voorzien van een ontluchtingsklep en van een toevoerklep die is verbonden met een gastoevoer van het pneumatische systeem, waarbij het regelmechanisme is ingericht om de gasdruk in de eerste houder te regelen door de kleppen van de betreffende houder aan te sturen.
  9. 9
    Inrichting volgens één van der conclusies 6-8, verder omvattende een verwarmingsmiddel voor het verwarmen van de substantie in ten minste één van de houders, waarin het verwarmingsmiddel bij voorkeur ten minste één warmtebad omvat waarin ten minste één van de houders is geplaatst.
  10. 10
    Inrichting volgens één der conclusies 6, 8-9, verder omvattende:een tweede leiding, die de tweede houder met de eerste houder verbindt voor transport van de vloeibare substantie van de tweede houder naar de eerste houder, waarbij het pompsysteem in de tweede leiding is aangebracht;en een afsluiter die stroomafwaarts van de aftappunten is aangebracht in de leiding en die schakelbaar is tussen een afsluittoestand en een doorlaattoestand;waarbij het regelmechanisme is ingericht om de afsluiter in de pomptoestand van de inrichting in de doorlaattoestand te houden zodat vloeibare substantie door de eerste en tweede leiding transporteerbaar is, en waarbij het regelsysteem is ingericht om de afsluiter in de voedertoestand van de inrichting in de afsluittoestand te houden en de druk in de eerste houder zodanig te regelen dat de druk in de leiding constant is.
  11. 11
    Inrichting volgens conclusie 10, verder omvattende:een tweede afsluiter die stroomafwaarts van de aftappunten is aangebracht in de leiding en die schakelbaar is tussen een afsluittoestand en een doorlaattoestand;waarbij het regelmechanisme is ingericht om de afsluiters in de pomptoestand van de inrichting in de doorlaattoestand te houden zodat vloeibare substantie door de eerste en tweede leiding transporteerbaar is, en waarbij het regelsysteem is ingericht om de afsluiters in de voedertoestand van de inrichting in de afsluittoestand te houden en de druk in de eerste houder zodanig te regelen dat de druk in de leiding constant is.
  12. 12
    Inrichting volgens één der conclusies 6-11, waarbij het regelmechanisme is ingericht om een signaal te genereren dat aangeeft dat de totale hoeveelheid vloeibare substantie in de inrichting kleiner is dan een vooraf bepaalde minimale hoeveelheid op basis van de door één of meer door de sensoren gemeten niveaus.
  13. 13
    Inrichting volgens één der conclusies 6-12, verder omvattende een met één of meer van de houders verbonden watertoevoer, waarin het regelmechanisme is ingericht om water in de houders te voeren indien een signaal gegenereerd is dat de watertoevoer geopend moet worden.
  14. 14
    Stal voorzien van een inrichting volgens één der conclusies 6-13 en/of één van de houders volgens één der conclusies 1-5.
  15. 15
    Ombouwkit voor het ombouwen van een bestaande voederinrichting voor het distribueren van vloeibaar veevoer naar een inrichting volgens één der conclusies 6-13, omvattende:het voorzien van één of meer houders volgens één der conclusies 1-5 en/of een inrichting volgens één der conclusies 6-13;het plaatsen van ten minste één houder volgens één der conclusies 1-5;het aansluiten van de bestaande leidingen op de ten minste één houder;het aansluiten van het pompmechanisme en/of de drukleidingen en het regelmechanisme;en het toevoegen van één of meer afsluiters.
  16. 16
    Werkwijze voor het voeren van distribueren van vloeibaar veevoer door een voedersysteem omvattende een aantal aftappunten in een stal, omvattende:5 - het verschaffen van een inrichting volgens één der conclusies 7-14;het afsluiten van de leiding;het op een constante, relatief lage druk brengen van de leiding;het met het pneumatisch systeem gedurende enige tijd op de lagere, constante druk houden van de leiding teneinde dieren te voederen, waarbij de afname van druk door 10 afname van veevoer door de aftappunten wordt gecompenseerd teneinde de druk constant te houden;het met het regelsysteem openen van de afsluiter en het met het pneumatisch systeem verhogen van de druk teneinde het vloeibaar veevoer van de eerste naar de tweede houder te pompen;en 15 - het van de tweede houder naar de eerste houder pompen van het vloeibaar veevoer teneinde de eerste houder te vullen. B 2/6 CM ^pmnr 5/6
Independent claims16