Nova Patents
NL2015375A

Electronic touch communication.

Abstract

A touch input is detected on a touch-sensitive display of an electronic device and determined to be a single-finger contact or a multiple-finger contact. Based on the determination, the touch input may be translated into one or more electronic touch communications, which may 5 be used for playback at an external electronic device.

NL2015375A, drawing sheet 1
Sheet 1 of 52

Term

8.9 yearsto projected expiry

Projected expiry 31 August 2035, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority and filed
  2. Published
  3. Today
  4. Projected expiry

161 claims: 115 independent, 46 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Werkwijze omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, waarbij de elektronische inrichting is ingericht om te communiceren met een externe inrichting die verband houdt met een contact: ontvangen van gebruikerselectie van een getoonde permissie die het contact vertegenwoordigt;na het ontvangen van de selectie, detecteren van gebruikersinvoer op het aanraakgevoelige beeldscherm;vaststellen of de aanraakinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer is of een meervingerige aanraakinvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking een enkelvingerige aanraakinvoer is, naar de externe inrichting verzenden van gegevens, waarbij de gegevens de enkelvingerige aanraakinvoer vertegenwoordigen.
  2. 2
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een uitvoer die overeenstemt met de enkelvingerige aanraakinvoer.
  3. 3
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van:een mededeling van het ontvangen van de gegevens, en een permissie die, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt de externe inrichting een visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer toont.
  4. 4
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 3, waarbij het detecteren van gebruikersinvoer op het aanraakgevoelige beeldscherm van de elektronische inrichting het detecteren omvat van de enkelvingerige aanraakinvoer op een positie op het aanraakgevoelige beeldscherm, en waarbij de visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer, wanneer deze wordt getoond, wordt getoond op een scherm van de externe inrichting op een locatie die overeenstemt met de positie waar de enkelvingerige aanraakinvoer werd gedetecteerd.
  5. 5
    Werkwijze volgens een van conclusies 1 tot en met 4, waarbij de visuele indicatie een of meer cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  6. 6
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 5, waarbij de visuele indicatie twee of meer concentrische cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  7. 7
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 6, waarbij de visuele indicatie op de externe inrichting uitfadet na gedurende een vooraf bepaalde tijdsduur te zijn getoond.
  8. 8
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 7, waarbij de enkelvingerige aanraakinvoer een enkelvingerige klop is.
  9. 9
    Werkwijze volgens conclusie 1, bovendien omvattend:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gedetecteerde gebruikersinvoer een meervoudige vingeraanraakinvoer vertegenwoordigt, verzenden van gegevens naar de externe inrichting, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele indicatie gedurende de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  10. 10
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 en 2, waarbij de uitvoer omvat:een mededeling van het ontvangen van de gegevens, en een permissie die, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de externe inrichting een visuele indicatie toont gedurende de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  11. 11
    Werkwijze volgens een van de conclusies 9 en 10, waarbij de visuele indicatie een afbeelding is.
  12. 12
    Werkwijze volgens een van de conclusies 9 tot en met 11, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding is.
  13. 13
    Werkwijze volgens een van de conclusies 9 tot en met 12, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding is van een pulserend hart.
  14. 14
    Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij de elektronische inrichting bovendien een biometrische sensor omvat die is ingericht voor het detecteren van het tempo van een hartslag, waarbij een tempo van pulseren van het pulserende hart is gebaseerd op het gedetecteerde tempo van hartslag.
  15. 15
    Werkwijze volgens een van conclusies 13 en 14, waarbij de elektronische inrichting bovendien een biometrische sensor omvat die is ingericht voor het detecteren van het tempo van een hartslag, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een haptische uitvoer die overeenstemt met het gedetecteerde hartslagtempo.
  16. 16
    Werkwijze volgens een van conclusies 1 tot en met 15, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een haptische uitvoer.
  17. 17
    Werkwijze volgens een van de conclusies 1 tot en met 16, waarbij de elektronische inrichting een draaibaar invoermechanisme omvat, waarbij het ontvangen van gebruikerselectie van het contact omvat:op de elektronische inrichting: tonen van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;detecteren van een gebruikersinvoer die beweging vertegenwoordigt van het draagbare invoermechanisme;en in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer: zoomen van het tonen van de veelheid gebruikerbenoemde contacten, waarbij het zoomen van het beeldscherm het wijzigen van de grootte van contacten die worden getoond omvat.
  18. 18
    Werkwijze volgens conclusie 17, waarbij het zoomen van het beeldscherm het wijzigen van het aantal contacten dat wordt getoond omvat.
  19. 19
    Werkwijze volgens een van conclusies 17 en 18, bovendien omvattend:het tijdens het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen, detecteren van een aanraakinvoer op een getoonde permissie;en het, in reactie op het detecteren van de aanraakinvoer, verzenden van gegevens naar de externe inrichting die verband houdt met het contact, waarbij het verzenden de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van haptische uitvoer.
  20. 20
    Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij het detecteren van de aanraakinvoer op de getoonde permissie het detecteren omvat van een eerste aanraking en loslating op de getoonde permissie gevolgd door een tweede aanraking en loslating op de getoonde permissie binnen een vooraf bepaalde tijdsduur.
  21. 21
    Elektronische inrichting die is ingericht om te communiceren met een externe inrichting die verband houdt met een contact, omvattende:een beeldscherm;100 middelen voor het ontvangen van gebruikerselectie van een getoonde permissie die het contact vertegenwoordigt;middelen voor het, na het ontvangen van de selectie, detecteren van gebruikersinvoer op een aanraakgevoelig beeldscherm van de elektronische inrichting;middelen voor het detecteren of de aanraakinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer is of een meervingerige aanraakinvoer;en middelen voor het, in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking een enkelvingerige aanraakinvoer is, verzenden van gegevens naar externe inrichting, waarbij de gegevens de enkelvingerige aanraakinvoer vertegenwoordigen.
  22. 22
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting die verband houdt met een contact, omvattende:een aanraakgevoelig beeldscherm;een of meer verwerkingseenheden;een geheugen;en een of meer programma’s, waarbij de een of meer programma's zijn opgeslagen in het geheugen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het: ontvangen van gebruikerselectie van een getoonde permissie die het contact vertegenwoordigt;na het ontvangen van de selectie, detecteren van gebruikersinvoer op het aanraakgevoelige beeldscherm;vaststellen of de aanraakinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer is of een meervingerige aanraakinvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking een enkelvingerige aanraakinvoer is, naar de externe inrichting verzenden van gegevens, waarbij de gegevens de enkelvingerige aanraakinvoer vertegenwoordigen.
  23. 23
    Niet-vluchtig door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer verwerkingseenheden van een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, veroorzaken dat de inrichting:gebruikerselectie ontvangt van een getoonde permissie die het contact vertegenwoordigt;na het ontvangen van de selectie, gebruikersinvoer detecteert op het aanraakgevoelige beeldscherm;101 vaststelt of de aanraakinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer is of een meervingerige qaanraakinvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking een enkelvingerige aanraakinvoer is, gegevens naar de externe inrichting verzendt, waarbij de gegevens de enkelvingerige aanraakinvoer vertegenwoordigen.
  24. 24
    Werkwijze omvattende het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm:detecteren van een gebruikersinvoer en, in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer, tonen van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;detecteren van gebruikerselectie van een getoonde permissie die een contact vertegenwoordigt;in reactie op het detecteren van gebruikerselectie van de getoonde permissie, vervangen van het tonen van de veelheid permissies door een vertoning van contactinformatie die een geselecteerd contact identificeert, waarbij het geselecteerde contact wordt vertegenwoordigd door de geselecteerde permissie;detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm tijdens het tonen van de contactinformatie;in reactie op het detecteren van de aanraking: tonen van een tekengebied, waarbij het tekengebied reagerend is op aanraakinvoer;detecteren van een eerste aanraakinvoer in het tekengebied welke een aanslag vertegenwoordigt;tonen van een visuele weergave, in het tekengebied, van de eerste aanslag;en verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen naar een externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  25. 25
    Werkwijze volgens conclusie 24, bovendien omvattend:het vaststellen of een eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken na de eerste aanraakinvoer, en waarbij het verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen het verzenden van de gegevens omvat in reactie op het vaststellen dat de eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken.
  26. 26
    Werkwijze volgens conclusie 25, bovendien omvattend:102 voordat de eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken, detecteren van een tweede aanraakinvoer in het op het scherm aanwezige tekengebied welke een tweede aanslag vertegenwoordigt, waarbij de eerste en tweede aanslagen worden gescheiden door een tussenliggende tijdsduur;en verzenden van gegevens naar de externe inrichting die verband houden met de tweede aanslag en de tussenliggende tijdsduur.
  27. 27
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 26, waarbij de eerste aanslag een karakteristieke kinematiek heeft, en waarbij het verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen het naar de externe inrichting verzenden van gegevens omvat die de karakteristieke kinematiek vertegenwoordigen.
  28. 28
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 27, bovendien omvattend:het uitfaden van de getoonde visuele weergave van de eerste aanslag nadat de eerste aanslag is ontvangen gedurende een tweede vooraf bepaalde tijdsduur.
  29. 29
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 28, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het:tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens, en tonen van een permissie, waarbij de permissie wanneer deze wordt geselecteerd veroorzaakt dat de externe inrichting een visuele weergave toont van de eerste aanslag.
  30. 30
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 29, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele weergave van de eerste aanslag.
  31. 31
    Werkwijze volgens een van de conclusies 26 tot en met 30, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele weergave van de eerste aanslag, gevolgd door een pauze van de tussenliggende tijdsduur, en vervolgens tonen van een visuele weergave van de tweede aanslag.
  32. 32
    Werkwijze volgens een van de conclusies 27 tot en met 31, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzetten tot het vertonen van een visuele weergave van de eerste aanslag met de karakteristieke kinematiek. 103
  33. 33
    Werkwijze volgens een van de conclusies 29 tot en met 32, bovendien omvattend:het uitfaden van de visuele weergave van een aanslag na het vaststellen dat de visuele weergave gedurende een derde vooraf bepaalde tijdsduur is getoond.
  34. 34
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 33, bovendien omvattend:het ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting, waarbij de gegevens een derde door de externe inrichting gedetecteerde aanraakinvoer vertegenwoordigen, waarbij de derde aanraakinvoer een derde aanslag vertegenwoordigt;het tonen van een visuele weergave van de derde aanslag in het tekengebied op de elektronische inrichting.
  35. 35
    Werkwijze volgens conclusie 34, bovendien omvattend:het uitfaden van de visuele weergave van de derde aanslag na een vierde vooraf bepaalde tijdsduur.
  36. 36
    Werkwijze volgens een van de conclusies 26 tot en met 35, waarbij de tweede, derde en vierde vooraf bepaalde tijdsduren dezelfde tijdsduur zijn.
  37. 37
    Werkwijze volgens een van de conclusies 28 tot en met 36, waarbij een aanslag een begin heeft en een einde, en waarbij het uitfaden van de visuele weergave van een aanslag het uitfaden omvat van een bijbehorende aan vang van de visuele weergave voorafgaand aan het uitfaden van een bijbehorend einde van de visuele weergave.
  38. 38
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 37, bovendien omvattend:het tonen van een kleurenkiezerpermissie in het tekengebied, waarbij de kleurenkiezerpermissie een kleur heeft die een huidige geselecteerde kleur aanduidt, waarbij het tonen van de visuele weergave van de eerste aanslag het tonen van de visuele weergave in de huidige geselecteerde kleur omvat;en in reactie op het detecteren van een selectie van de kleurenkiezerpermissie, tonen van een veelheid kleurenpermissies die kleuren vertegenwoordigen.
  39. 39
    Werkwijze volgens conclusie 38, waarbij de veelheid kleurenpermissies permissies omvat die eerder geselecteerde kleuren vertegenwoordigen. 104
  40. 40
    Werkwijze volgens een van de conclusies 38 en 39, bovendien omvattend:het, in reactie op het detecteren van een selectie van een kleurenpermissie uit de getoonde veelheid kleurenpermissies, tonen van een kleurenpalet.
  41. 41
    Werkwijze volgens conclusie 40, waarbij het kleurenpalet een veelheid gedeelten met verschillende kleuren omvat, waarbij de werkwijze bovendien omvat:het, in reactie op het detecteren van een selectie van een gedeelte van het kleurenpalet overeenstemmend met een geselecteerde kleur: tonen van het tekengebied;en bij werken van de in het tekengebied vertoonde kleurenkiezerpermissie zodanig dat de kleurenkiezerpermissie wordt getoond met de geselecteerde kleur.
  42. 42
    Werkwijze volgens conclusie 41, waarbij het naar de externe inrichting verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen het verzenden omvat van gegevens die de geselecteerde kleur vertegenwoordigen.
  43. 43
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 42, waarbij de elektronische inrichting een draaibaar invoermechanisme omvat, de werkwijze bovendien omvattend:op de elektronische inrichting: tijdens het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen, detecteren van de gebruikersinvoer die beweging van het draaibare invoermechanisme vertegenwoordigt;in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer: zoomen van de vertoning van de veelheid gebruikerbenoemde contacten, waarbij het zoomen van de vertoning het wijzigen omvat van de grootte van contacten die worden getoond.
  44. 44
    Werkwijze volgens een van conclusies 24 tot en met 43, waarbij het zoomen van de vertoning het wijzigen omvat van het aantal contacten dat wordt vertoond.
  45. 45
    Werkwijze volgens een van conclusies 24 tot en met 44, waarbij het aanraakgevoelige beeldscherm een of meer sensoren omvat voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige beeldscherm, de werkwijze bovendien omvattend:het, tijdens het tonen van het tekengebied, detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de aanraking een karakteristieke intensiteit heeft;het vaststellen of de karakteristieke intensiteit een vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt;105 het, in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de voorafbepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt: tonen van een oproeppermissie, waarbij de oproeppermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een oproep initialiseert naar de externe inrichting die verbandt houdt met het contact;en het, in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de voorafbepaalde drempelwaardeintensiteit niet overschrijdt, verzenden van gegevens die de aanraking op de externe inrichting vertegenwoordigen.
  46. 46
    Werkwijze volgens een van conclusies 24 tot en met 44, waarbij het aanraakgevoelige beeldscherm een of meer sensoren omvat voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de werkwijze bovendien omvat:het tijdens het tonen van het tekengebied, detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de aanraking een karakteristieke intensiteit heeft;het vaststellen of de karakteristieke intensiteit een vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt;het, in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt: tonen van een tekstpermissie, waarbij de tekstpermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een bericht begint dat is geadresseerd aan de externe inrichting die verband houdt met het contact;en het, in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit niet overschrijdt, naar de externe inrichting verzenden van gegevens die de aanraking vertegenwoordigen.
  47. 47
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 46, bovendien omvattend:het, tijdens het tonen van contactinformatie, identificeren van het geselecteerde contact, tonen van een oproeppermissie, waarbij de oproeppermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een oproep initieert naar de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  48. 48
    Werkwijze volgens een van conclusies 24 tot en met 47, bovendien omvattend:het, tijdens het tonen van contactinformatie die het geselecteerde contact identificeert, tonen van een tekstpermissie, waarbij de tekstpermissie, wanneer deze wordt gekozen, ervoor zorgt dat de 106 elektronische inrichting een bericht initieert dat is geadresseerd aan de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  49. 49
    Werkwijze volgens een van conclusies 24 tot en met 48, waarbij het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen het tonen omvat van een veelheid permissies die gebruikerbenoemde contacten vertegenwoordigen, waarbij gebruikerbenoemde contacten een deelverzameling zijn van contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting.
  50. 50
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 49, waarbij de elektronische inrichting een indrukbaar invoermechanisme omvat dat is gescheiden van het aanraakgevoelige beeldscherm, en waarbij het detecteren van gebruikersinvoer het detecteren van activering van het indrukbare invoermechanisme omvat.
  51. 51
    Werkwijze volgens een van de conclusies 24 tot en met 50, waarbij de elektronische inrichting een indrukbaar invoermechanisme en een microfoon omvat, de werkwijze bovendien omvattend:het, tijdens het tonen van het tekengebied, detecteren van een activering van het indrukbare invoermechanisme;het, in reactie op het detecteren van de activering: registreren van een audiobericht op basis van een invoer die wordt ontvangen van de microfoon zolang het indrukbare invoermechanisme ingedrukt blijft;het detecteren van een vrijgave van het indrukbare invoermechanisme;en het, in reactie op het detecteren van de vrijgave: ophouden met het registreren van het audiobericht en verzenden van het geregistreerde audiobericht naar de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  52. 52
    Werkwijze omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm en ingericht om te communiceren met een externe inrichting: ontvangen van gegevens die overeenstemmen met door de externe inrichting gedetecteerde invoer;in reactie op het ontvangen van de gegevens, uitreiken van een haptische uitvoer;na het uitreiken van de haptische uitvoer, detecteren van een gebruikersinvoer;107 vaststellen of de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen een vooraf bepaald tijdinterval na de haptische uitvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen het vooraf bepaalde tijdinterval, tonen van een mededeling op het beeldscherm, waarbij de mededeling de beschikbaarheid van informatie aanduidt ten behoeve van afspelen.
  53. 53
    Werkwijze volgens conclusie 52, bovendien omvattend:het, tijdens het tonen van de mededeling, detecteren van een tweede gebruikersinvoer het vaststellen of de ontvangen gegevens visuele informatie omvat;en in overeenstemming met een vaststelling dat de ontvangen gegevens visuele informatie omvatten: vervangen van de getoonde mededeling door een vertoning van de visuele informatie.
  54. 54
    Werkwijze volgens conclusie 53, bovendien omvattend:het vaststellen of de ontvangen gegevens audio-informatie omvatten;en het, in overeenstemming met een vaststelling dat de ontvangen gegevens audio-informatie omvatten: afspelen van de audio-informatie door een luidspreker die functioneel is verbonden met de elektronische inrichting.
  55. 55
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 54, bovendien omvattend:het identificeren van een gebruiker die verband houdt met de externe inrichting;en het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd na het vooraf bepaalde tijdinterval: tonen van een veelheid permissies die gebruikerbenoemde contacten vertegenwoordigen, en een permissie die de gebruiker vertegenwoordigt die verband houdt met de externe inrichting;en tonen van een indicatie die overeenstemt met de permissie die de gebruiker vertegenwoordigt die verband houdt met de externe inrichting, waarbij de indicatie de beschikbaarheid aanduidt van informatie voor terugspelen die is ontvangen vanaf de gebruiker die verband houdt met de externe inrichting.
  56. 56
    Werkwijze volgens een van conclusies 52 tot en met 55, bovendien omvattend:het identificeren van een veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting;het vaststellen of de externe inrichting verband houdt met een contact van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting;108 het, in overeenstemming met een vaststelling dat de externe inrichting geen verband houdt met een contact uit de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting: tonen van een contacttoevoegpermissie, waarbij de contacttoevoegpermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een gebruikersinterfacescherm toont voor het registreren van een contact en het in verband brengen van de externe inrichting met het contact.
  57. 57
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 56, bovendien omvattend:het identificeren van een deelverzameling van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting, als een veelheid gebruikerbenoemde contacten;het vaststellen of de externe inrichting verband houdt met een gebruikerbenoemd contact van de veelheid gebruikerbenoemde contacten;en het, in overeenstemming met een vaststelling dat de externe inrichting verband houdt met een contact van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting, maar niet in verband gebracht met een gebruikerbenoemd contact van de veelheid gebruikerbenoemde contacten: tonen van een benoempermissie, waarbij de benoempermissie, wanneer deze wordt gekozen, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een gebruikersinterface scherm toont voor het benoemen van het contact dat verband houdt met de externe inrichting als een gebruikerbenoemd contact.
  58. 58
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 57, bovendien omvattend:het identificeren van een contactnaam die verband houdt met de externe inrichting, waarbij het tonen van een mededeling op het beeldscherm het tonen van de identificatie van de contactnaam omvat.
  59. 59
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 58, bovendien omvattend:het identificeren van een afbeelding die verband houdt met de contactnaam, waarbij het tonen van een mededeling op het beeldscherm het tonen van de afbeelding omvat.
  60. 60
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 59, waarbij het detecteren van een gebruikersinvoer het detecteren omvat van een beweging van de elektronische inrichting. 109
  61. 61
    Werkwijze volgens een van de conclusies 52 tot en met 59, waarbij het detecteren van een gebruikersinvoer het detecteren omvat van een verhoging van de elektronische inrichting omvat.
  62. 62
    Werkwijze omvattende:het, op een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm en ingericht voor het communiceren met een externe inrichting: ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting die gebruikersinvoer vertegenwoordigt die is ontvangen op de externe inrichting;vaststellen of de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, afspelen van de ontvangen gegevens;en in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting niet actief een applicatie voor afspelen uitvoert: tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens;en tonen van een permissie, waarin de permissie, wanneer deze wordt geselecteerd, de applicatie voor afspelen start en veroorzaakt dat de elektronische inrichting de ontvangen gegevens afspeelt.
  63. 63
    Werkwijze volgens conclusie 62, bovendien omvattend:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting de applicatie voor afspelen niet actief uitvoert, verschaffen van haptische uitvoer in reactie op het ontvangen van de gegevens.
  64. 64
    Werkwijze volgens een van de conclusies 62 en 63, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer op de externe inrichting is, tonen van een visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer op een scherm van de elektronische inrichting overeenstemmend met de positie op de externe inrichting waar de enkelvingerige aanraakinvoer werd gedetecteerd.
  65. 65
    Werkwijze volgens conclusie 64, waarbij de visuele indicatie een of meer cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  66. 66
    Werkwijze volgens een van de conclusies 64 en 65, waarbij de visuele indicatie twee of meer concentrische cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat. 110
  67. 67
    Werkwijze volgens een van de conclusies 64 tot en met 66, bovendien omvattend:het uitfaden van de visuele indicatie na een vooraf bepaalde tijdsduur.
  68. 68
    Werkwijze volgens een van conclusies 62 en 63, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een meervingerige aanraakinvoer is op de externe inrichting, tonen van een visuele indicatie voor de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  69. 69
    Werkwijze volgens conclusie 68, waarbij de visuele indicatie een afbeelding is.
  70. 70
    Werkwijze volgens een van de conclusies 68 en 69, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding is.
  71. 71
    Werkwijze volgens een van de conclusies 68 tot en met 70, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding van een pulserend hart is.
  72. 72
    Werkwijze volgens een van de conclusies 68 tot en met 71, bovendien omvattend:het verschaffen van haptische uitvoer tijdens het tonen van de visuele indicatie.
  73. 73
    Werkwijze volgens een van de conclusies 62 en 63, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een dubbele klop op de externe inrichting is, tonen van een identificatie van een gebruiker die verband houdt met de externe inrichting, en verschaffen van een haptische uitvoer tijdens het tonen van de identificatie.
  74. 74
    Werkwijze volgens een van conclusies 62 en 63, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een audio-opname is die is geregistreerd onder gebruikmaking van een microfoon van de externe inrichting, afspelen van de audio-opname.
  75. 75
    Werkwijze volgens een van de conclusies 62 en 63, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:111 het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een veegaanraking op de externe inrichting is die een aanslag vertegenwoordigt, tonen van een visuele weergave van de aanslag.
  76. 76
    Werkwijze volgens conclusie 75, bovendien omvattend:uitfaden van de aanslag na een vooraf bepaalde tijdsduur.
  77. 77
    Niet-vluchtig door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer verwerkingseenheden van een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, veroorzaken dat de inrichting een van de werkwijze volgens conclusies 1 tot en met 20 en 24 tot en met 76 uitvoert.
  78. 78
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;een of meer verwerkingseenheden;een geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 1 tot en met 20 en 24 tot en met 76 uitvoert.
  79. 79
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldscherm;middelen voor het uitvoeren van een van de werkwijze volgens conclusies 1 tot en met 20 en 24 tot en met 76.
  80. 80
    Elektronische inrichting, omvattend:een beeldscherm, middelen voor het detecteren van een gebruikersinvoer en in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer, tonen van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;middelen voor het detecteren van gebruikerselectie van een getoonde permissie die een contact vertegenwoordigt;middelen die reagerend zijn op het detecteren van gebruikerselectie van de getoonde permissie, voor het vervangen van de vertoning van de veelheid permissies door een vertoning van 112 contactinformatie die een geselecteerd contact identificeert, waarbij het geselecteerde contact wordt vertegenwoordigd door de geselecteerde permissie;middelen voor het detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm van de elektronische inrichting tijdens het tonen van de contactinformatie;middelen die reagerend zijn op het detecteren van de aanraking, voor het tonen van een tekengebied, waarbij het tekengebied reagerend is op aanraakinvoer;middelen voor het detecteren van een eerste aanraakinvoer in het tekengebied die een eerste aanslag vertegenwoordigen;middelen voor het tonen van een visuele weergave, in het tekengebied, van de eerste aanslag;en middelen voor het verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen naar een externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  81. 81
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting, omvattende:een beeldscherm;middelen voor het ontvangen van gegevens die overeenstemmen met door de externe inrichting gedetecteerde invoer;middelen voor het in reactie op het ontvangen van de gegevens, uitreiken van een haptische uitvoer;middelen voor het, na het uitreiken van de haptische uitvoer, detecteren van een gebruikersinvoer;middelen voor het vaststellen of de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen een vooraf bepaalde tijdsduur na de haptische uitvoer;en middelen voor het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen de vooraf bepaalde tijdsduur, tonen van een mededeling op een beeldscherm van de elektronische inrichting, waarbij de mededeling de beschikbaarheid van informatie ten behoeve van afspelen aanduidt.
  82. 82
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting, omvattende:een beeldscherm;middelen voor het ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting die gebruikersinvoer vertegenwoordigen welke bij de externe inrichting is ontvangen;middelen voor het vaststellen of de elektronische inrichting actief is;113 middelen voor het, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting actief een applicatie voor afspelen uitvoert, afspelen van de ontvangen gegevens;en middelen voor het, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting niet actief een applicatie uitvoert voor afspelen;middelen voor het tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens;en middelen voor het tonen van een permissie, waarbij de permissie wanneer deze wordt geselecteerd de applicatie voor afspelen start en veroorzaakt dat de elektronische inrichting de ontvangen gegevens afspeelt.
  83. 83
    Elektronische inrichting, omvattend:een aanraakgevoelig beeldscherm;een of meer verwerkingseenheden;een geheugen;en een of meer programma's, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het: detecteren van een gebruikersinvoer en, in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer, tonen van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;detecteren van gebruikersselectie van een getoonde permissie die een contact vertegenwoordigt;in reactie op het detecteren van gebruikerselectie van de getoonde permissie, vervangen van de vertoning van de veelheid permissies door een vertoning van contactinformatie die een geselecteerd contact identificeert, waarbij het geselecteerde contact wordt vertegenwoordigd door de geselecteerde permissie;detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm tijdens het tonen van de contactinformatie;in reactie op het detecteren van de aanraking: tonen van een tekengebied, waarbij het tekengebied reagerend is op aanraakinvoer;detecteren van een eerste aanraakinvoer in het tekengebied die een eerste aanslag vertegenwoordigt;tonen van een visuele weergave, in het tekengebied, van de eerste aanslag, en verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen naar een externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  84. 84
    Elektronische inrichting ingericht om te communiceren met een externe inrichting, omvattende 114 een aanraakgevoelig beeldscherm; een of meer verwerkingseenheden; een geheugen;en een of meer programma’s, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het:ontvangen van gegevens die overeenstemmen met door de externe inrichting gedetecteerde invoer;in reactie op het ontvangen van de gegevens, uitreiken van een haptische uitvoer;na het uitreiken van de haptische uitvoer, detecteren van een gebruikersinvoer;vaststellen of de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen een vooraf bepaald tijdinterval na de haptische uitvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen het vooraf bepaalde tijdinterval, tonen van een mededeling op het beeldscherm, waarbij de mededeling de beschikbaarheid van informatie aanduidt ten behoeve van terugspelen.
  85. 85
    Elektronische inrichting ingericht om te communiceren met een externe inrichting, omvattende een aanraakgevoelig beeldscherm; een of meer verwerkingseenheden; een geheugen;en een of meer programma’s, waarbij de een of meer programma's in het geheugen zijn opgeslagen en zijn ingericht om te worden uitgevoerd door de een of meer verwerkingseenheden, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten voor het:ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting die gebruikersinvoer vertegenwoordigen die is ontvangen op de externe inrichting;vaststellen of de elektronische inrichting actief is, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, afspelen van de ontvangen gegevens;en in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting niet actief een applicatie voor afspelen uitvoert: tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens;en tonen van een permissie, waarin de permissie, wanneer deze wordt geselecteerd, de applicatie voor afspelen start en veroorzaakt dat de elektronische inrichting de ontvangen gegevens afspeelt. 115
  86. 86
    Niet-vluchtig door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer verwerkingseenheden van een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, veroorzaken dat de inrichting:een gebruikersinvoer detecteert en, in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer, een veelheid permissies toont die contacten vertegenwoordigen;gebruikerselectie detecteert van een getoonde permissie die een contact vertegenwoordigt;in reactie op het detecteren van gebruikerselectie van de getoonde permissie, het tonen van de veelheid permissies vervangt door een vertoning van contactinformatie die een geselecteerd contact identificeert, waarbij het geselecteerde contact wordt vertegenwoordigd door de geselecteerde permissie;een aanraking detecteert op het aanraakgevoelige beeldscherm tijdens het tonen van de contactinformatie;in reactie op het detecteren van de aanraking: een tekengebied toont, waarbij het tekengebied reagerend is op aanraakinvoer;een eerste aanraakinvoer detecteert in het tekengebied welke een aanslag vertegenwoordigt;een visuele weergave toont, in het tekengebied, van de eerste aanslag;en gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen verzendt naar een externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  87. 87
    Niet-vluchtig door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer verwerkingseenheden van een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, veroorzaken dat de inrichting:gegevens ontvangt die overeenstemmen met door de externe inrichting gedetecteerde invoer;in reactie op het ontvangen van de gegevens, een haptische uitvoer uitreikt;na het uitreiken van de haptische uitvoer, een gebruikersinvoer detecteert;vaststelt of de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen een vooraf bepaald tijdinterval na de haptische uitvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen het vooraf bepaalde tijdinterval, een mededeling toont op het beeldscherm, waarbij de mededeling de beschikbaarheid van informatie aanduidt ten behoeve van terugspelen. 116
  88. 88
    Niet-vluchtig door een computer leesbaar opslagmedium waarop een of meer programma's zijn opgeslagen, waarbij de een of meer programma's instructies omvatten, die, wanneer deze worden uitgevoerd door een of meer verwerkingseenheden van een elektronische inrichting met een aanraakgevoelig beeldscherm, veroorzaken dat de inrichting:gegevens ontvangt vanaf de externe inrichting die gebruikersinvoer vertegenwoordigt die is ontvangen op de externe inrichting;vaststelt of de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, de ontvangen gegevens afspeelt;en in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting niet actief een applicatie voor afspelen uitvoert: een indicatie toont van het ontvangen van de gegevens;en een permissie toont, waarin de permissie, wanneer deze wordt geselecteerd, de applicatie voor afspelen start en veroorzaakt dat de elektronische inrichting de ontvangen gegevens afspeelt.
  89. 89
    Elektronische inrichting, omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het tonen van een grafische gebruikersinterface;een eenheid met aanraakgevoelig oppervlak ingericht om contacten te ontvangen;en een verwerkingseenheid die is verbonden met de beeldschermeenheid en de eenheid met aanraakgevoelig oppervlak, waarbij de verwerkingseenheid in ingericht voor het: detecteren van een gebruikersinvoer en, in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer, vertoning toestaan van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;detecteren van gebruikerselectie van een getoonde permissie die een contact vertegenwoordigt;in reactie op het detecteren van gebruikerselectie van de getoonde permissie, vervangen van het tonen van de veelheid permissies door een vertoning van contactinformatie die een geselecteerd contact identificeert, waarbij het geselecteerde contact wordt vertegenwoordigd door de geselecteerde permissie;detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm tijdens het tonen van de contactinformatie;in reactie op het detecteren van de aanraking: vertoning toestaan van een tekengebied, waarbij het tekengebied reagerend is op aanraakinvoer;detecteren van een eerste aanraakinvoer in het tekengebied welke een aanslag vertegenwoordigt;117 tonen van een visuele weergave, in het tekengebied, van de eerste aanslag;en verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen naar een externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  90. 90
    Elektronische inrichting volgens conclusie 89, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:vaststellen of een eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken na de eerste aanraakinvoer, en waarbij het verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen het verzenden van de gegevens omvat in reactie op het vaststellen dat de eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken.
  91. 91
    Elektronische inrichting volgens conclusie 90, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:voordat de eerste vooraf bepaalde tijdsduur is verstreken, detecteren van een tweede aanraakinvoer in het op het scherm aanwezige tekengebied welke een tweede aanslag vertegenwoordigt, waarbij de eerste en tweede aanslagen worden gescheiden door een tussenliggende hoeveelheid tijd;en verzenden van gegevens naar de externe inrichting die verband houdt met de tweede aanslag en de tussenliggende hoeveelheid tijd.
  92. 92
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 91, waarbij de eerste aanslag een karakteristieke kinematiek heeft, en waarbij het verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen het naar de externe inrichting verzenden van gegevens omvat die de karakteristieke kinematiek vertegenwoordigen.
  93. 93
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 92, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:toestaan van uitfaden van de getoonde visuele weergave van de eerste aanslag nadat de eerste aanslag is ontvangen gedurende een tweede vooraf bepaalde tijdsduur.
  94. 94
    Eletronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 93, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot:het tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens, en 118 het tonen van een permissie, waarbij de permissie wanneer deze wordt gekozen veroorzaakt dat de externe inrichting een visuele weergave toont van de eerste aanslag.
  95. 95
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 94, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele weergave van de eerste aanslag.
  96. 96
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 91 tot en met 95, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele weergave van de eerste aanslag, gevolgd door een pauze van de tussenliggende tijdsduur, en vervolgens tonen van een visuele weergave van de tweede aanslag.
  97. 97
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 92 tot en met 96, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzetten tot het tonen van een visuele weergave van de eerste aanslag met de karakteristieke kinematiek.
  98. 98
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 94 tot en met 97, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:toestaan van het uitfaden van de visuele weergave van een aanslag na het vaststellen dat de visuele weergave gedurende een derde vooraf bepaalde tijdsduur is getoond.
  99. 99
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 98, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting, waarbij de gegevens een derde door de externe inrichting gedetecteerde aanraakinvoer vertegenwoordigen, waarbij de derde aanraakinvoer een derde aanslag vertegenwoordigt;toestaan van het tonen van een visuele weergave van de derde aanslag in het tekengebied op de elektronische inrichting.
  100. 100
    Elektronische inrichting volgens conclusie 99, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:toestaan van het uitfaden van de visuele weergave van de derde aanslag na een vierde vooraf bepaalde tijdsduur. 119
  101. 101
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 91 tot en met 100, waarbij de tweede, derde en vierde vooraf bepaalde tijdsduren dezelfde tijdsduur zijn.
  102. 102
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 93 tot en met 101, waarbij een aanslag een begin heeft en een einde, en waarbij het uitfaden van de visuele weergave van een aanslag het uitfaden omvat van een bijbehorende aan vang van de visuele weergave voorafgaand aan het uitfaden van een bijbehorend einde van de visuele weergave.
  103. 103
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 88 tot en met 102, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:toestaan van het tonen van een kleurenkiezerpermissie in het tekengebied, waarbij de kleurenkiezerpermissie een kleur heeft die een huidige geselecteerde kleur aanduidt, waarbij het tonen van de visuele weergave van de eerste aanslag het tonen van de visuele weergave in de huidige geselecteerde kleur omvat;en in reactie op het detecteren van een selectie van de kleurenkiezerpermissie, toestaan van het tonen van een veelheid kleurenpermissies die kleuren vertegenwoordigen.
  104. 104
    Elektronische inrichting volgens conclusie 103, waarbij de veelheid kleurenpermissies permissies omvat die eerder geselecteerde kleuren vertegenwoordigen.
  105. 105
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 103 en 104, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van een selectie van een kleurenpermissie van de getoonde veelheid kleurenpermissies, tonen van een kleurenpalet.
  106. 106
    Elektronische inrichting volgens conclusie 105, waarbij het kleurenpalet een veelheid gedeelten met verschillende kleuren omvat, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in reactie op het detecteren van een selectie van een gedeelte van het kleurenpalet overeenstemmend met een geselecteerde kleur: mogelijk maken van het tonen van het tekengebied;en mogelijk maken van het bijwerken van de in het tekengebied vertoonde kleurenkiezerpermissie zodanig dat de kleurenkiezerpermissie wordt getoond met de geselecteerde kleur. 120
  107. 107
    Elektronische inrichting volgens conclusie 106, waarbij voor het naar de externe inrichting verzenden van gegevens die de eerste aanslag vertegenwoordigen, de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het verzenden van gegevens die de geselecteerde kleur vertegenwoordigen.
  108. 108
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 89 tot en met 107, waarbij de elektronische inrichting een roteerbaar invoermechanisme omvat, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen, detecteren van de gebruikersinvoer die beweging van het draaibare invoermechanisme vertegenwoordigt;en in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer: toestaan van zoomen van de vertoning van de veelheid gebruikerbenoemde contacten, waarbij het zoomen van de vertoning het wijzigen omvat van de grootte van contacten die worden getoond.
  109. 109
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 108, waarbij voor het toestaan van het zoomen van het beeldscherm, de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het toestaan van een wijziging van het aantal contacten dat wordt vertoond.
  110. 110
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 109, waarbij het aanraakgevoelige beeldscherm een of meer sensoren omvat voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige beeldscherm, de werkwijze bovendien omvattend:het, tijdens het toestaan van het vertonen van het tekengebied, detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de aanraking een karakteristieke intensiteit heeft;vaststellen of de karakteristieke intensiteit een vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt;in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de voorafbepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt: toestaan van het tonen van een oproeppermissie, waarbij de oproeppermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een oproep initialiseert naar de externe inrichting die verbandt houdt met het contact;en in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de voorafbepaalde drempelwaardeintensiteit niet overschrijdt, verzenden van gegevens die de aanraking op de externe inrichting vertegenwoordigen. 121
  111. 111
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 89 tot en met 110, waarbij het aanraakgevoelige beeldscherm een of meer sensoren omvat voor het detecteren van de intensiteit van aanrakingen op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van het tekengebied, detecteren van een aanraking op het aanraakgevoelige beeldscherm, waarbij de aanraking een karakteristieke intensiteit heeft;vaststellen of de karakteristieke intensiteit een vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt;in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit overschrijdt: toestaan van het tonen van een tekstpermissie, waarbij de tekstpermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een bericht begint dat is geadresseerd aan de externe inrichting die verband houdt met het contact;en in reactie op een vaststelling dat de karakteristieke intensiteit de vooraf bepaalde drempelwaardeintensiteit niet overschrijdt, naar de externe inrichting verzenden van gegevens die de aanraking vertegenwoordigen.
  112. 112
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 111, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van contactinformatie, identificeren van het geselecteerde contact, toestaan van het tonen van een oproeppermissie, waarbij de oproeppermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de elektronische inrichting een oproep initieert naar de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  113. 113
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 112, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van een contactinformatie die het geselecteerde contact vertegenwoordigt, toestaan van het tonen van een tekstpermissie, waarbij de tekstpermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de verwerkingseenheid een bericht initieert dat is geadresseerd aan de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  114. 114
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 113, waarbij voor het toestaan van het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen, de 122 verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het toestaan van het tonen van een veelheid permissies die gebruikerbenoemde contacten vertegenwoordigen, waarbij gebruikerbenoemde contacten een deelverzameling zijn van contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting.
  115. 115
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 89 tot en met 114, waarbij de elektronische inrichting een indrukbaar invoermechanisme omvat dat is gescheiden van het aanraakgevoelige beeldscherm, en waarbij het detecteren van gebruikersinvoer het detecteren van activering van het indrukbare invoermechanisme omvat.
  116. 116
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 89 tot en met 115, waarbij de elektronische inrichting een indrukbaar invoermechanisme en een microfoon omvat, de verwerkingseenheid bovendien ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van het tekengebied, detecteren van een activering van het indrukbare invoermechanisme;in reactie op het detecteren van de activering: registreren van een audiobericht op basis van een invoer die wordt ontvangen van de microfoon zolang het indrukbare invoermechanisme ingedrukt blijft;detecteren van een vrijgave van het indrukbare invoermechanisme;en in reactie op het detecteren van de vrijgave: ophouden met het registreren van het audiobericht en verzenden van het geregistreerde audiobericht naar de externe inrichting die verband houdt met het geselecteerde contact.
  117. 117
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting die verband houdt met een contact, omvattende:een beeldschermeenheid die is ingericht voor het tonen van een grafische gebruikersinterface;een eenheid met aanraakgevoelig oppervlak ingericht voor het ontvangen van aanrakingen;en een verwerkingseenheid die is verbonden met het beeldscherm en de eenheid met aanraakgevoelig oppervlak, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: ontvangen van gebruikerselectie van een getoonde permissie die het contact vertegenwoordigt;na het ontvangen van de selectie, detecteren van gebruikersinvoer op het aanraakgevoelige beeldscherm;vaststellen of de aanraakinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer is of een meervingerige qaanraakinvoer;en 123 in overeenstemming met een vaststelling dat de aanraking een enkelvingerige aanraakinvoer is, naar de externe inrichting verzenden van gegevens, waarbij de gegevens de enkelvingerige aanraakinvoer vertegenwoordigen.
  118. 118
    Elektronische inrichting volgens conclusie 117, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een uitvoer die overeenstemt met de enkelvingerige aanraakinvoer.
  119. 119
    Elektronische inrichting volgens conclusie 117, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van:een mededeling van het ontvangen van de gegevens, en een permissie die, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de externe inrichting een visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer toont.
  120. 120
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 117 tot het 119, waarbij het detecteren van gebruikersinvoer op het aanraakgevoelige beeldscherm van elektronische inrichting het detecteren omvat van de enkelvingerige aanraakinvoer op een positie op het aanraakgevoelige beeldscherm, en waarbij de visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer, wanneer deze wordt getoond, wordt getoond op een scherm van de externe inrichting op een locatie die overeenstemt met de positie waar de enkelvingerige aanraakinvoer werd gedetecteerd.
  121. 121
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 118 tot en met 120, waarbij de visuele indicatie een of meer cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  122. 122
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 118 tot en met 121, waarbij de visuele indicatie twee of meer concentrische cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  123. 123
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 118 tot en met 122, waarbij de visuele indicatie op de externe inrichting uitfadet na gedurende een vooraf bepaalde tijdsduur te zijn getoond.
  124. 124
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 117 tot en met 123, waarbij de enkelvingerige aanraakinvoer een enkelvingerige klop is. 124
  125. 125
    Elektronische inrichting volgens conclusie 117, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:in overeenstemming met een vaststelling dat de gedetecteerde gebruikersinvoer een meervoudige vingeraanraakinvoer vertegenwoordigt, verzenden van gegevens naar de externe inrichting, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het tonen van een visuele indicatie voor de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  126. 126
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 117 en 118, waarbij de uitvoer omvat:een mededeling van het ontvangen van de gegevens, en een permissie die, wanneer deze wordt gekozen, veroorzaakt dat de externe inrichting een visuele indicatie toont voor de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  127. 127
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 125 en 126, waarbij de visuele indicatie een afbeelding is.
  128. 128
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 125 tot en met 127, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding is.
  129. 129
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 125 tot en met 128, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding is van een pulserend hart.
  130. 130
    Elektronische inrichting volgens conclusie 129, waarbij de elektronische inrichting bovendien een biometrische sensor omvat die is ingericht voor het detecteren van het tempo van een hartslag, waarbij een tempo van pulseren van het pulserende hart is gebaseerd op het gedetecteerde tempo van hartslag.
  131. 131
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 129 en 130, waarbij de elektronische inrichting bovendien een biometrische sensor omvat die is ingericht voor het detecteren van het tempo van een hartslag, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een haptische uitvoer die overeenstemt met het gedetecteerde hartslagtempo.
  132. 132
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 117 tot en met 131, waarbij het verzenden van de gegevens de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van een haptische uitvoer. 125
  133. 133
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 117 tot en met 132, waarbij de elektronische inrichting een draaibaar invoermechanisme omvat, waarbij het ontvangen van gebruikerselectie van het contact omvat:het toestaan van het tonen van een veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen;het detecteren van een gebruikersinvoer die beweging vertegenwoordigt van het draagbare invoermechanisme;en het in reactie op het detecteren van de gebruikersinvoer: toestaan van het zoomen van het tonen van de veelheid gebruikerbenoemde contacten, waarbij het zoomen van het beeldscherm het wijzigen van de grootte van contacten die worden getoond omvat.
  134. 134
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 133, waarbij, voor het toestaan van het zoomen van het tonen, de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het toestaan van een wijziging van het aantal contacten dat wordt getoond.
  135. 135
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 133 een 134, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van de veelheid permissies die contacten vertegenwoordigen, detecteren van een aanraakinvoer op een getoonde permissie;en in reactie op het detecteren van de aanraakinvoer, verzenden van gegevens naar de externe inrichting die verband houdt met het contact, waarbij het verzenden de externe inrichting aanzet tot het verschaffen van haptische uitvoer.
  136. 136
    Elektronische inrichting volgens conclusie 135, waarbij voor het detecteren van de aanraakinvoer op de getoonde permissie, de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het detecteren van een eerste aanraking en loslating op de getoonde permissie gevolgd door een tweede aanraking en loslating op de getoonde permissie binnen een vooraf bepaalde tijdsduur.
  137. 137
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting, omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het tonen van een grafische gebruikersinterface;een eenheid met aanraakgevoelig oppervlak ingericht voor het ontvangen van aanrakingen;en een verwerkingseenheid verbonden met de beeldschermeenheid en de eenheid met aanraakgevoelig oppervlak, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: ontvangen van gegevens die overeenstemmen met door de externe inrichting gedetecteerde invoer;126 in reactie op het ontvangen van de gegevens, uitreiken van een haptische uitvoer;na het uitreiken van de haptische uitvoer, detecteren van een gebruikersinvoer;vaststellen of de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen een vooraf bepaald tijdinterval na de haptische uitvoer;en in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd binnen het vooraf bepaalde tijdinterval, toestaan van het tonen van een mededeling op het beeldscherm, waarbij de mededeling de beschikbaarheid van informatie aanduidt ten behoeve van afspelen.
  138. 138
    Elektronische inrichting volgens conclusie 137, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:tijdens het toestaan van het tonen van de mededeling, detecteren van een tweede gebruikersinvoer vaststellen of de ontvangen gegevens visuele informatie omvat;en in overeenstemming met een vaststelling dat de ontvangen gegevens visuele informatie omvatten: vervangen van de getoonde mededeling door een vertoning van de visuele informatie.
  139. 139
    Elektronische inrichting volgens conclusie 138, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:vaststellen of de ontvangen gegevens audio-informatie omvatten;en in overeenstemming met een vaststelling dat de ontvangen gegevens audio-informatie omvatten: afspelen van de audio-informatie door een luidspreker die functioneel is verbonden met de elektronische inrichting.
  140. 140
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 137 tot en met 139, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:identificeren van een gebruiker die verband houdt met de externe inrichting;en in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer werd gedetecteerd na de vooraf bepaalde tijdsduur: toestaan van het tonen van een veelheid permissies die gebruikerbenoemde contacten vertegenwoordigen, en een permissie die de gebruiker vertegenwoordigt die verband houdt met de externe inrichting;en toestaan van het tonen van een indicatie die overeenstemt met de permissie die de gebruiker vertegenwoordigt die verband houdt met de externe inrichting, waarbij de indicatie de beschikbaarheid aanduidt van informatie voor terugspelen die is ontvangen vanaf de gebruiker die verband houdt met de externe inrichting. 127
  141. 141
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 137 tot en met 140, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:identificeren van een veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting;vaststellen of de externe inrichting verband houdt met een contact van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting;in overeenstemming met een vaststelling dat de externe inrichting geen verband houdt met een contact van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting: toestaan van het tonen van een contacttoevoegpermissie, waarbij de contacttoevoegpermissie, wanneer deze wordt geselecteerd, veroorzaakt dat de verwerkingseenheid het tonen van een gebruikersinterfacescherm toestaat voor het registreren van een contact en het in verband brengen van de externe inrichting met het contact.
  142. 142
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 137 tot en met 141, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:identificeren van een deelverzameling van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting, als een veelheid gebruikerbenoemde contacten;vaststellen of de externe inrichting verband houdt met een gebruikerbenoemd contact van de veelheid gebruikerbenoemde contacten;en in overeenstemming met een vaststelling dat de externe inrichting verband houdt met een contact van de veelheid contacten die toegankelijk zijn voor de elektronische inrichting, maar niet in verband gebracht met een gebruikerbenoemd contact van de veelheid gebruikerbenoemde contacten: toestaan van het tonen van een benoempermissie, waarbij de benoempermissie, wanneer deze wordt gekozen, veroorzaakt dat de verwerkingseenheidhet tonen van een gebruikersinterfacescherm toestaat voor het benoemen van het contact dat verband houdt met de externe inrichting als een gebruikerbenoemd contact.
  143. 143
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 137 tot en met 142, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:identificeren van een contactnaam die verband houdt met de externe inrichting, waarbij het tonen van een mededeling op het beeldscherm het tonen van de identificatie van de contactnaam omvat. 128
  144. 144
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 137 tot en met 143, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:identificeren van een afbeelding die verband houdt met de contactnaam, waarbij het toestaan van het tonen van een mededeling op het beeldscherm het toestaan van het tonen van de afbeelding omvat.
  145. 145
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 137 tot en met 144, waarbij het detecteren van een gebruikersinvoer het detecteren omvat van een beweging van de elektronische inrichting.
  146. 146
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 137 tot en met 144, waarbij het detecteren van een gebruikersinvoer het detecteren omvat van een omhoog brengen van de elektronische inrichting.
  147. 147
    Elektronische inrichting ingericht voor het communiceren met een externe inrichting, omvattende:een beeldschermeenheid ingericht voor het tonen van een grafische gebruikersinterface;een eenheid met aanraakgevoelig oppervlak ingericht voor het ontvangen van aanrakingen;en een verwerkingseenheid verbonden met de beeldschermeenheid en de eenheid met aanraakgevoelig oppervlak, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht voor het: ontvangen van gegevens vanaf de externe inrichting die gebruikersinvoer vertegenwoordigt die is ontvangen op de externe inrichting;vaststellen of de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting een applicatie voor afspelen actief uitvoert, afspelen van de ontvangen gegevens;en in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting niet actief een applicatie voor afspelen uitvoert: toestaan van het tonen van een indicatie van het ontvangen van de gegevens;en toestaan van het tonen van een permissie, waarin de permissie, wanneer deze wordt geselecteerd, de applicatie voor afspelen start en veroorzaakt dat de elektronische inrichting de ontvangen gegevens afspeelt.
  148. 148
    Elektronische inrichting volgens conclusie 147, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:129 in overeenstemming met een vaststelling dat de elektronische inrichting de applicatie voor afspelen niet actief uitvoert, verschaffen van haptische uitvoer in reactie op het ontvangen van de gegevens.
  149. 149
    Elektronische inrichting volgens een van conclusies 147 een 148, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een enkelvingerige aanraakinvoer op de externe inrichting is, toestaan van het tonen van een visuele weergave van de enkelvingerige aanraakinvoer op een scherm van de elektronische inrichting overeenstemmend met de positie op de externe inrichting waar de enkelvingerige aanraakinvoer werd gedetecteerd.
  150. 150
    Elektronische inrichting volgens conclusie 149, waarbij de visuele indicatie een of meer cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  151. 151
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 149 en 150, waarbij de visuele indicatie twee of meer concentrische cirkels, ellipsen en/of ovalen omvat.
  152. 152
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 149 en 150, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:toestaan van uitfaden van de visuele indicatie na een vooraf bepaalde tijdsduur.
  153. 153
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 147 en 148, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een meervingerige aanraakinvoer is op de externe inrichting, toestaan van het tonen van een visuele indicatie voor de tijdsduur van de meervingerige aanraakinvoer.
  154. 154
    Elektronische inrichting volgens conclusie 153, waarbij de visuele indicatie een afbeelding is.
  155. 155
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 153 en 154, waarbij de visuele indicatie in een geanimeerde afbeelding is.
  156. 156
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 153 tot en met 155, waarbij de visuele indicatie een geanimeerde afbeelding van een pulserend hart is. 130
  157. 157
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 153 tot en met 155, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:verschaffen van haptische uitvoer tijdens het toestaan van het tonen van de visuele indicatie.
  158. 158
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 147 en 148, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een dubbele klop op de externe inrichting is, toestaan van het tonen van een identificatie van een gebruiker die verband houdt met de externe inrichting, en verschaffen van een haptische uitvoer tijdens het tonen van de identificatie.
  159. 159
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 147 en 148, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een audio-opname is die is geregistreerd onder gebruikmaking van een microfoon van de externe inrichting, afspelen van de audio-opname.
  160. 160
    Elektronische inrichting volgens een van de conclusies 147 en 148, waarbij het afspelen van de ontvangen gegevens bovendien omvat:het, in overeenstemming met een vaststelling dat de gebruikersinvoer een veegaanraking op de externe inrichting is die een aanslag vertegenwoordigt, toestaan van het tonen van een visuele weergave van de aanslag.
  161. 161
    Elektronische inrichting volgens conclusie 160, waarbij de verwerkingseenheid bovendien is ingericht voor het:uitfaden van de aanslag na een vooraf bepaalde tijdsduur. FIG. IA φ > LU φ •e ο Ü? θ FIG. IB 212 206 200 Portable Multifunction Device 100 I 210 I 210 is SIM card slot 212 is headphone jack Microphone 113 Touch Screen 112 ( Contact Intensity y Sensor(s) 165 ( Tactile Output y Generator's) 167 Accelerometer(s) 168 External Port 124
Independent claims161