NL2010876B1

Adaptive UL-DL configurations in a TDD heterogeneous network.

Abstract

Technology for traffic offloading to generate a low interference flexible subframe, FlexSF, of an adaptive uplink-downlink, UL-DL, time-division duplexing, TDD, subframe configuration in a heterogeneous network, HetNet, is disclosed. One method can include an evolved Node B, eNB, monitoring a traffic loading metric for a specified traffic loading condition. The eNB can offload traffic scheduled for a packet of a macro user equipment, UE, from a macro cell to a FlexSF of a UL-DL subframe configuration of a small cell when the specified traffic loading condition exists. The eNB can be a macro eNB of the macro cell or a small eNB of the small cell.

NL2010876B1, drawing sheet 1
Sheet 1 of 15

Term

6.7 yearsto projected expiry

Projected expiry 29 May 2033, counted from filing; an application has no term until it is granted.

  1. Priority
  2. Filed
  3. Published
  4. Today
  5. Projected expiry

23 claims: 3 independent, 20 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES 1. Werkwijze voor het ontlasten van verkeer om een flexibel subframe met lage storing (FlexSF) van een adaptieve uplink-downlink (UL-DL) time-division duplexing (TDD) subframeconfiguratie te genereren in een heterogeen netwerk (HetNet), omvattende:het bewaken van een verkeersbelastingsmeeteenheid bij een geëvolueerd knooppunt B (Node B) (eNB) voor een gespecificeerde verkeersbelastingsvoorwaarde;en bepalen van het geplande verkeer voor een pakket van een macrogebruikerstoestel (UE) om te ontlasten van een macrocel naar een FlexSF van een UL-DL-subframeconfiguratie van een kleine cel wanneer de gespecificeerde verkeersbelastingsvoorwaarde bestaat, wanneer een bepaling wordt gemaakt om een aantal downlink (DL) subframes in het HetNet te verhogen of wanneer een bepaling wordt gemaakt om een aantal uplink (UL) subframes in het HetNet te verhogen;waarbij het eNB een macro eNB van de macrocel of een klein eNB van de kleine cel is.
  2. 2
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de gespecificeerde verkeersbelastingsvoorwaarde wordt bepaald uit besturingsinformatie geselecteerd uit de groep bestaande uit een huidige downlink (DL) of uplink (UL) bufferstatus van de macrocel of de kleine cel, een spectrale doelmatigheid (efficiency) van een DL- of UL-cel van de kleine cel of de macrocel op subframes, een geschiktheid van de kleine cel om UL-DL TDD-configuraties aan te passen, een intercel-padversterking tussen de macrocel en de kleine cel, een geschiktheid van een kleine cel om aanvullende UE’s te accepteren, en combinaties daarvan.
  3. 3
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het FlexSF wordt geselecteerd uit de groep bestaande uit subframe 3, 4, 7, 8, 9, en een subframe ingericht om tegengestelde transmissierichtingen mogelijk te maken;en waarbij het kleine eNB een laagvermogenknooppunt (LPN), een micro eNB, een pico eNB, een femto eNB, een thuis eNB (HeNB), een radiokop op afstand (RRH), een radiotoestel op afstand (RRE), of een radio-eenheid op afstand (RRU) omvat.
  4. 4
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het ontlasten van verkeer van de macrocel verder omvat het ontlasten van uplink (UL)-verkeer wanneer aanvullende downlink (DL)-subframes worden opgevraagd door de kleine cel.
  5. 5
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het ontlasten van het verkeer van de macrocel verder omvat het ontlasten van downlink (DL)-verkeer wanneer aanvullende uplink (UL)-subframes worden opgevraagd door de kleine cel.
  6. 6
    Werkwijze volgens conclusie 5, verder omvattende:het onderdrukken van gegevenstransmissie van een DL-subframe gepland op een in hoofdzaak vergelijkbare tijd als een flexibel subframe (FlexSF) van de kleine cel, waarbij de onderdrukte gegevenstransmissie een regelmatig subframe of een vooraf ingericht bijna leeg subframe (ABS) gebruikt.
  7. 7
    Werkwijze volgens conclusie 1, verder omvattende:het aanpassen van het FlexSF van de UL-DL-subframeconfiguratie van de kleine cel aan de UL-DL-subframeconfiguratie van de macrocel in een verminderde UL-DL-aanpassingsverzameling, waarbij het FlexSF van de kleine cel wordt gepland op een in hoofdzaak vergelijkbare tijd als een uplink (UL)-subframe van de macrocel, en het FlexSF is ingericht om te variëren als een DL-subframe of een UL-subframe op basis van de verminderde UL-DL-aanpassingsverzameling.
  8. 8
    Werkwijze volgens conclusie 1, verder omvattende:het meten van knooppunt-naar-knooppunt-kanaalstoring tussen kleine cellen geschat uit een uplink (UL)-subframe van een kleine cel gedurende een downlink (DL)-subframe van een andere kleine cel;het verzamelen van knooppunt-naar-knooppunt-kanaalstoringsmetingen bij de kleine cel uit ten minste een andere cel;het vaststellen van storingsmanagement(IM)-clusters gebaseerd op de verzamelde knooppunt-naar-knooppunt-kanaalstoringsmetingen uit kleine cellen, waarbij de kleine cellen die storing naar elkaar genereren boven een gespecificeerde drempel tezamen gegroepeerd zijn in eenzelfde IM-cluster;en het configureren van de kleine cellen in elk IM-cluster met eenzelfde UL-DL-subframeconfiguratie.
  9. 9
    Werkwijze volgens conclusie 1, verder omvattende:het verminderen van transmissievermogen bij het kleine eNB van het FlexSF ingericht als het DL-subframe.
  10. 10
    Werkwijze volgens conclusie 1, verder omvattende het voorafgaand aan het ontlasten van het verkeer van de macrocel:het bij het macro eNB ontvangen van macro UE (MUE) verkeersvereisten omvattende een hoeveelheid te verzenden data of een dienstkwaliteit (QoS)-parameter voor het pakket;het aanvragen van kanaalkwaliteitsmetingen uit de MUE voor naburige kleine cellen;het ontvangen van kanaalkwaliteitsmetingen bij het macro eNB uit de MUE voor de naburige kleine cellen;en het vaststellen van het verkeer van de macrocel om te ontlasten gebaseerd op ten minste een van de MUE-verkeersvereisten en de kanaalkwaliteitsmetingen van de MUE op de naburige kleine cellen.
  11. 11
    Ten minste een niet door een machine uitleesbaar opslagmedium omvattende een veelvoud instructies om te worden uitgevoerd om de werkwijze van conclusie 1 in praktijk te brengen.
  12. 12
    Een knooppuntinrichting van een macroknooppunt ingericht om een uplink-downlink (UL-DL) time-division duplexing (TDD) subframeconfiguratie te selecteren in een heterogeen netwerk (HetNet) om verkeersaanpassing van een kleine cel mogelijk te maken, omvattende:een verwerkingsmodule om verkeer van het macroknooppunt vast te stellen om naar een klein knooppunt te ontlasten en om een macro UL-DLconfiguratie te wijzigen om het aantal uplink-subframes of downlink-subframes te verminderen, waarbij het ontlaste verkeer een transmissie van een macrogebruikstoestel-(MUE)-pakket omvat, wanneer een bepaling is gemaakt om een aantal downlink (DL) subframes in het HetNet te verhogen, of de verwerkingsmodule verder werkzaam is om DL-verkeer naar het kleine knooppunt te ontlasten wanneer een bepaling is gemaakt om een aantal uplink (UL) subframes in het HetNet te verhogen;en een zend-ontvangmodule voor: het communiceren met een MUE, het communiceren met de gewijzigde macro UL-DL-configuratie naar het kleine knooppunt, en het communiceren van ontlast verkeer naar het kleine knooppunt.
  13. 13
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 12, waarbij de zendontvangmodule verder is ingericht om een gegevenstransmissie van een DLsubframe te onderdrukken, die gepland is op een in hoofdzaak vergelijkbare tijd als een flexibel subframe (FlexSF) van de kleine cel, waarbij de onderdrukte gegevenstransmissie een regelmatig subframe of een bijna leeg subframe (AZBS) gebruikt, en waarbij het FlexSF geselecteerd is uit de groep bestaande uit subframe 3, 4, 7, 8, 9, en een subframe ingericht om tegengestelde transmissierichtingen mogelijk te maken.
  14. 14
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 12, waarbij de verwerkingsmodule verder is ingericht om een gespecificeerde verkeersbelastingsvoorwaarde te bewaken om het ontlasten van het verkeer van de MUE naar het kleine knooppunt te activeren, het onderdrukken van een gegevenstransmissie van een downlink (DL)subframe gepland op een in hoofdzaak vergelijkbare tijd als een flexibel subframe (FlexSF) van de kleine cel te activeren, een aanvraag aan het kleine knooppunt om een UL-DL-aanpassingsverzameling te activeren, een aanvraag aan het kleine knooppunt om verzachting van celclusterstoring (CCIM) te activeren, of een aanvraag aan het kleine knooppunt om een transmissievermogen van een FlexSF ingericht als het DL-subframe bij het kleine knooppunt te activeren.
  15. 15
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 12, waarbij de zendontvangmodule verder is ingericht om te communiceren met de kleine knooppunten door middel van X2-signalering of omleidingssignalering (backhaul link signaling) via een draadloos kanaal, een draadverbinding of een optische vezelverbinding, en het knooppunt wordt geselecteerd uit de groep bestaande uit een basisstation (BS), een knooppunt B (NB), een geëvolueerd knooppunt B (eNB), een basisbandeenheid (BBU), een radiokop op afstand (RRH), een radiotoestel op afstand (RRE), een radio-eenheid op afstand (RRU), een centrale verwerkingsmodule (CPM), en combinaties daarvan, en waarbij het kleine knooppunt wordt geselecteerd uit de groep bestaande uit een laagvermogenknooppunt (LPN), een micro eNB, een pico eNB, een femto-eNB, een thuis eNB (HeNB), een radiokop op afstand (RRH), een radiotoestel op afstand (RRE), een radio-eenheid op afstand (RRU), en combinaties daarvan
  16. 16
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 12, waarbij:de zend-ontvangmodule verder ingericht is om: MUE-verkeersvereisten te ontvangen, kanaalkwaliteitsmetingen van de MUE op naburige kleine cellen aan te vragen, en kanaalkwaliteitsmetingen van naburige cellen uit de MUE te ontvangen;en de verwerkingsmodule verder is ingericht om het verkeer vast te stellen om te ontlasten op basis van ten minste een van de kanaalkwaliteitsmetingen van naburige cellen en MUE-verkeersvereisten, waarbij de MUEverkeersvereisten een hoeveelheid te verzenden gegevens of een dienstkwaliteit (QoS)-parameter voor het MUE-pakket omvatten.
  17. 17
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 12, waarbij:de verwerkingsmodule verder ingericht is om verkeer naar het kleine knooppunt te ontlasten gebruikmakend van een semi-statisch mechanisme of dynamisch signaleren, waarbij het semi-statische mechanisme verbeterde tussen-celstoringscoördinatie (eICIC) met een hoge voorinstelling van het ontvangen referentiesignaalvermogen (RSRP), overbelastingsindicatie (Ol), of hoge storingsindicatie (Η11) gebruikt, en het dynamisch signaleren fysieke of hogere laag-signalering omvat die de ontlasting van de transmissie aangeeft.
  18. 18
    Knooppuntinrichting van een klein geëvolueerd knooppunt B (eNB) ingericht om uplink-downlink (UL-DL) time-division duplexing (TDD)-subframeconfiguraties in een heterogeen netwerk (HetNet) aan te passen, omvattende:een zend-ontvangmodule voor het ontvangen van een macro UL-DL-configuratie uit een macro eNB;en een verwerkingsmodule om een pico UL-DL-aanpassingsverzameling te genereren gebaseerd op de macro UL-DL-configuratie, waarbij de pico UL-DL-aanpassingsverzameling een deelverzameling van beschikbare UL-DLconfiguraties met een flexibel subframe (FlexSF) omvat, en het FlexSF is ingericht om te variëren als een van een downlink (DL)-subframe of een UL-subframe gebaseerd op de pico UL-DL-aanpassingsverzameling, waarin het FlexSF van de UL-DL-subframeconfiguratie verder is ingericht om te variëren in overeenstemming met verkeer gepland voor een pakket van macrogebruikerstoestellen ontlast van het macro eNB naar het FlexSF wanneer een gespecificeerde verkeersvoorwaarde bestaat, wanneer een bepaling is gemaakt om een aantal downlink (DL) subframes in het HetNet te verhogen of wanneer een bepaling is gemaakt om een aantal uplink (UL) subframes in het HetNet te verhogen.
  19. 19
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 18, waarbij de zendontvangmodule verder is ingericht om te communiceren met een macrogebruikstoestel (MUE) wanneer verkeer uit het macro eNB ontlast is.
  20. 20
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 19, waarbij de zendontvangmodule verder werkzaam is om UL-verkeer uit de MUE te ontvangen om een DL-pakketdoorvoer in HetNet te verhogen, of waarbij de zend-ontvangmodule verder werkzaam is om het DL-verkeer naar de MUE te zenden om een UL-pakketdoorvoer in het HetNet te verhogen.
  21. 21
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 19, waarbij de zendontvangmodule verder ingericht is om een transmissievermogen op verkeer van het FlexSF ingericht als DL-subframe te verminderen, waarbij het FlexSF ten minste een van subframe 3, 4, 7, 8, 9, en het subframe ingericht om tegengestelde transmissierichtingen mogelijk te maken omvat.
  22. 22
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 18, verder omvattende het gebruiken van verzachting van celclusterstoring (CCIM), waarbij:de zend-ontvangmodule verder ingericht is om knooppunt-naarknooppuntkanaalstoring tussen kleine cellen te meten, met ten minste een ander klein eNB te communiceren, en de knooppunt-naar-knooppuntkanaalstoringsmetingen te verzamelen uit het ten minste ene kleine eNB;en de verwerkingsmodule verder werkzaam is om storingsverzachting (IM) van celclusters vast te stellen op basis van verzamelde knooppunt-naarknooppuntkanaalstoringsmetingen uit kleine cellen en kleine cellen in elk IMcelcluster te configureren met eenzelfde UL-DL-subframeconfiguratie, waarbij de kleine cellen die storing naar elkaar genereren boven een gespecificeerde drempel tezamen gegroepeerd worden in hetzelfde IM-cluster, en de gespecificeerde drempel is gebaseerd op tussen-cel-koppelverlies of een geschat knooppunt-naar-knooppuntpadverlies.
  23. 23
    Knooppuntinrichting volgens conclusie 18, waarbij de zendontvangmodule verder ingericht is om te communiceren met het macro eNB en andere kleine eNB’s via X2-signalering of omgeleide verbindingssignalering via een draadloos kanaal, bedrade verbinding of een optische vezelverbinding, en het kleine eNB een laagvermogenknooppunt (LPN) omvat, een micro eNB, een pico eNB, een femto eNB, een thuis eNB (HeNB), een radiokop op afstand (RRH), een radiotoestel op afstand (RRE), of een radio-eenheid op afstand (RRU). 1/15
Independent claims23