Nova Patents
NL2014477A

Vacuum Installation.

Abstract

A vacuum installation comprises a vacuum chamber having an inlet for aspirating a quantity of liquid or particulate material. A cyclone separation unit comprising a plurality of cyclones, communicating in parallel with the interior of the vacuum chamber is connected to a vacuum pump to draw air from the vacuum chamber through the cyclones and induce a separating vortex flow within the cyclones. A controller is arranged to control the vacuum pump to provide a chosen flow rate and to selectively deactivate one or more of the cyclones according to the chosen flow rate.

NL2014477A, drawing sheet 1
Sheet 1 of 6

Term

8.5 yearsto projected expiry

Projected expiry 17 March 2035, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority and filed
  2. Today
  3. Projected expiry

17 claims: 8 independent, 9 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Vacuüminstallatie (2) omvattende:een vacuümkamer (4) met een inlaat (24) voor het opzuigen van een hoeveelheid vloeistof of deeltj esmateriaal M;een cycloonscheidingseenheid (6) omvattende meerdere cyclonen (10), welke parallel aan elkaar in verbinding staan met het inwendige van de vacuümkamer;een vacuümpomp (20) verbonden aan de cycloonscheidingseenheid om lucht aan te zuigen vanuit de vacuümkamer door middel van de cyclonen om een scheidingswerv el stroom in de cyclonen te genereren;en een regeleenheid (50), ingericht voor het aansturen van de vacuümpomp om een bepaalde stroomsnelheid te verschaffen, waarbij de regeleenheid verder is ingericht voor het selectief deactiveren van een of meerdere cyclonen om de stroomsnelheid door midel van de overblijvende cyclonen naar een optimale stroomsnelheid aan te passen.
  2. 2
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 1, waarbij de regeleenheid is ingericht voor het opeenvolgend selectief activeren en deactiveren van cyclonen.
  3. 3
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 1 of 2, waarbij alle cyclonen zijn gespecificeerd om werkzaam te zijn bij dezelfde optimale stroomsnelheid.
  4. 4
    Vacuüminstallatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de regeleenheid is ingericht voor het regelen van de stroomsnelheid door de vacuümpomp naar meerdere voorgeselecteerde stroomsnelheden, elk overeenkomend met een aantal geactiveerde cyclonen.
  5. 5
    Vacuüminstallatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de regeleenheid is ingericht voor het selectief deactiveren van een of meer cyclonen voor het terugwaarts spoelen van de gedeactiveerde cyclonen tijdens het voortzetten van het opzuigen door geactiveerde cyclonen.
  6. 6
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 5, waarbij de cycloonscheidingseenheid meerdere verzamelinrichtingen (14) omvat, welke zijn ingericht voor het ontvangen van het gescheiden materiaal en elk zijn voorzien van een respectievelijke spoelklep (34), welke de verzamelinrichting aan de vacuümkamer verbindt en de regeleenheid selectief de spoelkleppen bedient om het gescheiden materiaal terugwaarts te spoelen van een of meer verzamelinrichtingen naar de vacuümkamer.
  7. 7
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 5 of 6, verder omvattende meerdere filters (16) tussen de cyclonen en de vacuümpomp, en waarbij de regeleenheid is ingericht voor het terugwaarts spoelen van lucht door een of meer filters tijdens het operationeel blijven van de andere filters.
  8. 8
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 7, verder omvattende een zuigklepinrichting voor elke filter of groep van filters, waarbij een verbinding met de vacuümpomp kan worden gesloten en een verbinding met de omgeving kan worden geopend, en de regeleenheid is ingericht voor het selectief activeren van een bepaalde zuigklepinrichting geassocieerd met de gedeactiveerde cycloon of cyclonen.
  9. 9
    Vacuüminstallatie volgens een der conclusies 5-8, waarbij de cycloonscheidingseenheid meerdere cycloonblokken (12) omvat, waarbij elk blok een verzamelinrichting (14) heeft die meerdere cyclonen bedient, en waarbij de regeleenheid is ingericht om selectief elk van de cycloonblokken terugwaarts te spoelen.
  10. 10
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 9, waarbij de cyclonen in elk cycloonblok parallel zijn verbonden aan de vacuümpomp door middel van dezelfde filter.
  11. 11
    Vacuüminstallatie volgens conclusie 9 of 10, waarbij de cyclonen in elk cycloonblok parallel zijn verbonden aan de vacuümpomp door middel van dezelfde zuigklepinrichting.
  12. 12
    Vacuüminstallatie volgens een der voorgaande conclusies, verder omvattende een stroomvraagsensor (52) ingericht om een indicatie van de stroomsnelheid door de installatie uit te voeren, en de regeleenheid is ingericht om selectief een of meer cyclonen te deactiveren als gevolg van de uitvoer van de stroomvraagsensor.
  13. 13
    Vacuümtruck (1) omvattende een vacuüminstallatie (2) volgens een der voorgaande conclusies.
  14. 14
    Werkwijze voor het bedienen van een vacuüminstallatie (2) voor het opzuigen van een hoeveelheid vloeistof of deeltjesmateriaal M, de vacuüminstallatie omvattende een vacuümpomp (20) en meerdere cyclonen (10), welke parallel aan elkaar in verbinding staan met het inwendige van een vacuümkamer (4) met een inlaat (24) voor het aanzuigen van het materiaal, waarbij de werkwijze omvat:het bedienen van de vacuümpomp voor het verschaffen van een gewenste stroomsnelheid door de inlaat;en het selectief deactiveren van een of meer cyclonen overeenkomstig de stroomsnelheid om zo door de overgebleven cyclonen een stroomsnelheid binnen een optimaal werkzaam bereik te onderhouden.
  15. 15
    Werkwijze volgens conclusie 14, verder omvattende het terugwaarts spoelen van een of meer gedeactiveerde cyclonen om ten minste een deel van de stromingsbaan schoon te maken.
  16. 16
    Werkwijze volgens conclusie 14 of 15, waarbij de cyclonen opeenvolgend en selectief worden gedeactiveerd.
  17. 17
    Werkwijze volgens een der conclusies 14-16, verder omvattende het meten van een gewenste stroomsnelheid door de inlaat door het bepalen van een drukval tussen de vacuümkamer en een inlaat van de vacuümpomp.
Independent claims17