NL2016376A

Devices, Methods, and Graphical User Interfaces for Interacting with a Control Object While Dragging Another Object.

Abstract

An electronic device displays a user interface of a first software application that includes one or more draggable objects and one or more control objects; and, detects a contact on a touch-sensitive surface at a first location while a focus selector is displayed over a first draggable object and a movement of the contact across the touch-sensitive surface to a second location that corresponds to a first control object. In accordance with a determination that the contact at the first location satisfies object selection criteria, the device moves the first draggable object to the first control object in accordance with the movement of the contact across the touch-sensitive surface to the first control object. In accordance with a determination that the contact at the second location satisfies first intensity criteria, the device performs a first predetermined operation that corresponds to activation of the first control object.

NL2016376A, drawing sheet 1
Sheet 1 of 75

Term

9.5 yearsto projected expiry

Projected expiry 7 March 2036, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority
  2. Filed
  3. Published
  4. Today
  5. Projected expiry

145 claims: 103 independent, 42 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Werkwijze, omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig oppervlak en een beeldscherm, waarbij de elektronische inrichting één of meer sensoren omvat voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing die een of meer versleepbare objecten omvat en één of meer stuurobjecten onderscheiden van de een of meer versleepbare objecten;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste versleepbaar object van de een of meer op het beeldscherm vertoonde versleepbare objecten;na het detecteren van de aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op de eerste lokatie, detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een tweede locatie die overeenstemt met een eerste stuurobject van de een of meer op het beeldscherm vertoonde stuurobjecten;en, in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking vanaf de eerste lokatie naar de tweede locatie, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria: bewegen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject in overeenstemming met de 105 beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar het eerste stuurobject;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan eerste intensiteitcriteria, uitvoeren van een eerste vooraf bepaalde handelingen die overeenstemt met de activering van het eerste stuurobject.
  2. 2
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de objectselectiecriteria tweede intensiteitcriteria omvatten.
  3. 3
    Werkwijze volgens conclusie 2, omvattende:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie niet voldoet aan de object select ie criteria: naar het eerste stuurobject bewegen van de aandachtselector in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar het eerste stuurobject zonder het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject te bewegen;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan de tweede intensiteitcriteria, uitvoeren van de eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met activering van het eerste stuurobject zonder het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject te bewegen.
  4. 4
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 3, waarbi j:de gebruikersinterface meerdere onderscheiden gedeelten omvat;een eerste gedeelte van de meerdere onderscheiden gebieden het eerste stuurobject omvat;en het uitvoeren van de eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met de activering van het eerste 106 stuurobject het wijzigen omvat van een tweede gedeelte, onderscheiden van het eerste gedeelte, uit de meerdere onderscheiden gedeelten.
  5. 5
    Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij:de eerste programmatoepassing een kalendertoepassing is;de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing meerdere-tijdspanne gebruikersinterfaceelementen in het eerste gedeelte omvat;de een of meer draagbare objecten een of meer kalenderinvoerobjecten zijn;een betreffend tijdspanne-gebruikersinterface element uit de meerdere tijdspanne-gebruikersinterface elementen overeenstemt met een vooraf bepaalde tijdeenheid;het tweede gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, voorafgaand aan de vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, een kalenderweergave omvat die overeenstemt met een eerste tijdeenheid;en het wijzigen van het tweede gedeelte het vervangen omvat van de kalendereergave die overeenstemt met een eerste tijdeenheid door een kalenderweergave die overeenstemt met een tweede tijdeenheid die onderscheiden is van de eerste tijdeenheid.
  6. 6
    Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij:de eerste programmatoepassing een navigatietoepassing voor het bestandsysteem is;de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing meerdere bestandweergave stuurobjecten in het eerste gedeelte omvat;de een of meer versleepbare objecten één of meer bestandsiconen en/of mapiconen zijn;107 een betreffend bestandweergavestuurobject van de meerdere bestandweergavestuurobjecten overeenstemt met een onderscheiden bestandweergavetype;het tweede gedeelte van de gebruikersinterface, voorafgaand aan de vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, een bestandweergave omvat van een eerste bestandweergavetype;en het wijzigen van het tweede gedeelte het vervangen omvat van de bestandweergave van het eerste bestandweergavetype door een bestandweergave van een tweede bestandweergavetype dat onderscheiden is van de bestandweergave van het eerste bestandweergavetype.
  7. 7
    Werkwijze volgens een van de conclusies 4 tot en met 6, omvattend:het, opvolgend aan het bewegen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurojbect en het wijzigen van het tweede gedeelte: detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een derde locatie die overeenstemt met het gewijzigde tweede gedeelte op het beeldscherm;bewegen van het eerste versleepbare object naar een locatie, in het gewijzigde tweede gedeelte, die overeenstemt met de derde locatie op het aanraakgevoelige oppervlak in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar de derde locatie;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de derde locatie niet voldoet aan de objectselectiecriteria, plaatsen van het eerste versleepbare object 108 op de locatie, in het gewijzigde tweede gedeelte, die overeenstemt met de derde locatie op het aanraakgevoelige oppervlak.
  8. 8
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 7, omvattende:het, in reactie op het bewegen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste programmatoepassing is ingericht om de eerste vooraf gedefinieerde handeling uit te voeren in reactie op het detecteren van een aanraking op de tweede lokatie die voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, visueel onderscheiden van het eerste stuurobject voorafgaand aan het vaststellen dat de aanraking voldoet aan de eerste intensiteitcriteria .
  9. 9
    Werkwijze volgens conclusie 8, omvattende:het detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een vierde locatie die overeenstemt met een tweede stuurobject van de één of meer stuurobjecten;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste programmatoepassing niet is ingericht om een vooraf bepaalde handeling uit te voeren in reactie op het detecteren van een aanraking op de vierde locatie die voldoet aan de eerste intensiteit criteria, afzien van het visueel onderscheiden van het tweede stuurobject.
  10. 10
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 9, omvattende:het gelijktijdig vertonen van de gehele gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing met een 109 gedeelte van een gebruikersinterface van een tweede programmatoepassing aangrenzend aan de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing;in overeenstemming met de vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan de objectselectiecriteria: detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een vijfde locatie die overeenstemt met het vertoonde gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing op het beeldscherm;bewegen van het eerste versleepbare object naar het vertoonde gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar de vijfde locatie;en, in reactie op een vaststelling dat de aanraking op de vijfde locatie voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, vervangen van een gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing en het gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing door een gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing en een gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing aangrenzend aan de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing.
  11. 11
    Werkwijze volgens conclusie 10, omvattende:het, in reactie op een vaststelling dat de aanraking op de vijfde locatie niet voldoet aan de eerste intensiteit criteria: vaststellen van een tijdspanne gedurende welke de aanraking op de vijfde locatie blijft;en 110 in reactie op een vaststelling dat de tijdspanne voldoet aan op tijd gebaseerde activeringscriteria, vervangen van de gelijktijdige vertoning van het geheel van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing en het gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing door de gelijktijdige vertoning van een geheel van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing en het gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing aangrenzend aan de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing.
  12. 12
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's zijn opgeslagen in het geheugen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing die één of meer versleepbare objecten omvat en één of meer stuurobjecten onderscheiden van de één of meer versleepbare objecten;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface op de eerste programmatoepassing: detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste verspeelbaar 111 object van de een of meer versleepbare op het beeldscherm vertoonde objecten;na het detecteren van de aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm op de eerste lokatie, detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een tweede locatie die overeenstemt met een eerste stuurobject van de één of meer op het beeldscherm vertoonde stuurobjecten;en, in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking vanaf de eerste lokatie naar de tweede locatie, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria;het eerste versleepbare object verplaatsen naar het eerste stuurobject in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelig oppervlak naar het eerste stuurobject;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan de eerste intensiteit criteria, uitvoeren van een eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met de activering van het eerste stuurobject.
  13. 13
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting:op het beeldscherm een gebruikersinterface vertoont van een eerste programmatoepassing die een of meer 112 versleepbare objecten omvat en één of meer stuurobjecten onderscheiden van de één of meer versleepbare objecten;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing;een aanraking detecteert op het aanraakgevoelige oppervlak op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste versleepbaar object van de één of meer op het beeldscherm getoonde versleepbare objecten;na het detecteren van de aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op de eerste lokatie, een beweging detecteert van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een tweede lokatie die overeenstemt naar een eerste stuurobject van de één of meer op het beeldscherm getoonde stuurobjecten;en, in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking vanaf de eerste lokatie naar de tweede lokatie, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria: het eerste versleepbare object verplaatst naar het eerste stuurobject in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar het eerste stuurobject;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede lokatie voldoet aan eerste intensiteitcriteria, een eerste vooraf gedefinieerde handeling uitvoert die overeenstemt met activering van het eerste stuurobject.
  14. 14
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;113 een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing die een of meer versleepbare objecten omvat en een of meer stuurobjecten onderscheiden van de een of meer versleepbare objecten;en, middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, omvattende : middelen voor het detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste versleepbaar object van de één of meer versleepbare op het beeldscherm vertoonde objecten;middelen voor het detecteren van een beweging over het aanraakgevoelige oppervlak naar een tweede locatie die overeenstemt met een eerste stuurobject van de één of meer op het beeldscherm getoonde stuurobjecten, na het detecteren van de aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op de eerste locatie;middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking vanaf de eerste locatie naar de tweede locatie, omvattende: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria, voor het verplaatsen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar het eerste stuurobject;en 114 middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste locatie voldoet aan objectselectiecriteria, voor het uitvoeren van een eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met activering van het eerste stuurobject, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan eerste intensiteitcriteria.
  15. 15
    Informatieverwerkingsapparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en één of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omvattende:middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing die een of meer versleepbare objecten omvat en één of meer stuurobjecten gescheiden van de een of meer versleepbare objecten;en middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, omvattende : middelen voor het detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste versleepbaar object van de één of meer op het beeldscherm vertoonde versleepbare objecten;middelen voor het detecteren van een beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar een tweede lokatie die overeenstemt met een eerste stuurobject van de één of meer op het beeldscherm vertoonde stuurobjecten, na het detecteren van de aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak op de eerste locatie;en 115 middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking vanaf de eerste lokatie naar de tweede lokatie, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria, voor het verplaatsen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject in overeenstemming met de beweging van de aanraking over het aanraakgevoelige oppervlak naar het eerste stuurobject;en middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria, voor het uitvoeren van een eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met activering van het eerste stuurobject, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede lokatie voldoet aan eerste intensiteitcriteria.
  16. 16
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 1 tot en met 11. 116
  17. 17
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting een van de werkwijzen volgens conclusies 1 tot en met 11 uitvoert.
  18. 18
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak;en middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 1 tot en met 11.
  19. 19
    Intormatieverwerkingsapparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een beeldscherm, en aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omvattend:middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 1 tot en met 11.
  20. 20
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het vertonen van een gebruikersinterface;een aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid ingericht voor het detecteren van aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;117 een of meer sensoreenheden ingericht voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;en een verwerkingseenheid gekoppeld aan de beeldschermeenheid, de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid, en de een of meer sensoreenheden, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: activeren van een vertoning van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing die een of meer versleepbare objecten omvat en een of meer stuurobjecten onderscheiden van de een of meer versleepbare objecten;en, tijdens het activeren van de vertoning van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: detecteren van een aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid op een eerste lokatie terwijl een aandachtselector wordt vertoond over een eerste versleepbaar object van de een of meer op de beeldschermeenheid vertoonde versleepbare objecten;na het detecteren van de aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar een tweede locatie die overeenstemt met een eerste stuurobject van de een of meer op de beeldschermeenheid vertoonde stuurobjecten;en, in reactie op het detecteren van beweging van de aanraking van de eerste lokatie naar de tweede locatie, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan objectselectiecriteria: verplaatsen van het eerste versleepbare object in overeenstemming met de beweging van de 118 aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar het eerste stuurobject;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan eerste intensiteitcriteria, uitvoeren van een eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met activering van het eerste stuurobject.
  21. 21
    Elektronische inrichting volgens conclusie 20, waarbij de objectselectiecriteria tweede intensiteitcriteria omvatten.
  22. 22
    Elektronische inrichting volgens conclusie 21, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de eerste locatie niet voldoet aan de objectselectiecriteria: verplaatsen van de aandachtselector naar het eerste stuurobject zonder het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject te verplaatsen;en in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de tweede lokatie voldoet aan de tweede intensiteitcriteria, uitvoeren van de eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met de activering van het eerste stuurobject zonder het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject te verplaatsen.
  23. 23
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 20 tot en met 22, waarbij:de eerste gebruikersinterface meerdere onderscheiden gedeelten omvat;een eerste gedeelte van de meerdere onderscheiden gedeelten het eerste stuurobject omvat;en het uitvoeren van de eerste vooraf bepaalde handeling die overeenstemt met de activering van het eerste 119 stuurobject het wijzigen van een tweede gedeelte omvat, onderscheiden van het eerste gedeelte, van de meerdere onderscheiden gedeelten.
  24. 24
    Elektronische inrichting volgens conclusie 23, waarbij:de eerste programmatoepassing een kalendertoepassing is;de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing meerdere-tijdspanne gebruikersinterfaceelementen in het eerste gedeelte omvat;de een of meer versleepbare objecten een of meer kalenderinvoerobjecten zijn;een betreffend tijdspanne gebruikersinterface element van de meerdere-tijdspanne gebruikersinterface-elementen overeenstemt met een vooraf gedefinieerde tijdeenheid;het tweede gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, voorafgaand aan de vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldot aan de eerste intensiteitcriteria, een kalenderweergave omvat die overeenstemt met een eerste tijdeenheid;en het wijzigen van het tweede gedeelte het vervangen omvat van de kalenderweergave die overeenstemt met een eerste tijd eenheid door een kalenderweergave die overeenstemt met een tweede tijdeenheid die onderscheiden is van de eerste tijdeenheid.
  25. 25
    Elektronische eenheid volgens conclusie 23, waarbij:de eerste programmatoepassing een navigatietoepassing voor bestandsystemen is;de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing meerdere bestandsweergavestuurobjecten omvat in het eerste gedeelte;120 de een of meer versleepbare objecten een of meer bestandiconen en/of mapiconen zijn;een betreffend bestandweergavestuurobject van de meerdere bestandweergavestuurobjecten overeenstemt met een onderscheiden bestandweergavetype;het tweede gedeelte van de gebruikersinterface, voorafgaand aan de vaststelling dat de aanraking op de tweede locatie voldoet aan de eerste intensiteit criteria, een bestandweergave omvat van een eerste bestandweergavetype;en het wijzigen van het tweede gedeelte het vervangen omvat van de bestandweergave van het eerste bestandweergavetype door een bestandweergave van een tweede bestandweergavetype die onderscheiden is van de bestandweergave van het eerste bestandweergavetype.
  26. 26
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 23 tot en met 25, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:opvolgend aan het verplaatsen van het eerste versleepbare object naar het eerste stuurobject en het veranderen van het tweede gedeelte: detecteren van een beweging van de aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakteeenheid naar een derde locatie die overeenstemt met het veranderde tweede gedeelte op de beeldschermeenheid;verplaatsen van het eerste versleepbare object naar een locatie, in het veranderde tweede gedeelte, die overeenstemt met de derde locatie op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid in overeenstemming met de beweging van de aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar de derde locatie;en, 121 in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking op de derde locatie niet voldoet aan de objectselectiecriteria, het eerste versleepbare object plaatsen op de locatie, in het veranderde tweede gedeelte, die overeenstemt met de derde locatie op de aanraakgevoelige oppervlakte eenheid.
  27. 27
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 20 tot en met 26, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:in reactie op het verplaatsen van het eerste vergelijkbare object naar het eerste stuurobject: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste programmatoepassing is ingericht voor het uitvoeren van de eerste vooraf bepaalde handeling in reactie op het detecteren van een aanraking op de tweede locatie die voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, visuele onderscheiden van het eerste stuurobject voorafgaand aan het vaststellen dat de aanraking voldoet aan de eerste intensiteitcriteria.
  28. 28
    Elektronische inrichting volgens conclusie 27, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:detecteren van een beweging van de aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar een vierde lokatie die overeenstemt met een tweede stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste programmatoepassing niet is ingericht voor het uitvoeren van een vooraf bepaalde handeling in reactie op het detecteren van een aanraking op de vierde lokatie die voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, afzien van het visuele onderscheiden van het tweede stuurobject. 122
  29. 29
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 20 tot en met 28, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:gelijktijdig activeren van een vertoning van de gehele gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing door een gedeelte van een gebruikersinterface van een tweede programmatoepassing aangrenzend aan de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing;in overeenstemming met de vaststelling dat de aanraking op de eerste lokatie voldoet aan de objectselectiecriteria: detecteren van een beweging van de aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar een vijfde locatie die overeenstemt met het vertoonde gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing op de beeldschermeenheid;verplaatsen van het eerste versleepbare object naar het vertoonde gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing in overeenstemming met de beweging van de aanraking over de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid naar de vijfde locatie;en, in reactie op een vaststelling dat de aanraking op de vijfde locatie voldoet aan de eerste intensiteitcriteria, vervanging activeren van een gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing het gedeelte van de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing door een gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing een gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing aangrenzend aan de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing. 123
  30. 30
    Elektronische inrichting volgens conclusie 29, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:in reactie op een vaststelling dat de aanraking op de vijfde locatie niet voldoet aan de eerste intensiteitcriteria: vaststellen van een tijdspanne gedurende welke de aanraking op de vijfde locatie blijft;en in reactie op een vaststelling dat de tijdspanne aan op tijd gebaseerde activeringscriteria voldoet, activeren van vervanging van de gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing en het gedeelte van een gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing door de gelijktijdige vertoning van de gehele gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing en het gedeelte van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing naast de gebruikersinterface van de tweede programmatoepassing.
  31. 31
    Werkwijze, omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig oppervlak en een beeldscherm, waarbij de elektronische inrichting een of meer sensoren omvat voor het detecteren van de intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: detecteren van een eerste invoer die een op het aanraakgevoelig oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is 124 geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat een eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, uitvoeren van de eerste handeling zonder een tactiele uitvoer voort te brengen;en, in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, uitvoeren van de eerste handeling zonder een tactiele uitvoer voort te brengen;en, in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, afzien van de eerste handeling;en, detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de eerste handeling in samenhang met het voortbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en, 125 in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling.
  32. 32
    Werkwijze volgens conclusie 31, omvattende:het detecteren van een derde invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de derde invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de derde invoer verschillend is van de eerste invoer en de tweede invoer;en, in reactie op het detecteren van de derde invoer : in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de derde invoer, uitvoeren van de tweede handeling in samenhang met het voortbrengen van een tweede tactiele uitvoer die is geassocieerd met het tweede handeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele uitvoerinstelling actief is voor de derde invoer, afzien van voortbrenging van de tweede tactiele uitvoer.
  33. 33
    Werkwijze volgens conclusie 32, waarbij de tweede tactiele uitvoer een hoorbare component omvat die luider is dan een hoorbare component van de eerste tactiele uitvoer.
  34. 34
    Werkwijze volgens een van de conclusies 32 tot en met 33, waarbij de eerste tactiele uitvoer een eerste tactiele-uitvoerintensiteit heeft en de tweede tactiele uitvoer 126 een tweede tactiele-uitvoerintensiteit heeft die groter is dan de eerste tactiele-uitvoerintensiteit.
  35. 35
    Werkwijze volgens een van de conclusies 32 tot en met 34, omvattende, het, in reactie op het detecteren van de derde invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is, afzien van het herhalen van de tweede handeling.
  36. 36
    Werkwijze volgens een van de conclusies 32 tot en met 35, waarbij de aanraking in de tweede invoer en de aanraking in de derde invoer in een zelfde aanraking zijn die ononderbroken wordt gedetecteerd op het aanraakgevoelige oppervlak tussen de tweede invoer en de derde invoer.
  37. 37
    Werkwijze volgens een van de conclusies 32 tot en met 36, waarbij de aanraking in de tweede invoer voldoet aan de eerste intensiteitdrempelwaarde en de aanraking in de derde invoer voldoet aan tweede intensiteitdrempelwaarde die hoger is dan de eerste intensiteitdrempelwaarde.
  38. 38
    Werkwijze volgens een van de conclusies 31 tot en met 37, omvattende het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling zonder de eerste handeling uit te voeren.
  39. 39
    Werkwijze volgens een van de conclusies 31 tot en met 38, omvattende het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, afzien van voortbrenging van de eerste tactiele uitvoer .
  40. 40
    Werkwijze volgens een van conclusies 31 tot en met 39, omvattende het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de 127 eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, afzien van voortbrenging van een tweede tactiele uitvoer die is geassocieerd met de tweede handeling.
  41. 41
    Werkwijze volgens een van de conclusies 31 tot en met 40, waarbij de eerste tactiele uitvoer minder dan een vooraf bepaalde tijdspanne voortduurt.
  42. 42
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: detecteren van een eerste invoer die een op het aanraakgevoelig oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing die is geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: 128 in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, afzien van het uitvoeren van de eerste handeling;detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de eerste handeling in samenhang met het voortbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling.
  43. 43
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de programma's instructies omvatten die, wanneer deze worden uitgevoerd door de elektronische inrichting met een beeldscherm, een van aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting:op het beeldscherm een gebruikersinterface vertoont van een eerste programmatoepassing;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: 129 een eerste invoer detecteert die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, afziet van het uitvoeren van de eerste handeling;een tweede invoer detecteert die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing die is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, de eerste handeling uitvoert een samenhang met het voortbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, de tweede handeling uitvoert.
  44. 44
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;130 een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing;en middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, omvattend : middelen voor het detecteren van een eerste invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de eerste invoer, omvattende: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat een eerste tactieleuitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, voor het uitvoeren van de eerste handeling zonder een tactiele uitvoer voort te brengen;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactieleuitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, voor het afzien van het uitvoeren van de eerste handeling;middelen voor het detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing 131 dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de tweede invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactieleuitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, voor het uitvoeren van de eerste handeling in samenhang met het vóórtbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactieleuitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling.
  45. 45
    informatieverwerkingsapparaat voor gebruik in de elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omvattende:middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing;en middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing, omvattend : middelen voor het detecteren van een eerste invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing 132 dat is geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de eerste invoer, omvattende: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat een eerste tactieleuitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, voor het uitvoeren van de eerste handeling zonder een tactiele uitvoer voort te brengen;en middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactieleuitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, het afzien van het uitvoeren van de eerste handeling;middelen voor het detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de tweede invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, voor het uitvoeren van de eerste behandeling in samenhang met het voortbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling 133 actief is voor de tweede invoer, voor het uitvoeren van een tweede handeling.
  46. 46
    Elektronische inrichting, omvattende:een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 31 tot en met 41.
  47. 47
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting een van de werkwijze volgens conclusies 31 tot en met 41 uitvoert.
  48. 48
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak;en 134 middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 31 tot en met 41.
  49. 49
    Informatieverwerkingsapparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omcattende:Middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 31 tot en met 41.
  50. 50
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het vertonen van een gebruikersinterface;een aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid ingericht voor het detecteren van aanraking op de aanraakgevoelige- oppervlakte-eenheid;een of meer sensoreenheden ingericht voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid;en een verwerkingseenheid gekoppeld aan de beeldschermeenheid, de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid en de een of meer sensoreenheden, waarbij de een of meer sensoreenheden, de verwerkingseenheid zijn ingericht voor het: activeren van vertoning van een gebruikersinterface van een eerste programmatoepassing;en, tijdens het activeren van de vertoning van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing: detecteren van een eerste invoer die een op de aanraakgevoelige- oppervlakte-eenheid gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met een betreffend gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing die is 135 geassocieerd met een eerste handeling en een tweede handeling;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat een eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, uitvoeren van de eerste handeling zonder een tactiele uitvoer voort te brengen;en, in overeenstemming met een vaststelling dat een tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de eerste invoer, afzien van uitvoering van de eerste handeling;en, detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing dat is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de tweede invoer verschillend is van de eerste invoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de eerste handeling in samenhang met het voortbrengen van een eerste tactiele uitvoer die is geassocieerd met de eerste handeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling.
  51. 51
    Elektronische inrichting volgens conclusie 50, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:136 detecteren van een derde invoer die een op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de derde invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het betreffende gebied van de gebruikersinterface van de eerste programmatoepassing die is geassocieerd met de eerste handeling en de tweede handeling en de derde invoer verschillend is van de eerste invoer en de tweede invoer;en, in reactie op het detecteren van de derde invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede uitvoerinstelling actief is voor de derde invoer, uitvoeren van de tweede handeling in samenhang met het voortbrengen van een tweede tactiele uitvoer die is geassocieerd met de tweede handeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele uitvoerinstelling actief is voor de derde invoer, afzien van het voortbrengen van de tweede tactiele uitvoer.
  52. 52
    Elektronische inrichting volgens conclusie 51, waarbij de tweede tactiele uitvoer een hoorbare component omvat die luider is dan de hoorbare component van de eerste tactiele uitvoer.
  53. 53
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 51 tot en met 52, waarbij de eerste tactiele uitvoer een eerste tactiele uitvoerintensiteit heeft en de tweede tactiele uitvoer een tweede tactiele uitvoerintensiteit heeft die groter is dan de eerste tactiele uitvoerintensiteit.
  54. 54
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 51 tot en met 53, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het, in reactie op het detecteren 137 van de derde invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is, afzien van het herhalen van de tweede handeling.
  55. 55
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 51 tot en met 54, waarbij de aanraking in de tweede invoer en de aanraking in de derde invoer een zelfde aanraking zijn die ononderbroken wordt waargenomen in de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid tussen de tweede invoer en de derde invoer.
  56. 56
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 51 tot en met 55, waarbij de aanraking in de tweede invoer voldoet aan eerste intensiteit drempelwaarde en de aanraking in het derde invoer voldoet aan tweede intensiteit drempelwaarde die hoger is dan de eerste intensiteit drempelwaarde.
  57. 57
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 50 tot en met 56, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, uitvoeren van de tweede handeling zonder de eerste handeling uit te voeren.
  58. 58
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 50 tot en met 57, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoer-instelling actief is voor de tweede invoer, afzien van voortbrenging van de eerste tactiele uitvoer .
  59. 59
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 50 tot en met 58, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het, in reactie op het detecteren van de 138 tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de eerste tactiele-uitvoerinstelling actief is voor de tweede invoer, afzien van het voortbrengen van een tweede tactiele uitvoer die is geassocieerd aan de tweede handeling.
  60. 60
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 50 tot en met 59, waarbij de eerste tactiele uitvoer minder dan een vooraf bepaalde tijdspanne duurt.
  61. 61
    Werkwijze, omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig oppervlak en een beeldscherm, waarbij de elektronische inrichting een of meer sensoren omvat voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen het aanraakgevoelige oppervlak: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface die omvat: een eerste gebied van is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op invoer die voldoet aan eerste activeringcriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;en een tweede gebied dat onderscheiden is van het eerste gebied, waarbij het tweede gebied is ingericht om een derde vertoningshandeling te initiëren in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface : 139 detecteren van een eerste invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface ;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede actief is, uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling;detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type. 140
  62. 62
    Werkwijze volgens conclusie 61, waarbij de tactiele uitvoer van het tweede type is onderscheiden van de tactiele uitvoer van het eerste type.
  63. 63
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 62, omvattende:het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van de eerste vertoningshandeling, de tweede vertoningshandeling, en de derde vertoningshandeling.
  64. 64
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 63, omvattend:het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een vierde type die is onderscheiden van de tactiele uitvoer van de derde type tijdens het uitvoeren van de derde vertoningshandeling .
  65. 65
    Werkwijze volgens conclusie 64, omvattend:het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tactiele uitvoer van een vierde type dat onderscheiden is van de tactiele uitvoer van het derde type tijdens het uitvoeren van de derde vertoningshandeling.
  66. 66
    Werkwijze volgens conclusie 64, omvattend:het, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van het 141 derde type tijdens het uitvoeren van de derde vertoningshandeling.
  67. 67
    Werkwijze volgens conclusie 66, waarbij de gebruikersinterface een derde gebied omvat dat niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria:het detecteren van een derde invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het derde gebied van de gebruikersinterface;en in reactie op het detecteren van de derde invoer : in overeenstemming met een vaststelling dat de derde invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van het derde type;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de derde invoer voldoet aan de tweede activering's tweede, voortbrengen van een tactiele uitvoer van het tweede type.
  68. 68
    Werkwijze volgens een van de conclusies 64 tot en met 67, waarbij de tactiele uitvoer van het tweede type minder opvallendheid heeft dan de opvallendheid van de tactiele uitvoer van het eerste type.
  69. 69
    Werkwijze volgens een van de conclusies 64 tot en met 68, waarbij de tactiele uitvoer van het tweede type minder opvallend tijd heeft dan de opvallend tijd van de tactiele uitvoer van het eerste type en een grotere opvallend 142 tijd dan opvallend uit van de tactiele uitvoer van het tweede type.
  70. 70
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 69, waarbij de eerste activeringscriteria eerste intensiteitcriteria omvatten.
  71. 71
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 70, waarbij de tweede activeringscriteria tweede intensiteitcriteria omvatten onderscheiden van de eerste intensiteitcriteria.
  72. 72
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 71, omvattende:het, in reactie op het detecteren van de eerste invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer niet voldoet aan de eerste activeringscriteria en niet voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van het voortbrengen van enige tactiele uitvoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer niet voldoet aan de eerste activeringscriteria niet voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van het voortbrengen van enige tactiele uitvoer.
  73. 73
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 72, omvattend:het detecteren van een voorkomen van een vooraf gedefinieerde gebeurtenis die is geassocieerd met het tweede gebied terwijl het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;terwijl het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van de vierde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria: 143 detecteren van een vierde invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de derde invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, in reactie op het detecteren van de vierde invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de vierde invoer voldoet aan de derde activeringscriteria, uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de vierde invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, uitvoeren van de vierde vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van het eerste type test uitvoeren van de tweede vertoningshandeling.
  74. 74
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 73, waarbij het eerste gebied een gebied is dat een gebruikers-interfacebedienings omvat en het tweede gebied een gebied is dat geen gebruikersinterfacebediening omvat.
  75. 75
    Werkwijze volgens een van conclusies 61 tot en met 74, waarbij de gebruikersinterface een veelheid gebieden omvat die zijn ingericht voor het uitvoeren van vertoningshandeling in reactie op invoeren die voldoen aan de tweede activeringscriteria, en gebieden van de gebruikersinterface die buiten de veelheidgebieden liggen niet zijn ingericht voor het uitvoeren van vertoningshandeling en op invoeren die voldoen aan de tweede activeringcriteria.
  76. 76
    Werkwijze volgens een van de conclusies 61 tot en met 75, waarbij de gebruikersinterface wordt voortgebracht door een eerste toepassing die op de inrichting draait en de 144 vaststelling of de eerste tactiele uitvoer of de tweede tactiele uitvoer dient te worden verschaft wanneer aan de tweede verzameling activeringscriteria is voldaan wordt uitgevoerd door een tweede toepassing die op de inrichting draait die onderscheiden is van de eerste toepassing.
  77. 77
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface die omvat: een eerste gebied dat is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;en, een tweede gebied dat is onderscheiden van het eerste gebied, waarin het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van een derde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie 145 op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface : detecteren van een eerste gebruikersinvoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede verton ingshandeling;detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;een, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste 146 activeringscriteria, uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type.
  78. 78
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting :op het beeldscherm een gebruikersinterface vertoont die omvat: een eerste gebied dat is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;en, een tweede gebied dat is onderscheiden van het eerste gebied, waarin het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van een derde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en, tijdens het vertonen van de gebruikersinterface : 147 detecteren van een eerste gebruikersinvoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface;in reactie op het detecteren van de eerste invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede verton ingshande ling;detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;een, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede 148 activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type.
  79. 79
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface die omvat: een eerste gebied dat is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;en, een tweede gebied dat onderscheiden is van het eerste gebied, waarbij het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van een derde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface, omvattende: middelen voor het detecteren van een eerste gebruikersinvoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface;149 middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de eerste invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voor het uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voor het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling;middelen voor het detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de tweede invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voor het uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voor het voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type.
  80. 80
    Informatieverwerkingsapparaat voor gebruik in de elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het 150 detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omvattende:middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface die omvat: een eerste gebied dat is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;en, een tweede gebied dat onderscheiden is van het eerste gebied, waarbij het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van een derde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface, omvattende: middelen voor het detecteren van een eerste gebruikersinvoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface;middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de eerste invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voor het uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, 151 middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voor het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling;middelen voor het detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, middelen, geactiveerd in reactie op het detecteren van de tweede invoer, omvattend: middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voor het uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voor het voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type.
  81. 81
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en 152 een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 61 tot en met 76.
  82. 82
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, veroorzaken dat de inrichting een van de werkwijzen volgens conclusies 61 tot en met 76 uitvoert.
  83. 83
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak;en middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 61 tot en met 76.
  84. 84
    Informatieverwerkingsapparaat voor gebruik een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, omvattende:middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 61 tot en met 76.
  85. 85
    Elektronische inrichting, omvattende:153 een beeldschermeenheid ingericht voor het vertonen van een gebruikersinterface;een aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid ingericht voor het detecteren van een aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;een of meer sensoreneenheden ingericht voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;een of meer tactiele-uitvoereenheden;en een verwerkingseenheid die is gekoppeld met de beeldscherm en het, de aanraakgevoelig oppervlak de eenheid, een of meer sensoreneenheden, en de een of meer tactiele uitvoereenheden, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: activeren van een vertoning van de gebruikersinterface die omvat: een eerste gebied dat is ingericht voor het initiëren van een eerste vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan eerste activeringscriteria en het initiëren van een tweede vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria;een tweede gebied dat onderscheiden is van het eerste gebied, waarbij het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van een derde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de eerste activeringscriteria en het tweede gebied niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en tijdens het vertonen van de gebruikersinterface, omvattende: 154 detecteren van een eerste gebruikersinvoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het eerste gebied van de gebruikersinterface;in reactie op het detecteren van de eerste invoer, omvattend: in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, uitvoeren van de eerste vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, uitvoeren van de tweede vertoningshandeling en gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede vertoningshandeling;detecteren van een tweede invoer die een op het aanraakgevoelige oppervlak gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de tweede invoer onderscheiden is van de eerste invoer en de in de tweede invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voor het uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, 155 in overeenstemming met een vaststelling dat tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van een tweede type.
  86. 86
    Elektronische inrichting volgens conclusie 85, waarbij de tactiele uitvoer van het tweede type onderscheiden is van de tactiele uitvoer van het eerste type.
  87. 87
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 86, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van de eerste vertoningshandeling, de tweede vertoningshandeling en de derde vertoningshandeling.
  88. 88
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 85 tot en met 87, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van de eerste invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een derde type dat onderscheiden is van de tactiele uitvoer van het eerste type tijdens het uitvoeren van de eerste vertoningshandeling.
  89. 89
    Elektronische inrichting volgens conclusie 88, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van een vierde type 156 dat onderscheiden is van de tactiele uitvoer van het derde type tijdens het uitvoeren van de derde vertoningshandeling.
  90. 90
    Elektronische inrichting volgens conclusie 88, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met de vaststelling dat de tweede invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van het derde type tijdens het uitvoeren van de derde vertoningshandeling.
  91. 91
    Elektronische inrichting volgens conclusie 90, waarbij de gebruikersinterface een derde gebied omvat dat niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan een eerste activeringscriteria niet is ingericht voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan tweede activeringscriteria onderscheiden van de eerste activeringscriteria, en de verwerkingseenheid is ingericht voor het:detecteren van een derde invoer die een op de aanraakgevoelig oppervlak twee-eenheid gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de eerste invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het derde gebied van de gebruikersinterface;en, in reactie op het detecteren van de derde invoer : in overeenstemming met een vaststelling dat de derde invoer voldoet aan de eerste activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van het derde type;en, 157 in overeenstemming met een vaststelling dat de derde invoer voldoet aan de tweede activeringscriteria, voortbrengen van een tactiele uitvoer van het tweede type.
  92. 92
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 88 tot en met 91, waarbij de tactiele uitvoer van het tweede type minder opvallend het heeft dan de opvallend huid van de tactiele uitvoer van het eerste type.
  93. 93
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 88 tot en met 92, waarbij de tactiele uitvoer van het derde type minder opvallendheid heeft dan opvallendheid van de tactiele uitvoer van het eerste type en grotere opvallendheid dan opvallendheid van de tactiele uitvoer van het tweede type.
  94. 94
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 93, waarbij de eerste activeringscriteria eerste intensiteitcriteria omvatten.
  95. 95
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 94, waarbij de tweede activeringscriteria tweede intensiteitcriteria omvatten onderscheiden van de eerste intensiteitcriteria.
  96. 96
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 95, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van de eerste invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de eerste invoer niet voldoet aan de eerste activeringscriteria niet voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van het voortbrengen van enige tactiele uitvoer;en, in reactie op het detecteren van de tweede invoer, in overeenstemming met een vaststelling dat de tweede invoer niet voldoet aan de eerste activeringscriteria en niet 158 voldoet aan de tweede activeringscriteria, afzien van het voortbrengen van enige tactiele uitvoer.
  97. 97
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 85 tot en met 96, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:detecteren van een voorkomen van een voorgedefinieerde gebeurtenis die is geassocieerd met het tweede gebied terwijl het tweede gebied niet is geconfigureerd voor het initiëren van enige vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;in reactie op het detecteren van het voorkomen van de voorgedefinieerde gebeurtenis, inrichten van het tweede gebied voor het initiëren van een vierde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria;en, terwijl het tweede gebied is ingericht voor het initiëren van de vierde vertoningshandeling in reactie op een invoer die voldoet aan de tweede activeringscriteria: detecteren van een vierde invoer die een op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid gedetecteerde aanraking omvat, waarbij de in de derde invoer vervatte aanraking is geassocieerd met het tweede gebied van de gebruikersinterface;en, in reactie op het detecteren van de vierde invoer: in overeenstemming met een vaststelling dat de vierde invoer voldoet aan de derde activeringscriteria, uitvoeren van de derde vertoningshandeling;en, in overeenstemming met een vaststelling dat de vierde invoer voldoet aan de tweede 159 activeringscriteria, uitvoeren van de vierde vertoningshandeling een gelijktijdig voortbrengen van een tactiele uitvoer van het eerste type tijdens het uitvoeren van de tweede verton ingshande ling .
  98. 98
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 85 tot en met 97, waarbij het eerste gebied een gebied is dat een gebruikersinterfacebediening omvat en het tweede gebied een gebied is dat geen gebruikersinterfacebediening omvat.
  99. 99
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 98, waarbij de gebruikersinterface een veelheid gebieden omvat die zijn ingericht voor het uitvoeren van vertoningshandeling een in reactie op invoeren die voldoen aan de tweede activeringscriteria, en gebieden van de gebruikersinterface die buiten de veelheidgebieden liggen niet zijn ingericht voor het uitvoeren van vertoningshandelingen op invoeren die voldoen aan de tweede activeringscriteria.
  100. 100
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 85 tot en met 99, waarbij de gebruikersinterface wordt voortgebracht door een eerste toepassing die op de inrichting draait en de vaststelling of de eerste tactiele uitvoer of de tweede tactiele uitvoer dient te worden verschaft wanneer is voldaan aan de tweede verzameling activeringscriteria wordt uitgevoerd door een tweede toepassing die op de inrichting draait die onderscheiden is van de eerste toepassing.
  101. 101
    Werkwijze, omvattende:het, op een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, een of meer sensoren 160 die intensiteit een detecteren van aanrakingen op het aanraakgevoelig oppervlak, en een of meer tactieleuitvoergeneratoren, waarbij: de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;en de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteitdrempelwaarde;en de werkwijze omvat: het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface voor instellingen die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: de een of meer sensoren die intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak detecteren, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;tijdens het vertonen van de gebruikersinterface voor instellingen, detecteren van een invoer voor een eerste stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, 161 in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de tweede intensiteit drempelwaarde, en wijzigen van de tweede tactiele uitvoer.
  102. 102
    Werkwijze volgens conclusie 101, omvattende:het, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de eerste intensiteitdrempelwaarde .
  103. 103
    Werkwijze volgens een van de conclusies 101 tot en met 102, omvattende:het, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de eerste tactiele uitvoer.
  104. 104
    Werkwijze volgens een van de conclusies 101 tot en met 103, waarbij:in aanvulling op de eerste tactiele uitvoer en de tweede tactiele uitvoer, de inrichting is ingericht voor het verschaffen van andere tactiele uitvoeren in reactie op het detecteren van gebeurtenissen die zijn geassocieerd met beweging van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak;en de werkwijze, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, het veranderen van de andere tactiele uitvoeren omvat.
  105. 105
    Werkwijze volgens een van conclusies 101 tot en met 104, waarbij:de eerste intensiteitdrempelwaarde lager is dan de tweede intensiteitdrempelwaarde;de tweede activiteitcriteria een op tijd gebasserd criterium omvatten dat afhankelijk is van een 162 tijdstip waarop aan de eerste activiteitcriteria is voldaan;en de werkwijze, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, het wijzigen van het op tijd gebaseerde criterium omvat.
  106. 106
    Werkwijze volgens conclusie 105, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium een vertragingstijdspanne omvat die plaats vindt na het tijdstip waarop aan de eerste activeringscriteria was voldaan;en aan het op tijd gebaseerde criterium is voldaan nadat de vertragingstijdspanne is verstreken.
  107. 107
    Werkwijze volgens conclusie 106, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer de intensiteit van aanraking toeneemt met meer dan een vooraf gedefinieerde hoeveelheid nadat de vertragingsti jdspanne is verstreken.
  108. 108
    Werkwijze volgens conclusie om het zes, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waar er is voldaan wanneer de intensiteit van de aanraking toeneemt vanaf een intensiteit onder de tweede intensiteitdrempel-waarde naar een intensiteit boven de tweede intensiteit-drempelwaarde nadat de vertragingstijdspanne is verstreken.
  109. 109
    Werkwijze volgens een van conclusies 105 tot en met 108, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium een tijdspanne met verminderde gevoeligheid omvat die optreedt na het tijdstip waarop aan de eerste activeringscriteria is voldaan;en, tijdens de tijdspanne met verminderde gevoeligheid, de tweede intensiteitdrempelwaarde wordt verhoogd. 163
  110. 110
    Werkwijze volgens een van de conclusies 105 tot en met 109, waarbij:de inrichting is ingericht om te reageren op het voldoen aan de eerste activeringscriteria met een eerste type handeling;en de inrichting is ingericht om te reageren op het voldoen aan de tweede activeringscriteria met een tweede type handeling dat verschillend is van het eerste type handeling .
  111. 111
    Werkwijze volgens een van de conclusies 105 tot en met 110, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium er een of meer omvat van: het aanraakgevoelige oppervlak.
  112. 112
    Werkwijze volgens een van conclusies 105 tot en met 111, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium een intensiteitverspringing omvat voor een gebruiker die wordt bepaald op basis van meerdere afzonderlijke invoeren door de gebruiker op het aanraakgevoelige oppervlak.
  113. 113
    Werkwijze volgens conclusie 112, waarbij:de intensiteitverspringing voor de gebruiker wordt bepaald op basis van een of meer van: piekintensiteiten van een eerste vooraf bepaald aantal afzonderlijke klikinvoeren op het aanraakgevoelige oppervlak door de gebruiker, en 164 piekintensiteiten van een tweede vooraf bepaald aantal afzonderlijke sleepinvoeren op het aanraakgevoelige oppervlak door de gebruiker.
  114. 114
    Werkwijze volgens een van de conclusies 101 tot en met 113, waarbij het eerste stuurobject een afzonderlijk stuurobject is dat overeenstemt met een bepaalde instelling.
  115. 115
    Werkwijze volgens een van de conclusies 101 tot en met 113, waarbij het eerste stuurobject een ononderbroken stuurobject is dat overeenstemt met drie of meer instellingen.
  116. 116
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij: de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;en 165 de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteit drempelwaarde;en de een of meer programma's instructies omvatten voor het: op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface voor instellingen die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: de een of meer sensoren die intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak detecteren, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;tijdens het vertonen van de gebruikersinterface voor instellingen, detecteren van een invoer voor een eerste stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de tweede intensiteit drempelwaarde, en wijzigen van de tweede tactiele uitvoer.
  117. 117
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, uitgevoerd door een 16 6 elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, en een of meer tactiele-uitvoergeneratoren, waarbij de inrichting is ingericht voor het:verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;en verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteitdrempelwaarde;en de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door de elektronische inrichting, veroorzaken dat de inrichting: op het beeldscherm een gebruikersinterface voor instellingen vertoont die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: de een of meer sensoren die intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak detecteren, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;167 tijdens het vertonen van de gebruikersinterface voor instellingen, een invoer detecteert voor een eerste stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: de tweede intensiteitdrempelwaarde wijzigt, en de tweede tactiele uitvoer wijzigt.
  118. 118
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer tactiele-uitvoergeneratoren, waarbij : de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;en de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteitdrempelwaarde ;168 middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface voor instellingen die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: de een of meer sensoren die intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak detecteren, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface voor instellingen, voor het detecteren van een invoer voor een eerste stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, omvattende : middelen voor het wijzigen van de tweede intensiteit drempelwaarde, en middelen voor het wijzigen van de tweede tactiele uitvoer, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject.
  119. 119
    Intormatieverwerkingsapparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak en een of meer tactieleuitvoergeneratoren, waarbij:de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten 169 waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;en de inrichting is ingericht voor het verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op het aanraakgevoelige oppervlak toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteitdrempelwaarde;en de inrichting omvat: middelen voor het op het beeldscherm vertonen van een gebruikersinterface voor instellingen die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: de een of meer sensoren die intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak detecteren, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;middelen, geactiveerd tijdens het vertonen van de gebruikersinterface voor instellingen, voor het detecteren van een invoer voor een eerste stuurobject van de een of meer stuurobjecten;en, middelen, geactiveerd in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, omvattende : middelen voor het wijzigen van de tweede intensiteit drempelwaarde, en 170 middelen voor het wijzigen van de tweede tactiele uitvoer, in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject.
  120. 120
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;een of meer verwerkingseenheden;geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 101 tot en met 115.
  121. 121
    Door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak, en een of meer tactiele-uitvoergeneratoren, veroorzaken dat de inrichting een van de werkwijze volgens conclusies 101 tot en met 115 uitvoert.
  122. 122
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm;een aanraakgevoelig oppervlak;171 een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak ;een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 101 tot en met 115.
  123. 123
    Informatieverwerkingsapparaat voor gebruik in de elektronische inrichting met een beeldscherm, een aanraakgevoelig oppervlak, een of meer sensoren voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op het aanraakgevoelige oppervlak en een of meer tactiele-uitvoergeneratoren, omvattende:middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijzen volgens conclusies 101 tot en met 115.
  124. 124
    Elektronische inrichting omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het vertonen van een gebruikersinterface;een aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid ingericht voor het detecteren van een aanraking op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid;een of meer sensoreenheden ingericht voor het detecteren van intensiteiten van aanrakingen op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;een of meer tactiele-uitvoereenheden ingericht voor het: verschaffen van een eerste tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan eerste activeringscriteria is voldaan, waarbij de eerste activeringscriteria een criterium omvatten waren is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid toeneemt boven een eerste intensiteitdrempelwaarde;172 verschaffen van een tweede tactiele uitvoer in reactie op het detecteren dat aan tweede activeringscriteria is voldaan, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waren is voldaan wanneer een intensiteit van een aanraking op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid toeneemt boven een tweede intensiteitdrempelwaarde, onderscheiden van de eerste intensiteit drempelwaarde;en een verwerkingseenheid gekoppeld met de beeldschermeenheid, de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid, de een of meer verwerkingseenheden, en een of meer tactiele-uitvoereenheden, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: activeren van een vertoning op de beeldschermeenheid, van een gebruikersinterface voor instellingen die een of meer stuurobjecten omvat, waarbij de gebruikersinterface voor instellingen is ingericht voor het aanpassen van handelingen van de inrichting die gebruik maken van: door de een of meer sensoren detecteren van intensiteiten van aanrakingen op de aanraakgevoelige-oppervlakte-eenheid, en/of de een of meer tactiele-uitvoergeneratoren;tijdens het activeren van een vertoning van de gebruikersinterface voor instellingen, een invoer detecteren voor een eerste stuurobject uit de een of meer stuurobjecten;en in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de tweede intensiteitdrempelwaarde ;173 wijzigen van de tweede tactiele uitvoer .
  125. 125
    Elektronische inrichting volgens conclusie om het 24, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de eerste intensiteitdrempelwaarde .
  126. 126
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 124 tot en met 125, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject: wijzigen van de eerste tactiele uitvoer.
  127. 127
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 124 tot en met 126, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het:verschaffen van andere tactiele uitvoeren in reactie op het detecteren van gebeurtenissen die zijn geassocieerd met beweging van een aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid;en in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, wijzigen van de andere tactiele uitvoeren.
  128. 128
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 124 tot en met 127, waarbij:de eerste intensiteitdrempelwaarde lager is dan de tweede intensiteitdrempelwaarde;de tweede activeringscriteria een op tijd gebaseerd criterium omvatten dat afhankelijk is van een tijdstip waarop aan de eerste activiteitcriteria is voldaan;en 174 de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het: in overeenstemming met de gedetecteerde invoer voor het eerste stuurobject, wijzigen van het op tijd gebaseerde criterium.
  129. 129
    Elektronische inrichting volgens conclusie 12 8, waarbi j:het op tijd gebaseerde criterium een vertragingstijdspanne omvat die optreedt na het moment waarop aan de eerste activeringscriteria was voldaan;en aan het op tijd gebaseerde criterium is voldaan nadat de vertragingstijdspanne is verstreken.
  130. 130
    Elektronische inrichting volgens conclusie 129, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer de intensiteit van de aanraking toeneemt met meer dan een vooraf gedefinieerde hoeveelheid nadat de vertragingstijdspanne is verstreken.
  131. 131
    Elektronische inrichting volgens conclusie 129, waarbij de tweede activeringscriteria een criterium omvatten waaraan is voldaan wanneer de intensiteit van de aanraking toeneemt vanaf een intensiteit onder de tweede intensiteitdrempel-waarde naar een intensiteit boven de tweede intensiteit-drempelwaarde nadat de vertragingstijdspanne is verstreken.
  132. 132
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 128 tot en met 131, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium een tijdspanne met verminderde gevoeligheid omvat die optreedt na het tijdstip waarop aan de eerste activeringscriteria is voldaan;en, tijdens de tijdspanne met verminderde intensiteit, de tweede intensiteitdrempelwaarde wordt verhoogd. 175
  133. 133
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 128 tot en met 132, waarbij:de inrichting is ingericht om te reageren op het voldoen aan de eerste activeringscriteria met een eerste type handeling;en de inrichting is ingericht om te reageren op het voldoen aan de tweede activeringscriteria met een tweede type handeling die verschilt van het eerste type handeling.
  134. 134
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 128 tot en met 133, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium er een of meer omvat van: een eerste verspringing die met de tijd toeneemt;en een tweede verspringing die met de tijd verandert op basis van een intensiteit van een aanraking op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid.
  135. 135
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 128 tot en met 134, waarbij:het op tijd gebaseerde criterium een intensiteitverspringing voor een gebruiker omvat die is vastgesteld op basis van meerdere afzonderlijke invoeren op de aanraakgevoelig oppervlakte-eenheid door de gebruiker.
  136. 136
    Elektronische inrichting volgens conclusie 135, waarbij:de intensiteitverspringing voor de gebruiker wordt vastgesteld op basis van de een of meer van: piekintensiteiten van een eerste vooraf bepaald aantal afzonderlijke klikinvoeren op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid door de gebruiker, en 176 piekintensiteiten van een tweede vooraf bepaald aantal afzonderlijke sleepinvoeren op de aanraakgevoelige oppervlakte-eenheid door de gebruiker.
  137. 137
    Elektronische inrichting volgens een van de 5 conclusies 124 tot en met 136, waarbij het eerste stuurobject een afzonderlijk stuurobject is dat overeenstemt met een bepaalde instelling.
  138. 138
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 124 tot en met 136, waarbij het eerste stuurobject 10 een continu stuurobject is dat overeenstemt met drie of meer instellingen. Event Sorter 170-. Event Monitor Hit View Determination Module Active Event Recognizer Determination Module Event Dispatcher Module 171 172 173 174 Application 136-1 —x Figure 1B 200 208 I j 208 210 is SIM card slot 212 is headphone jack .^Contact Intensity λ K Sensor(s) 165 ' f Tactile Output ^Generator(s) 167j 203 erometer(s) External Port 124 Figure 2 I Figure 3 126 128 130 132 133 134 136 137 138
  139. 139
    139
  140. 140
    140
  141. 141
    141
  142. 142
    142
  143. 143
    143
  144. 144
    144 147 148 149 149-1 149-2 149-3 149-4 149-5 149-6 150 151 152 380 382 384 386 388 390 157 206 Portable Multifunction Device 100 208 Ί I 208 400 [Speaker 111 Proximity Optical Sensor 164 J I Sensor 166 Current Time 404 ^^0^406 402 Tuesday Photos 428 Messages 424 Calendar 426 Camera 430 Online Video 432 Stocks 434 Clock 440 App Store Maps 436 73® Weather 438 Settings 446 Workout Support 442 iTunes •414 Phone416 Mail418 408 Notes 444 ill Voice Memos 410 □□□ ® ® ® ® ® ® Utilities Browser420 iPod 422 Figure 4A 204· Figure 4B Intensity Figure 4C Intensity A P2 Time Figure 4D Figure 4E 5008-1 -5008-2 5012 -5008-3 5006-1 5006-2 00(3 DEVICES Remote Disc Backup.. SHARED PLACES Desktop ocuments Pictures Cool Stuff Macintosh HD Q. 5004-2 5004-1 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 - ITd - ITl -U- ITo ) Intensity of Contact 5010-A Figure 5A 5006-1 5006-2 5008-1 •5008-2 DEVICES Remote Disc Backup.. SHARED PLACES Desktop ocuments Pictures Cool Stuff 5004-2 5004-1 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 intensity of Contact 5010-A 5008-1 •5008-2 •5008-3 5006-1 5006-2 OO DEVICES Remote Disc Backup.. SHARED PLACES Desktop ocuments Pictures Cool Stuff Macintosh HD Q. 5004-2 5004-1 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 intensity of Contact 5010-A Figure 5D Display 450 Figure 5E Intensity of Contact 5010-A Display 450 Intensity of Contact 5010-A Figure 5J ITd ITl ITo y of ict A Figure 5L - - ITd I -B- ITo ) intensity of Contact 5010-A Figure 5M Figure 50 Display 450 - ITd - ITl -LH ITo ) Intensity of Contact 5010-A Figure 5P 5013 ΟΟ Macintosh HD 5052 DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B IS 5054 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 - - ITd ITl ITo Figure 5V Intensity of Contact 5010-A •5052 Display 450 Figure 5W 00(3 Macintosh HD ffl= DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B s 5004-5 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 - ITd - ITl - ITo Intensity of Contact 5010-A Figure 5X τ. ΟΟ Macintosh HD DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 5OO2-B [|·|] 5004-6 5013 s 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 Tactile Output Setting 5060 - ITd ITl ITo ! Intensity of Contact 5010-A Tactile Output Setting First Second Figure 5Y οο Macintosh HD Name Date Modified DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Applications Jan 2, 2015, 4:38 PM cookies.dat Developer j Library Sep 12, 2014, 12:21 PM Aug 11, 2014, 2:24 AM Aug 1, 2014,10:03 AM iS May 25, 2014, 1:15 PM C’*’’! Users Feb 11, 2014, 8:45 AM 002-B 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 Tactile Output Setting 5060 ITd ITl ITo Tactile Output Setting First Second Intensity of Contact 5010-A Figure 5Z ΤΧ Macintosh HD Name Date Modified DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B f ‘ [ Applications Jan 2, 2015, 4:38 PM cookies.dat Sep 12, 2014, 12:21 PM pZJ Developer Aug 11, 2014, 2:24 AM Library Aug 1, 2014, 10:03 AM S fife System May 25, 2014, 1:15 PM Feb 11,2014, 8:45 AM 5004-6 5013 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 Tactile Output Setting 5060 ------Figure 5AA ITd ITl ITo Tactile Output Setting First Second Intensity of Contact 5010-A ΟΟ€ Macintosh HD D —- . f #·» Q. _7 \ DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B Name gjg| Applications cookies.dat Developer @3 Library Date Modified Jan 2, 2015, 4:38 PM Sep 12, 2014, 12:21 PM Aug 11,2014, 2:24 AM Aug 1, 2014, 10:03 AM System May 25, 2014, 1:15 PM Feb 11,2014, 8:45 AM 5013 5004-6 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 Tactile Output Setting 5060 - ITd - ITl ITo Tactile Output Setting First Second Intensity of Contact 5010-A Figure 5BB Macintosh HD (Q DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B 'S 5004-6 5013 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 ITl 5066 Tactile Output Setting 5060 ITo - - ITo Intensity of Contact 5010-A Figure 5CC ~r O© Γ\ Macintosh HD DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff IS 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 5068 Tactile Output Setting 5060 ITo ITd ITl Intensity of Contact 5010-A Figure 5DD Region 5070 Region First Second Figure 5EE w OO© Macintosh HD [|«|] DEVICES Remote Disc Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff S 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 5066 5062 ITo Intensity of Contact 5010-A Region 5070 ITd ITl Figure 5FF 5008-K 5008-2 5022 ΟΟ0 DEVICES Remote Dist Macintosh HD 501 Q. Backup.. SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Cool Stuff 002-B IS 5054 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 !To ITo Region 5070 ITl Intensity of Contact 5010-A Figure 5GG 5008-1 5008-2 5022 Developer r-Li Applications cookies.dat DEVICES Remote Disj Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Users s Library System Notes 2011 Cool Stuff 002-B 5054 5002-A 5076 Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 ITo Region 5070 ITd ITl Intensity of Contact 5010-A Figure 5HH 5008-1 5008-2 5022 Developer DEVICES Remote Dis| Backup... SHARED PLACES Desktop Documents Pictures Cool Stuff Applications cookies.dat Library r - i tteWisB System Users a Notes 2011 Cool Stuff 002-B 5002-A Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 5068 Region 5070 ITo ITd ITl Intensity of Contact 5010-A Figure 5II 5008-4 Intensity of Contact 5010-A Figure 5JJ 5008-4 5022 5068 Region 5070 Intensity of Contact 5010-A ITd ITl ITo Figure 5KK Figure 5LL z s' Trackpad I g L 1 Scroll Zoom More Gestures □ El El □ Tap to click Tap wi’.h one finger Secondary click Press harder with onefinger Look up Tap v.'hh three fingers Three finger drag Move with three fingers Secondary (deep) click pressure (intensity) □ I'M Q Medium □ High Tracking speed 5088 i.Ï Trackpad battery level: ff*?» 79% Set Up Bluetooth Trackpad,,. V. Display 450 J - ITd - ITl -J- ITo ) Intensity of Contact 5010-A Figure 5MM Display 450 Touch-Sensitive Surface 451 - - ITd - - ITl -J- ITo ! Intensity of Contact 5010-A Figure 5NN Figure 500 A)ISU3)U| (β) QOJOJ Figure 5PP Intensity Intensity 5102 és»»» 5104 - K heavy dicker offset Figure 5QQ 600 602 Display, on the display, a user interface of a first software application that includes one or more draggable objects and one or more control objects distinct from the one or more draggable objects While displaying the user interface of the first software application: Figure 6A In accordance with a determination that the contact at the first location satisfies object selection criteria: ® 612 Move the first draggable object to the first control object in accordance with the movement of the contact across the touch-sensitive surface to the first control object I In response to moving the first draggable object to the first control object: I Γ-------------------------I I I | 614 In accordance with a determination that the first software | | I ι application is configured to perform the first predetermined | | I ι operation in response to detecting a contact at the second location | | I j that satisfies the first intensity criteria, visually distinguish the first | | I j control object prior to determining that the contact satisfies the first | | I j intensity criteria ι ι Ι ΞΞΞΞΞΞ£ΞΞΞΞΞΞΞΞΞΞΞΞΞ I 616 Detect a movement of the contact across the touch-sensitive surface I | to a fourth location that corresponds to a second control object of the one I | or more control objects I I 618 In accordance with a determination that the first software application I I is not configured to perform a predetermined operation in response to I I detecting a contact at the fourth location that satisfies the first intensity I I criteria, forego visually distinguishing the second control object I + 620 In accordance with a determination that the contact at the second location satisfies first intensity criteria, perform a first predetermined operation that corresponds to activation of the first control object ® Figure 6B In accordance with a determination that the contact at the first location satisfies object selection criteria: Θ 620 In accordance with a determination that the contact at the second location satisfies first intensity criteria, perform a first predetermined operation that corresponds to activation of the first control object _____________®_____________ I 622 The user interface includes multiple distinct portions, a first portion of | I the multiple distinct portions includes the first control object, and | I performing the first predetermined operation that corresponds to | I activation of the first control object includes changing a second portion, | I distinct from the first portion, of the multiple distinct portions | 624 The first software application is a calendar application, the user interface of the first software application includes multiple timeperiod user interface elements in the first portion, the one or more draggable objects are one or more calendar entry objects, a respective time-period user interface element of the multiple timeperiod user interface elements corresponds to a predefined unit of time, the second portion of the user interface of the first software application, prior to the determination that the contact at the second location satisfies the first intensity criteria, includes a calendar view that corresponds to a first unit of time, and changing the second portion includes replacing the calendar view that corresponds to a first unit of time with a calendar view that corresponds to a second unit of time that is distinct from the first unit of time 1 626 The first software application is a file system navigation 1 application, the user interface of the first software application 1 includes multiple file view control objects in the first portion, the one ' or more draggable objects are one or more of file icons and/or ' folder icons, a respective file view control object of the multiple file 1 view control objects corresponds to a distinct file view type, the second portion of the user interface, prior to the determination that the contact at the second location satisfies the first intensity criteria, 1 includes a file view of a first file view type, and changing the second 1 portion includes replacing the file view of the first file view type with a file view of a second file view type that is distinct from the file view 1 of the first file view type Figure 6C In accordance with a determination that the contact at the first location satisfies object selection criteria: ® 620 In accordance with a determination that the contact at the second location satisfies first intensity criteria, perform a first predetermined operation that corresponds to activation of the first control object ® Subsequent to moving the first draggable object to the first control object and changing the second portion: I 628 Detect a movement of the contact across the touch-sensitive | | I surface to a third location that corresponds to the changed second | | I portion on the display | | ! ' I------------------------- Ί I j 630 Move the first draggable object to a location, in the changed | 1 I J second portion, that corresponds to the third location on the touch- j 1 I - sensitive surface in accordance with the movement of the contact | 1 I j across the touch-sensitive surface to the third location | ' ! I ! I I-------------------------Ί I I 632 In accordance with a determination that the contact at the third | | location does not satisfy the object selection criteria, drop the first | | I draggable object at the location, in the changed second portion, | | J that corresponds to the third location on the touch-sensitive surface | | I____________________________ 1 634 The object selection criteria include second intensity criteria Figure 6D In accordance with a determination that the contact at the first location satisfies object selection criteria: ( _____________®______________ I 636 Concurrently display an entirety of the user interface of the first software I application with a portion of a user interface of a second software application I adjacent to the user interface of the first software application In accordance with the determination that the contact at the first location satisfies the object selection criteria: I 638 Detect a movement of the contact across the touch-sensitive surface I to a fifth location that corresponds to the displayed portion of the user I interface of the second software application on the display ______________I______________ I 640 Move the first draggable object to the displayed portion of the user I interface of the second software application in accordance with the I movement of the contact across the touch-sensitive surface to the fifth I location I 642 In response to a determination that the contact at the fifth location I satisfies the first intensity criteria, replace a concurrent display of the I entirety of the user interface of the first software application and the I portion of the user interface of the second software application with a I concurrent display of an entirety of the user interface of the second I software application and a portion of the user interface of the first I software application adjacent to the user interface of the second software I application r--------------------------I 644 In response to a determination that the contact at the fifth location I does not satisfy the first intensity criteria: I determine a time period during which the contact remains at the I fifth location, and I in response to a determination that the time period satisfies time| based activation criteria, replace the concurrent display of the entirety of I the user interface of the first software application and the portion of the I user interface of the second software application with the concurrent I display of an entirety of the user interface of the second software I application and the portion of the user interface of the first software I application adjacent to the user interface of the second software I application Figure 6E 700 702 Display, on the display, a user interface of a first software application + While displaying the user interface of the first software application: ® 704 Detect a first input that includes a contact detected on the touch-sensitive surface. The contact included in the first input is associated with a respective region of the user interface of the first software application that is associated with a first operation and a second operation. v 710 Detect a second input that includes a contact detected on the touchsensitive surface. The contact included in the second input is associated with the respective region of the user interface of the first software application that is associated with the first operation and the second operation and the second input is different from the first input. Figure 7A While displaying the user interface of the first software application: In response to detecting the second input: Γ-------------------------I 718 In accordance with the determination that the first tactile output I setting is active for the second input, perform the second operation ί without performing the first operation r--------------------------I 720 In accordance with the determination that the first tactile output I setting is active for the second input, forego generation of the first tactile I output Γ-------------------------I 722 In accordance with the determination that the first tactile output I setting is active for the second input, forego generation of a second I tactile output associated with the second operation Figure 7B While displaying the user interface of the first software application: 724 Detect a third input that includes a contact detected on the touch-sensitive surface. The contact included in the third input is associated with the respective region of the user interface of the first software application that is associated with the first operation and the second operation. The third input is different from the first input and the second input. Γ---------------------------] I 726 The contact in the second input and the contact in the third input are ι I a same contact that is continuously detected on the touch-sensitive | ι surface between the second input and the third input ι I Γ--------------------------I 728 The second input satisfies a first intensity threshold and the contact 1 ι in the third input satisfies a second intensity threshold that is higher than 1 j the first intensity threshold L In response to detecting the third input: Γ--------------------------- 1 I 730 In accordance with a determination that the second tactile output | I setting is active for the third input, perform the second operation in | I conjunction with generating a second tactile output associated with the | I second operation ι I 732 In accordance with a determination that the first tactile output setting I I is active for the third input, forgo generation of the second tactile output I I I r---------------------------1 I 734 In accordance with the determination that the first tactile output I I setting is active, forego repeating the second operation I I______________________________: Figure 7C While displaying the user interface of the first software application: I 736 The second tactile output includes an audible component that is louder | ι than an audible component of the first tactile output ι I 738 The first tactile output has a first tactile output intensity and the second | I tactile output has a second tactile output intensity that is greater than the first | I tactile output intensity ι Figure 7D 800 802 Display, on the display, a user interface that includes: a first region that is configured to initiate a first display operation in response to an input that satisfies first activation criteria and initiate a second display operation in response to an input that satisfies second activation criteria distinct from the first activation criteria, and a second region that is distinct from the first region. The second region is configured to initiate a third display operation in response to an input that satisfies the first activation criteria and the second region is not configured to initiate any display operation in response to an input that satisfies the second activation criteria. Γ----------------------------- ] I 804 The first activation criteria include first intensity criteria i I 806 The second activation criteria include second intensity criteria distinct | I from the first intensity criteria i I 808 The first region is a region that includes a user interface control and the I second region is a region that does not include any user interface control I 810 The user interface includes a plurality of regions that are configured to | I perform display operations in response to inputs that satisfy the second j I activation criteria, and regions of the user interface that are outside of the | I plurality of regions are not configured to perform display operations to inputs | I that satisfy the second activation criteria i While displaying the user interface: 812 Detect a first input that includes a contact detected on the touch-sensitive surface. The contact included in the first input is associated with the first region of the user interface. Figure 8A While displaying the user interface: Θ Figure 8B While displaying the user interface: Θ In response to detecting the second input: Figure 8C While displaying the user interface: I 838 The user interface includes a third region that is not configured to initiate | I any display operation in response to an input that satisfies first activation | I criteria and is not configured to initiate any display operation in response to an | I input that satisfies second activation criteria distinct from the first activation | I criteria I T f-----------------------------1 I 840 Detect a third input that includes a contact detected on the touch-sensitive I I surface. The contact included in the first input is associated with the third I I region of the user interface. I L J ι-----------------------------1 In response to detecting the third input: I Γ---------------------------1 I I I 842 In accordance with a determination that the third input satisfies the I ' I I first activation criteria, generate a tactile output of the third type I 1 : /TTYTΤΤΓΤΤΤΤΤΤ ί I I 844 In accordance with a determination that the third input satisfies the I I I ' second activation criteria, generate a tactile output of the second type I I Figure 8D While displaying the user interface: Θ I 846 Detect an occurrence of a predefined event associated with the second | I region while the second region is not configured to initiate any display | I operation in response to an input that satisfies the second activation criteria | 848 In response to detecting the occurrence of the predefined event, configure | the second region to initiate a fourth display operation in response to an input | that satisfies the second activation criteria ι While the second region is configured to initiate the fourth display operation in response to an input that satisfies the second activation criteria: Γ---------------------------1 I 850 Detect a fourth input that includes a contact detected on the touch- | I sensitive surface. The contact included in the third input is associated | ι with the second region of the user interface. ι In response to detecting the fourth input: 852 In accordance with a determination that the fourth input satisfies the third activation criteria, perform the third display operation I 854 In accordance with a determination that the fourth input | I satisfies the second activation criteria, perform the fourth display | I operation and concurrently generate a tactile output of the first type | I while performing the second display operation ι ι______________________________ Figure 8E While displaying the user interface: I-----------------------------1 I 856 In response to detecting the first input, in accordance with a determination I I that the first input does not satisfy the first activation criteria and does not I I satisfy the second activation criteria, forgo generating any tactile output I I 858 In response to detecting the second input, in accordance with a | I determination that the second input does not satisfy the first activation criteria | I and does not satisfy the second activation criteria, forgoing generating any | I tactile output I ----------------------------- 1 860 The user interface is generated by a first application running on the device | and the determination as to whether to provide the first tactile output or the j second tactile output when the second set of activation criteria are satisfied is j made by a second application running on the device that is distinct from the j first application I Figure 8F 900 Figure 9A In accordance with the detected input for the first control object: 918 Change the first intensity threshold 920 Change the first tactile output 922 In addition to the first tactile output and the second tactile output, the device is configured to provide other tactile outputs in response to detecting events associated with movement of a contact on the touch-sensitive surface, and the method includes, in accordance with the detected input for the first control object, changing the other tactile outputs 924 The first intensity threshold is lower than the second intensity threshold, the second activation criteria includes a time-based criterion that is dependent upon a time at which the first activation criteria is met, and the method includes, in accordance with the detected input for the first control object, change the time-based criterion 926 The time-based criterion includes a delay time period that occurs after the time at which the first activation criteria were met, and the timebased criterion is met after the delay time period has elapsed. r------------------------I 928 The second activation criteria include a criterion that is met | when the intensity of the contact increases by more than a | predefined amount after the delay time period has elapsed I 930 The second activation criteria include a criterion that is met I when the intensity of the contact increases from an intensity below I the second intensity threshold to an intensity above the second I intensity threshold after the delay time period has elapsed Figure 9B B ------------------------------- 1 932 The time-based criterion includes a reduced-sensitivity time period that occurs I after the time at which the first activation criteria are satisfied, and during the I reduced-sensitivity time period, the second intensity threshold is increased ' I criteria with a first type of operation, and the device is configured to respond to the I satisfaction of the second activation criteria with a second type of operation that is I different from the first type of operation I 924 The first intensity threshold is lower than the second intensity threshold, the I second activation criteria includes a time-based criterion that is dependent upon a I time at which the first activation criteria is met, and the method includes, in I accordance with the detected input for the first control object, change the timeI based criterion I f ----------------------------- 1 1 j 936 The second intensity threshold includes one or more of: a first offset that | 1 I decreases over time;and a second offset that changes over time based on an | I I intensity of a contact on the touch-sensitive surface. i 938 The time-based criterion includes an intensity offset for a user that is | determined based on multiple separate inputs on the touch-sensitive surface | by the user I 940 The intensity offset for the user is determined based on one or more | | of: peak intensities of a first predefined number of separate click inputs | | on the touch-sensitive surface by the user, and peak intensities of a j | second predefined number of separate drag inputs on the touch-sensitive | | surface by the user ι i I________________________________ Figure 9C 1000 Processing unit 1008 I Display enablement unit I 1010 ι__________ r~ — — — — — — — I Contact detection unit I 1012 ι__________ I Contact movement I detection unit 1014 I Object movement unit I 1016 ι__________ I Operation performance I unit 1018 I Focus-selector I movement unit 1020 I I Portion changing unit I 1022 I Object distinguishing I unit 1024 I Intensity determination I unit 1026 I Object selection I determination unit 1028 I Time measurement unit I 1030 ι__________ Figure 10 1100 Processing unit 1108 I Display enablement unit I 1110 ι__________ I I Input detection unit 1112 I ι__________ ! Tactile output generation I unit 1114 ι__________ ! Contact detection unit 1116 Operation performance , unit 1118 I Tactile output setting I determination unit 1120 Intensity determination I unit 1122 I Figure 11 1200 Figure 12 1300 Figure 13
  145. 145
    145
Independent claims145