NL2015565A

Biometric sensor chip having distributed sensor and control circuitry.

Abstract

A sensor includes a sensor array formed on a first side of a substrate and at least one circuit operative to communicate with the sensor array formed on a second side of 5 the substrate. At least one via extends through the substrate to electrically connect the sensor array to the at least one circuit. Placing the at least one circuit on the second side of the substrate allows the sensor array to occupy substantially all of the first side of the substrate. 10

NL2015565A, drawing sheet 1
Sheet 1 of 12

Term

9 yearsto projected expiry

Projected expiry 5 October 2035, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority
  2. Filed
  3. Published
  4. Today
  5. Projected expiry

21 claims: 3 independent, 18 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Elektronische inrichting, omvattende:een dekglas;en een onder het dekglas aangebrachte sensor, waarbij de sensor omvat: een sensormatrix die is gevormd op een eerste kant van een substraat;ten minste één schakeling die werkzaam is om te communiceren met de sensormatrix die is gevormd op een tweede tegenoverliggende kant van het substraat;en ten minste één via die zich uitstrekt door het substraat om de sensormatrix elektrisch te verbinden met de ten minste één schakeling;waarbij de sensormatrix wezenlijk de gehele eerste kant van het substraat in beslag neemt.
  2. 2
    Elektronische inrichting volgens conclusie 1, waarbij het dekselglas en de sensor zijn opgenomen in een knop van de elektronische inrichting.
  3. 3
    Elektronische inrichting volgens conclusie 1, bovendien een aardring omvattend die is gepositioneerd tussen een buitenoppervlak van de elektronische inrichting en het dekglas.
  4. 4
    Elektronische inrichting volgens conclusie 1, bovendien een buigzame schakeling omvattend die elektrisch is verbonden met de sensor.
  5. 5
    Elektronische inrichting volgens conclusie 4, bovendien één of meer verbindingsoppervlakken omvattend die zijn gepositioneerd op de tweede kant van de sensor en elektrisch zijn verbonden met de buigzame schakeling.
  6. 6
    Sensor volgens conclusie 1, waarbij de sensormatrix omvat:een eerste veelheid elektrische paden die een veelheid rijen definiëren;een tweede veelheid elektrische paden die een veelheid kolommen definiëren, waarbij de veelheid kolommen de veelheid rijen kruist, daarbij een veelheid kruisingen definiërend;een waarneemelement gevormd bij elk van de veelheid kruisingen.
  7. 7
    Sensor volgens conclusie 6, waarbij:de ten minste één via er een is van een aantal via's;en elk van de veelheid via's is gevormd op een uniek uiteinde van één van de veelheid rijen en de veelheid kolommen .
  8. 8
    Sensor, omvattende:een sensormatrix gevormd op een eerste kant van een substraat;ten minste één schakeling werkzaam om te communiceren met de sensormatrix die is gevormd op een tweede tegenoverliggende kant van het substraat;en ten minste één via die zich uitstrekt door het substraat om de sensormatrix elektrisch te verbinden met de ten minste één schakeling;waarbij de sensormatrix in wezen de gehele eerste kant van het substraat in beslag neemt.
  9. 9
    Sensor volgens conclusie 8, waarbij de sensormatrix omvat:een eerste veelheid elektrische paden die een veelheid rijen definiëren;een tweede veelheid elektrische paden die een veelheid kolommen definiëren, waarbij de veelheid kolommen de veelheid rijen kruist, daarbij een veelheid kruisingen definiërend;een waarneemelement gevormd van elk van de veelheid kruisingen.
  10. 10
    Sensor volgens conclusie 9, waarbij:de ten minste één via er een is van een aantal via's;en elk van de veelheid via's is gevormd op een uniek uiteinde van één van de veelheid rijen en de veelheid kolommen .
  11. 11
    Sensor volgens conclusie 9, waarbij de ten minste één via onder één pad ligt dat is gekozen uit de eerste en tweede veelheid paden.
  12. 12
    Sensor volgens conclusie 9, waarbij:de ten minste één via er een is van een aantal via's;en elk van de veelheid via's onder een pad ligt dat is gekozen uit de eerste of tweede veelheid paden.
  13. 13
    Sensor volgens conclusie 12, waarbij de veelheid via's de sensormatrix scheidt in een veelheid sensorsubmatrices.
  14. 14
    Sensor volgens conclusie 13, waarbij de veelheid sensorsubmatrices afzonderlijk adresseerbaar is door de ten minste één schakeling.
  15. 15
    Sensor volgens conclusie 13, waarbij ten minste één van de veelheid sensorsubmatrices omvat:een subgroep van de veelheid rijen;en een subgroep van de veelheid kolommen, waarbij de subgroep van de veelheid kolommen de subgroep van de veelheid rijen kruist;waarbij een RC-constante van de ten minste één van de veelheid sensorsubmatrices kleiner is dan een RCconstante van de sensormatrix.
  16. 16
    Sensor volgens conclusie 13, waarbij de veelheid submatrices een biometrische parameter sneller afbeeldt dan de sensormatrix.
  17. 17
    Sensor volgens conclusie 8, waarbij het substraat de schakeling elektrisch afschermt van de sensormatrix.
  18. 18
    Werkwijze voor het vervaardigen van een sensor, waarbij de werkwijze omvat:het vormen van één of meer via's in een eerste schakelingwafer, waarbij elke via een blinde via omvat die zich slechts gedeeltelijk uitstrekt door een dikte van de eerste schakelingwafer en de eerste schakelingwafer één of meer elektrische componenten omvat;het vormen van een eerste kant van een substraatwafer over een eerste kant van de eerste schakelingwafer, waarbij de eerste kant van de eerste schakelingwafer openingen omvat naar de één of meer via's in de eerste schakelingwafer;het bevestigen van een tijdelijke dragerwafer en een tweede kant van de substraatwafer;het dunner maken van de schakelingwafer op een tweede kant van de eerste schakelingwafer om de één of meer via's in de eerste schakelingwafer bloot te leggen;het vormen van een tweede schakelingwafer over de tweede kant van de eerste schakelingwafer, waarbij de tweede schakelingwafer een sensormatrix omvat en de één of meer via's in de eerste schakelingwafer de één of meer elektrische componenten in de eerste schakelingwafer werkzaam verbinden met de sensormatrix in de tweede schakelingwafer.
  19. 19
    Werkwijze volgens conclusie 18, bovendien het vormen van een isolatielaag over de tweede kant van de eerste schakelingwafer omvattend voorafgaand aan het vormen van de tweede schakelingwafer over de eerste kant van de eerste schakelingwafer .
  20. 20
    Werkwijze volgens conclusie 18, bovendien het uitvoeren van back-end-of-line handelingen omvattend op de 5 substraatwafer voorafgaand aan het bevestigen van de tijdelijke draagwafer aan de tweede kant van de substraatwafer.
  21. 21
    Werkwijze volgens conclusie 18, waarbij de sensormatrix een driemetalige herverdeellaag omvat van een aardende metaallaag en twee waarneem- en aanstuurlagen. 10 22. Werkwijze volgens conclusie 18, bovendien het verwijderen van de tijdelijke draagwafer van de substraatwaf er omvattend.
Independent claims21