NL2014633A

Starting composition for a foam which is suitable for capturing dust particles, method for capturing dust particles, spraying device suitable for the method

Abstract

Starting composition for a foam suitable for trapping dust particles, comprising: - a fraction of glycol ether, - a fraction of fatty alcohol, - a fraction of amine oxide, and - a fraction of fatty alcohol sulphate. A water-based foamable mixture comprising the starting composition. Method for capturing dust particles that may be released during work on a substrate using the foamable mixture. Spraying device, comprising: - a reservoir for a foamable mixture under pressure from a gas, - a spray head for spraying the foamable mixture, - a line for supplying the foamable mixture from the reservoir to the spray head, - a gas inlet in the gas and foamable mixture conduit line, the reservoir being a closed chamber without inlet comprising an amount of the foamable mixture.

NL2014633A, drawing sheet 1
Sheet 1 of 6

Term

8.6 yearsto projected expiry

Projected expiry 14 April 2035, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority and filed
  2. Published
  3. Today
  4. Projected expiry

19 claims: 14 independent, 5 dependent

  1. 1
    Conclusies 1. Uitgangssamenstelling voor een schuim dat geschikt is om stofdeeltjes weg te vangen, omvattende:- een fractie glycolether, - een fractie vetalcohol, - een fractie amineoxide, en - een fractie vetalcoholsulfaat.
  2. 2
    Uitgangssamenstelling volgens conclusie 1, welke een vloeibaar concentraat is, dat bij voorkeur water omvat en bij meer voorkeur 10 tot 40 gew.% water.
  3. 3
    Uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende:- 1 tot 20 gew.% fractie glycolether, bij voorkeur 5 tot 15 gew.%, - 1 tot 20 gew.% fractie vetalcohol, bij voorkeur 5 tot 15 gew.%, -0,1 tot 10 gew.% fractie amineoxide, bij voorkeur 0.2 tot 2.0 gew.%, - 1 tot 20 gew.% fractie vetalcoholsulfaat, bij voorkeur 5 tot 15 gew.%.
  4. 4
    Uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de fractie glycolether een of meer glycoldiethers omvat, waaronder bij voorkeur 2-(2butoxyethoxyjethanol.
  5. 5
    Uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de fractie vetalcohol een of meer C12-C16 vetalcoholen omvat.
  6. 6
    Uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de fractie amineoxide een of meer trialkylamine-N-oxiden omvat, waaronder bij voorkeur coco-alkyldimethylamine-N-oxide.
  7. 7
    Uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de fractie vetalcoholsulfaat een of meer vetalcoholethersulfaten omvat, waaronder bij voorkeur vetalcoholethersulfaten die C12-04 vetalcoholen omvatten.
  8. 8
    Schuimbaar mengsel op waterbasis, dat 2 tot 5 gew.% van de uitgangssamenstelling volgens een van de voorgaande conclusies omvat.
  9. 9
    Schuimbaar mengsel volgens conclusie 8, met een oppervlaktespanning van 2040 mN/m, in het bijzonder 22-32 mN/m.
  10. 10
    Schuimbaar mengsel volgens een van de conclusies 8-9, met een viscositeit van 40-80 mPa.s.
  11. 11
    Schuimbaar mengsel volgens een van de conclusies 8-10, met een verschuimingsgetal van 8 tot 20.
  12. 12
    Werkwijze voor het wegvangen van stofdeeltjes die tijdens werkzaamheden aan een substraat kunnen vrijkomen, omvattende de stappen van:- het vermengen van een gas met een schuimbaar mengsel, en - het onder overdruk uit een sproeiinrichting sproeien van het met een gas vermengd schuimbaar mengsel op het substraat voordat de werkzaamheden worden aangevangen, waarbij een schuimlaag wordt gevormd op het substraat welke een 50%uitwateringstijd heeft van ten minste 20 minuten, en bij voorkeur ten minste een half uur, volgens de norm NEN-EN 1568.
  13. 13
    Werkwijze volgens conclusie 12, omvattende de stap van het verwijderen van de schuimlaag op het substraat na het uitvoeren van de werkzaamheden aan het substraat.
  14. 14
    Werkwijze volgens een van de conclusies 12-13, waarbij een schuimbaar mengsel wordt toegepast volgens een van de conclusies 8-11.
  15. 15
    Werkwijze volgens een van de conclusies 12-14, waarbij de sproeiinrichting omvat:- een reservoir voor een schuimbaar mengsel dat onder druk staat van een gas, - een sproeikop voor het versproeien van het schuimbaar mengsel, - een leiding voor het toevoeren van het schuimbaar mengsel vanuit het reservoir naar de sproeikop, - een gasinlaat in de leiding voor het vermengen van het gas en het schuimbaar mengsel, waarbij in de leiding tussen de gasinlaat en de sproeikop een poreuze vaste structuur aanwezig is, die als doorgang voor het schuimbaar mengsel fungeert, bij welke doorgang een voorschuim wordt gevormd uit het schuimbaar mengsel.
  16. 16
    Werkwijze volgens conclusie 15, waarbij in de leiding tussen de gasinlaat en de sproeikop twee poreuze vaste structuren op afstand van elkaar aanwezig zijn die beide als doorgang voor het schuimbaar mengsel fungeren. 10
  17. 17
    Werkwijze volgens conclusie 16, waarbij de doorsnede van de leiding afneemt tussen de twee vaste poreuze structuren, in de richting naar de sproeikop.
  18. 18
    Werkwijze volgens een van de conclusies 15-17, waarbij de sproeikop van de sproeiinrichting een hoofdzakelijk spieetvormige uitgang heeft.
  19. 19
    Sproeiinrichting, omvattende:- een reservoir voor een schuimbaar mengsel dat onder druk staat van een gas, - een sproeikop voor het versproeien van het schuimbaar mengsel, - een leiding voor het toevoeren van het schuimbaar mengsel vanuit het reservoir naar 20 de sproeikop, - een gasinlaat in de leiding voor het vermengen van het gas en het schuimbaar mengsel, waarbij het reservoir een gesloten kamer zonder inlaat is, die een hoeveelheid van het schuimbaar mengsel volgens een van de conclusies 8-11 omvat. 1/5 2/5 Fig. 2a Fig. 2b 3/5
Independent claims19