Nova Patents
NL2007993C2

Event recognition.

Abstract

A method includes displaying one or more views of a view hierarchy, and executing software elements associated with a particular view. Each particular view includes event recognizers. Each event recognizer has one or more event definitions, and an event handler that specifies an action for a target and is configured to send the action to the target in response to event recognition. The method includes detecting a sequence of sub-events, and identifying one of the views of the view hierarchy as a hit view that establishes which views are actively involved views. The method includes delivering a respective sub-event to event recognizers for each actively involved view. A respective event recognizer has event definitions, and one of the event definitions is selected based on the internal state. The respective event recognizer processes the respective sub-event prior to processing a next sub-event in the sequence of sub-events.

NL2007993C2, drawing sheet 1
Sheet 1 of 60

Term

5.2 yearsleft in the term

Expires 19 December 2031.

  1. Priority
  2. Filed
  3. Granted
  4. Today
  5. Expires

75 claims: 54 independent, 21 dependent

  1. 1
    Conclusies 1. Werkwijze, omvattend:op een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de elektronische inrichting is geconfigureerd voor het uitvoeren van ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, waarbij de tweede softwareapplicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en waarbij respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten: weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie;en tijdens het weergeven van ten minste de subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;en gedurende een eerste fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren: leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie en de tweede software-applicatie;identificeren, uit gebaarherkenners in de eerste set, van één of meer overeenstemmende gebaarherkenners die het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkennen;en verwerken van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren met één of meer gebaarverwerkers die corresponderen met de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners.
  2. 2
    Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het detecteren plaatsvindt terwijl aanrakingsinvoeren in het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlappen met ten minste één van de weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  3. 3
    Werkwijze volgens één van de conclusies 1-2, waarbij het weergeven het weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede softwareapplicatie omvat zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  4. 4
    Werkwijze volgens één van de conclusies 1-2, waarbij het weergeven het weergeven omvat van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie zonder een beeld van enige andere applicatie weer te geven.
  5. 5
    Werkwijze volgens één van de conclusies 1-4, omvattend:gedurende een tweede fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, volgend op de eerste fase: leveren van het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;identificeren, uit de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners, van een tweede overeenstemmende gebaarherkenner die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met een gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner.
  6. 6
    Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner het weergeven van één of meer beelden van de eerste software-applicatie omvat.
  7. 7
    Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve gebaarherkenner het vervangen van de weergave van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie door de weergave van één of meer beelden van de eerste softwareapplicatie omvat.
  8. 8
    Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij de elektronische inrichting gelijktijdig de eerste software-applicatie, de tweede software-applicatie, en een derde software-applicatie uitvoert;en het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner het vervangen van de één of meer weergegeven beelden van de tweede software-applicatie door één of meer beelden van de derde software-applicatie omvat.
  9. 9
    Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner omvat:weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, van een groep open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enkele van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie.
  10. 10
    Werkwijze volgens één van de conclusies 1-9, waarbij de eerste softwareapplicatie een applicatiestarter is.
  11. 11
    Werkwijze volgens één van de conclusies 1-10, waarbij de eerste softwareapplicatie een besturingssysteemapplicatie is.
  12. 12
    Werkwijze, omvattend:op een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de elektronische inrichting is geconfigureerd voor het uitvoeren van ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, waarbij de tweede softwareapplicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten: weergeven van een eerste set van één of meer beelden, waarbij de eerste set van één of meer beelden ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie omvat;en tijdens het weergeven van de eerste set van de één of meer beelden: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent;overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat geen gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent.
  13. 13
    Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlapt met één van de één of meer weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  14. 14
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 13, waarbij het weergeven van de eerste set van één of meer beelden het weergeven van de eerste set van één of meer beelden omvat zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  15. 15
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 13, waarbij het weergeven van de eerste set van één of meer beelden het weergeven van de eerste set van één of meer beelden omvat zonder een beeld van enige andere software-applicatie weer te geven.
  16. 16
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 15, waarbij voorafgaand aan de bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent, gelijktijdig leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste softwareapplicatie en de tweede software-applicatie.
  17. 17
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 16, waarbij de eerste softwareapplicatie een applicatiestarter is.
  18. 18
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 17, waarbij de eerste softwareapplicatie een besturingssysteemapplicatie is.
  19. 19
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 18, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het weergeven van één of meer beelden van de eerste softwareapplicatie omvat.
  20. 20
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 18, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het vervangen van de weergave van de eerste set van één of meer beelden door weergave van één of meer beelden van de eerste software-applicatie omvat.
  21. 21
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 20, waarbij de elektronische inrichting gelijktijdig de eerste software-applicatie, de tweede software-applicatie, en een derde software-applicatie uitvoert;en het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het vervangen van de eerste set van één of meer beelden door één of meer beelden van de derde software-applicatie omvat.
  22. 22
    Werkwijze volgens één van de conclusies 12 - 21, waarbij het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat:weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, van een groep open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enkele van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de eerste set van één of meer beelden.
  23. 23
    Werkwijze, omvattend:op een elektronische inrichting met een interne toestand, waarbij de elektronische inrichting is geconfigureerd voor het uitvoeren van software die een beeldhiërarchie met een veelheid beelden omvat: weergeven van één of meer beelden van de beeldhiërarchie;uitvoeren van één of meer software-elementen, waarbij elk software-element is geassocieerd met een specifiek beeld, waarbij elk specifiek beeld één of meer gebeurtenisherkenners omvat, waarbij elke gebeurtenisherkenner omvat: één of meer gebeurtenisdefinities op basis van één of meer subgebeurtenissen, en een gebeurtenisverwerker, waarbij de gebeurtenisverwerker: een actie voor een doel specificeert, en is geconfigureerd om de actie naar het doel te zenden als reactie erop dat de gebeurtenisherkenner een gebeurtenis detecteert die correspondeert met de geb eurteni sdefiniti e;detecteren van een reeks van één of meer subgebeurtenissen;en identificeren van één van de beelden van de beeldhiërarchie als een trefbeeld, waarbij het trefbeeld vaststelt welke beelden in de beeldhiërarchie actief betrokken beelden zijn;leveren van een respectieve subgebeurtenis naar gebeurtenisherkenners voor elk actief betrokken beeld binnen de beeldhiërarchie, waarbij ten minste één gebeurtenisherkenner voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie een veelheid gebeurtenisdefinities heeft, waarvan één wordt geselecteerd overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting, en de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt voorafgaand aan het verwerken van een volgende subgebeurtenis in de reeks subgebeurtenissen overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie.
  24. 24
    Werkwijze volgens conclusie 23, waarbij de veelheid gebeurtenisdefinities een eerste gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een eerste veeggebaar met een eerste aantal vingers en een tweede gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een tweede veeggebaar met een tweede aantal vingers dat verschilt van het eerste aantal vingers.
  25. 25
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 24, waarbij de interne toestand één of meer instellingen voor een toegankelijkheids-bedrijfsmodus omvat.
  26. 26
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 25, waarbij een respectieve definitie van de veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met een gebeurtenisdefinitie van enige gebeurtenisherkenner voor de actief betrokken beelden anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  27. 27
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 25, waarbij twee of meer gebeurtenisherkenners voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie elk een respectieve veelheid gebeurtenisdefinities hebben, en een respectieve gebeurtenisdefinitie van de respectieve veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met enige gebeurtenisdefinitie die is geselecteerd voor enige gebeurtenisherkenner met twee of meer gebeurtenisdefinities anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  28. 28
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 27, waarbij het verwerken van de respectieve subgebeurtenis overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie het weergeven van één of meer beelden van een eerste software-applicatie omvat die verschillend is van de software die de beeldhiërarchie omvat.
  29. 29
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 27, waarbij de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt door de weergave van de één of meer beelden van de beeldhiërarchie te vervangen door weergave van één of meer beelden van een eerste software-applicatie die verschillend is van de software die de beeldhiërarchie omvat.
  30. 30
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 27, waarbij de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt door:weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van een weergeefeenheid in de elektronische inrichting, van een groep open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enkele van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de beeldhiërarchie.
  31. 31
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23 - 30, waarbij de software een applicatie starter is.
  32. 32
    Werkwijze volgens één van de conclusies 23-31, waarbij de software een besturingssysteemapplicatie is.
  33. 33
    Elektronische inrichting, omvattend één of meer processors en geheugen waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door de één of meer processors, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor het uitvoeren van een werkwijze volgens conclusies 1-32.
  34. 34
    Computerleesbaar opslagmedium waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door één of meer processors in een computersysteem, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor het uitvoeren van een werkwijze volgens conclusies 1 - 32.
  35. 35
    Elektronische inrichting, omvattend:een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid;één of meer processors;en geheugen waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door de één of meer processors, waarbij de één of meer programma’s omvatten: ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers hebben, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor: weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie;en tijdens het weergeven van ten minste de subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;en gedurende een eerste fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren: leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie en de tweede software-applicatie;identificeren, uit gebaarherkenners in de eerste set, van één of meer overeenstemmende gebaarherkenners die het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkennen;en verwerken van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren met één of meer gebaarverwerkers die corresponderen met de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners.
  36. 36
    Elektronische inrichting volgens conclusie 35, waarbij de instructies voor het detecteren instructies omvatten voor het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren terwijl aanrakingsinvoeren in het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlappen met ten minste één van de weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  37. 37
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 35 -36, waarbij de instructies voor het weergeven instructies omvatten voor het weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  38. 38
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 35 -36, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor:gedurende een tweede fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, volgend op de eerste fase: leveren van het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;identificeren, uit de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners, van een tweede overeenstemmende gebaarherkenner die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met een gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner.
  39. 39
    Elektronische inrichting volgens conclusie 38, waarbij de instructies voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner instructies omvat voor:weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, van een groep open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enkele van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie.
  40. 40
    Computerleesbaar opslagmedium waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door één of meer processors in een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de één of meer programma’s omvatten:ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers hebben, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor: weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie;en tijdens het weergeven van ten minste de subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;en gedurende een eerste fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren: leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie en de tweede software-applicatie;identificeren, uit gebaarherkenners in de eerste set, van één of meer overeenstemmende gebaarherkenners die het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkennen;en verwerken van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren met één of meer gebaarverwerkers die corresponderen met de één of meer overeenstemmende geb aarherkenner s.
  41. 41
    Computerleesbaar opslagmedium volgens conclusie 40, waarbij de instructies voor het detecteren instructies omvatten voor het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren terwijl aanrakingsinvoeren in het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlappen met ten minste één van de weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  42. 42
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 40 - 41, waarbij de instructies voor het weergeven instructies omvatten voor het weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  43. 43
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 40 - 42, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor:gedurende een tweede fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, volgend op de eerste fase: leveren van het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;identificeren, uit de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners, van een tweede overeenstemmende gebaarherkenner die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met een gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner.
  44. 44
    Elektronische inrichting, omvattend:een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid;één of meer processors;en geheugen waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door de één of meer processors, waarbij de één of meer programma’s omvatten: ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor: weergeven van een eerste set van één of meer beelden, waarbij de eerste set van één of meer beelden ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie omvat;en gedurende het weergeven van de eerste set van de één of meer beelden: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat: bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent;overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat geen gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-appli catie;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent.
  45. 45
    Elektronische inrichting volgens conclusie 44, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlapt met ten minste één van de één of meer weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  46. 46
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 44 - 45, waarbij de instructies voor het weergeven van de eerste set van één of meer beelden instructies omvatten voor het weergeven van de eerste set van één of meer beelden zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  47. 47
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 44 - 46, waarbij de instructies voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners instructies omvatten voor het vervangen van de weergave van de eerste set van één of meer beelden door weergave van één of meer beelden van de eerste software-applicatie.
  48. 48
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 44 - 47, waarbij de instructies voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners instructies omvatten voor:weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, van een groep van open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enkele van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de eerste set van één of meer beelden.
  49. 49
    Computerleesbaar opslagmedium waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door één of meer processors in een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de één of meer programma’s omvatten:ten minste een eerste software-applicatie en een tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat, de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor: weergeven van een eerste set van één of meer beelden, waarbij de eerste set van één of meer beelden ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede softwareapplicatie omvat;en tijdens het weergeven van de eerste set van de één of meer beelden: detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent;overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder de reeks aanrakingsinvoeren te leveren naar de tweede software-applicatie;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat geen gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent: leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie;bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent.
  50. 50
    Computerleesbaar opslagmedium volgens conclusie 49, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlapt met ten minste één van de één of meer weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  51. 51
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 49 - 50, waarbij de instructies voor het weergeven van de eerste set van één of meer beelden instructies omvatten voor het weergeven van de eerste set van één of meer beelden zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  52. 52
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 49-51, waarbij de instructies voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners instructies omvatten voor het vervangen van de weergave van de eerste set van één of meer beelden door weergave van één of meer beelden van de eerste software-applicatie.
  53. 53
    Elektronische inrichting, omvattend:een weergeefeenheid;één of meer processors;en geheugen waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door de één of meer processors, waarbij de één of meer programma’s software omvatten die een beeldhiërarchie met een veelheid beelden omvat, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor: weergeven van één of meer beelden van de beeldhiërarchie;uitvoeren van één of meer software-elementen, waarbij elk software-element is geassocieerd met een specifiek beeld, waarbij elk specifiek beeld één of meer gebeurtenisherkenners omvat, waarbij elke gebeurtenisherkenner omvat: één of meer gebeurtenisdefinities op basis van één of meer subgebeurtenissen, en een gebeurtenisverwerker, waarbij de gebeurtenisverwerker: een actie voor een doel specificeert, en is geconfigureerd om de actie naar het doel te zenden als reactie erop dat de gebeurtenisherkenner een gebeurtenis detecteert die correspondeert met de geb eurteni sdefiniti e;detecteren van een reeks van één of meer subgebeurtenissen;identificeren van één van de beelden van de beeldhiërarchie als een trefbeeld, waarbij het trefbeeld vaststelt welke beelden in de beeldhiërarchie actief betrokken beelden zijn;en leveren van een respectieve subgebeurtenis naar gebeurtenisherkenners voor elk actief betrokken beeld binnen de beeldhiërarchie, waarbij ten minste één gebeurtenisherkenner voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie een veelheid gebeurtenisdefinities omvat, waarvan één wordt geselecteerd overeenkomstig een interne toestand van de elektronische inrichting, en de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt voorafgaand aan het verwerken van een volgende subgebeurtenis in de reeks subgebeurtenissen overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie.
  54. 54
    Elektronische inrichting volgens conclusie 53, waarbij de veelheid gebeurtenisdefinities een eerste gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een eerste veeggebaar met een eerste aantal vingers en een tweede gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een tweede veeggebaar met een tweede aantal vingers dat verschillend is van het eerste aantal vingers.
  55. 55
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 53 - 54, waarbij een respectieve definitie van de veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met een gebeurtenisdefinitie van enige gebeurtenisherkenner voor de actief betrokken beelden anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  56. 56
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 53 - 54, waarbij twee of meer gebeurtenisherkenners voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie elk een respectieve veelheid gebeurtenisdefinities omvatten, en een respectieve gebeurtenisdefinitie van de respectieve veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met enige gebeurtenisdefinitie die wordt geselecteerd voor enige gebeurtenisherkenner met twee of meer gebeurtenisdefinities anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  57. 57
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 53 - 56, waarbij de instructies voor het verwerken van de respectieve subgebeurtenis instructies omvatten voor het vervangen van de weergave van de één of meer beelden van de beeldhiërarchie door weergave van één of meer beelden van een eerste software-applicatie die verschillend is van de software die de beeldhiërarchie omvat.
  58. 58
    Computerleesbaar opslagmedium waarop één of meer programma’s zijn opgeslagen voor uitvoering door één of meer processors in een elektronische inrichting die een interne toestand heeft, waarbij de één of meer programma’s software omvatten die een beeldhiërarchie met een veelheid beelden omvat, waarbij de één of meer programma’s instructies omvatten voor:weergeven van één of meer beelden van de beeldhiërarchie;uitvoeren van één of meer software-elementen, waarbij elk software-element wordt geassocieerd met een specifiek beeld, waarbij elk specifiek beeld één of meer gebeurtenisherkenners omvat, waarbij elke gebeurtenisherkenner omvat: één of meer gebeurtenisdefinities op basis van één of meer subgebeurtenissen, en een gebeurtenisverwerker, waarbij de gebeurtenisverwerker: een actie voor een doel specificeert, en is geconfigureerd om de actie naar het doel te zenden als reactie erop dat de gebeurtenisherkenner een gebeurtenis detecteert die correspondeert met de geb eurteni sdefiniti e;detecteren van een reeks van één of meer subgebeurtenissen;en identificeren van één van de beelden van de beeldhiërarchie als een trefbeeld, waarbij het trefbeeld vaststelt welke beelden in de beeldhiërarchie actief betrokken beelden zijn;leveren van een respectieve subgebeurtenis naar gebeurtenisherkenners voor elk actief betrokken beeld binnen de beeldhiërarchie, waarbij ten minste één gebeurtenisherkenner voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie een veelheid gebeurtenisdefinities omvat, waarvan één is geselecteerd overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting, en de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt voorafgaand aan het verwerken van een volgende subgebeurtenis in de reeks subgebeurtenissen overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie.
  59. 59
    Computerleesbaar opslagmedium volgens conclusie 58, waarbij de veelheid gebeurtenisdefinities een eerste gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een eerste veeggebaar met een eerste aantal vingers en een tweede gebeurtenisdefinitie omvat die correspondeert met een tweede veeggebaar met een tweede aantal vingers dat verschillend is van het eerste aantal vingers.
  60. 60
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 58 - 59, waarbij een respectieve definitie van de veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met een gebeurtenisdefinitie van enige gebeurtenisherkenner voor de actief betrokken beelden anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  61. 61
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 58 - 59, waarbij twee of meer gebeurtenisherkenners voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie elk een respectieve veelheid gebeurtenisdefinities hebben, en een respectieve gebeurtenisdefinitie van de respectieve veelheid gebeurtenisdefinities wordt geselecteerd voor een respectieve gebeurtenisherkenner overeenkomstig de interne toestand van de elektronische inrichting en een bepaling dat de respectieve gebeurtenisdefinitie niet correspondeert met enige gebeurtenisdefinitie die is geselecteerd voor enige gebeurtenisherkenner met twee of meer gebeurtenisdefinities anders dan de respectieve gebeurtenisherkenner.
  62. 62
    Computerleesbaar opslagmedium volgens één van de conclusies 58 - 61, waarbij de instructies voor het verwerken van de respectieve subgebeurtenis instructies omvatten voor het vervangen van de weergave van de één of meer beelden van de beeldhiërarchie door weergave van één of meer beelden van een eerste software-applicatie die verschillend is van de software die de beeldhiërarchie omvat.
  63. 63
    Elektronische inrichting, omvattend:een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid;middelen voor het weergeven van ten minste een subset van één of meer beelden van een tweede software-applicatie, waarbij de tweede software-applicatie een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten;en middelen, die zijn ingeschakeld terwijl ten minste de subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie wordt weergegeven, omvattend: middelen voor het detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;en middelen, die zijn ingeschakeld gedurende een eerste fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, omvattend: middelen voor het leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar een eerste software-applicatie en de tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat;middelen voor het identificeren, uit gebaarherkenners in de eerste set, van één of meer overeenstemmende gebaarherkenners die het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkennen;en middelen voor het verwerken van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren met één of meer gebaarverwerkers die corresponderen met de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners.
  64. 64
    Elektronische inrichting volgens conclusie 63, waarbij de middelen voor het detecteren middelen omvatten voor het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren terwijl aanrakingsinvoeren in het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlappen met ten minste één van de weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  65. 65
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 63 - 64, waarbij de middelen voor het weergeven middelen omvatten voor het weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  66. 66
    Elektronische inrichting volgens één van de conclusies 63 - 65, omvattend:middelen, die zijn ingeschakeld gedurende een tweede fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, volgend op de eerste fase, omvattend: middelen voor het leveren van het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;middelen voor het identificeren, uit de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners, van een tweede overeenstemmende gebaarherkenner die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met een gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner.
  67. 67
    Elektronische inrichting volgens conclusie 66, waarbij de middelen voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner omvatten:middelen voor het weergeven, in een eerste vooraf gedefinieerd gebied van de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, van een groep open applicatiepictogrammen die corresponderen met ten minste enige van een veelheid gelijktijdig open applicaties;en middelen voor het gelijktijdig weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie.
  68. 68
    Informatieverwerkend apparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, omvattend:middelen voor het weergeven van ten minste een subset van één of meer beelden van een tweede software-applicatie, waarbij de tweede software-applicatie een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten;en middelen, die zijn ingeschakeld terwijl ten minste de subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie wordt weergeven, omvattend: middelen voor het detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;en middelen, die zijn ingeschakeld gedurende een eerste fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, omvattend: middelen voor het leveren van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar een eerste software-applicatie en de tweede software-applicatie, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat;middelen voor het identificeren, uit gebaarherkenners in de eerste set, van één of meer overeenstemmende gebaarherkenners die het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkennen;en middelen voor het verwerken van het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren met één of meer gebaarverwerkers die corresponderen met de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners.
  69. 69
    Informatieverwerkend apparaat volgens conclusie 68, waarbij de middelen voor het detecteren middelen omvatten voor het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren terwijl aanrakingsinvoeren in het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren ten minste gedeeltelijk overlappen met ten minste één van de weergegeven beelden van de tweede software-applicatie.
  70. 70
    Informatieverwerkend apparaat volgens één van de conclusies 68 - 69, waarbij de middelen voor het weergeven middelen omvatten voor het weergeven van ten minste een subset van de één of meer beelden van de tweede software-applicatie zonder enig beeld van de eerste software-applicatie weer te geven.
  71. 71
    Informatieverwerkend apparaat volgens één van de conclusies 68 - 70, omvattend:middelen, die zijn ingeschakeld gedurende een tweede fase van het detecteren van de reeks aanrakingsinvoeren, volgend op de eerste fase, omvattend: middelen voor het leveren van het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de eerste software-applicatie zonder het tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie te leveren;100 middelen voor het identificeren, uit de één of meer overeenstemmende gebaarherkenners, van een tweede overeenstemmende gebaarherkenner die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met een gebaarverwerker die correspondeert met de respectieve overeenstemmende gebaarherkenner.
  72. 72
    Elektronische inrichting, omvattend:een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid;en middelen voor het weergeven van een eerste set van één of meer beelden, waarbij de eerste set van één of meer beelden ten minste een subset van de één of meer beelden van een tweede software-applicatie omvat, waarbij de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten;en middelen, die zijn ingeschakeld terwijl de eerste set van de één of meer beelden wordt afgebeeld, omvattend: middelen voor het detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvat;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent;middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent, omvattend: middelen voor het leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar een eerste software-applicatie zonder de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede softwareapplicatie te leveren, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten 101 minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat geen gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent, omvattend: middelen voor het leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent.
  73. 73
    Informatieverwerkend apparaat voor gebruik in een elektronische inrichting met een aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, omvattend:middelen voor het weergeven van een eerste set van één of meer beelden, waarbij de eerste set van één of meer beelden ten minste een subset van de één of meer beelden van een tweede software-applicatie omvat, waarbij de tweede software-applicatie één of meer beelden en een tweede set van één of meer gebaarherkenners omvat, en respectieve gebaarherkenners corresponderende gebaarverwerkers omvatten;en middelen, die zijn ingeschakeld terwijl de eerste set van de één of meer beelden worden weergegeven, omvattend: middelen voor het detecteren van een reeks aanrakingsinvoeren op de aanrakingsgevoelige weergeefeenheid, waarbij de reeks aanrakingsinvoeren een eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren en een tweede gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren volgend op het eerste gedeelte omvatten;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent;middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent, omvattend: 102 middelen voor het leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar een eerste software-applicatie zonder de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede softwareapplicatie te leveren, waarbij de eerste software-applicatie een eerste set van één of meer gebaarherkenners omvat;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat geen gebaarherkenner in de eerste set van één of meer gebaarherkenners het eerste gedeelte van één of meer aanrakingsinvoeren herkent, omvattend: middelen voor het leveren van de reeks aanrakingsinvoeren naar de tweede software-applicatie;middelen voor het bepalen of ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren omvat;en middelen, die zijn ingeschakeld overeenkomstig een bepaling dat ten minste één gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners de reeks aanrakingsinvoeren herkent, voor het verwerken van de reeks aanrakingsinvoeren met de ten minste ene gebaarherkenner in de tweede set van één of meer gebaarherkenners die de reeks aanrakingsinvoeren herkent.
  74. 74
    Elektronische inrichting, omvattend:een weergeefeenheid;en middelen voor het weergeven van één of meer beelden van software die zijn opgeslagen in de elektronische inrichting, waarbij de software een beeldhiërarchie met een veelheid beelden omvat;middelen voor het uitvoeren van één of meer software-elementen, waarbij elk software-element is geassocieerd met een specifiek beeld, waarbij elk specifiek beeld één of meer gebeurtenisherkenners omvat, waarbij elke gebeurtenisherkenner omvat: één of meer gebeurtenisdefinities op basis van één of meer subgebeurtenissen, en 103 een gebeurtenisverwerker, waarbij de gebeurtenisverwerker: een actie voor een doel specificeert, en is geconfigureerd om de actie naar het doel te zenden als reactie erop dat de gebeurtenisherkenner een gebeurtenis detecteert die correspondeert met de geb eurteni sdefiniti e;middelen voor het detecteren van een reeks van één of meer subgebeurtenissen;en middelen voor het identificeren van één van de beelden van de beeldhiërarchie als een trefbeeld, waarbij het trefbeeld vaststelt welke beelden in de beeldhiërarchie actief betrokken beelden zijn;middelen voor het leveren van een respectieve subgebeurtenis naar gebeurtenisherkenners voor elk actief betrokken beeld binnen de beeldhiërarchie, waarbij ten minste één gebeurtenisherkenner voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie een veelheid gebeurtenisdefinities heeft, waarvan één is geselecteerd overeenkomstig een interne toestand van de elektronische inrichting, en de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt voorafgaand aan het verwerken van een volgende subgebeurtenis in de reeks subgebeurtenissen overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie.
  75. 75
    Informatieverwerkend apparaat voor gebruik in een elektronische inrichting, omvattend:middelen voor het weergeven van één of meer beelden van software die zijn opgeslagen in de elektronische inrichting, waarbij de software een beeldhiërarchie met een veelheid beelden omvat;middelen voor het uitvoeren van één of meer software-elementen, waarbij elk software-element is geassocieerd met een specifiek beeld, waarbij elk specifiek beeld één of meer gebeurtenisherkenners omvat, waarbij elke gebeurtenisherkenner omvat: één of meer gebeurtenisdefinities op basis van één of meer subgebeurtenissen, en een gebeurtenisverwerker, waarbij de gebeurtenisverwerker: een actie voor een doel specificeert, en is geconfigureerd om de actie naar het doel te zenden als reactie erop dat de gebeurtenisherkenner een gebeurtenis detecteert die correspondeert met de geb eurteni sdefiniti e;middelen voor het detecteren van een reeks van één of meer subgebeurtenissen;en 104 middelen voor het identificeren van één van de beelden van de beeldhiërarchie als een trefbeeld, waarbij het trefbeeld vaststelt welke beelden in de beeldhiërarchie actief betrokken beelden zijn;middelen voor het leveren van een respectieve subgebeurtenis naar 5 gebeurtenisherkenners voor elk actief betrokken beeld binnen de beeldhiërarchie, waarbij ten minste één gebeurtenisherkenner voor actief betrokken beelden in de beeldhiërarchie een veelheid gebeurtenisdefinities heeft, waarvan één is geselecteerd overeenkomstig een interne toestand van de elektronische inrichting, en de ten minste ene gebeurtenisherkenner de respectieve subgebeurtenis verwerkt voorafgaand aan het verwerken 10 van een volgende subgebeurtenis in de reeks subgebeurtenissen overeenkomstig de geselecteerde gebeurtenisdefinitie. 118 120 122 124 Figure 1A 118 120 122 124 Figure 1B 111 102 Operating System Application Software i Application 1 |---------i Application 2 i Application 3 i · · · Device/Global Internal State 118 127 120 123 132 122 124 133-1 133-2 133-3 134 Figure 1C 200 private 202 204 206 208 210 212 Figure 2 300^ Figure 3A 312 320 Hit View Determination Module Active Event Recognizer Determination Module Figure 3B 314 316 318 322 324 326 327 328 330 335 334 336 338 340 339 345 346 347 348 332 333 349 350 Hit Level Determination Module Active Event Recognizer Determination Module Sub-Event Delivery Module 381 383 Figure 3C 360 352 354 356 382 384 366 367 368 370 372 373 375 374 376 378 380 379 -362 364 CM co 390 Event Recognizer A 3040-1 Event Recognizer B 3040-2 Event Recognizer specific code State Machine Event Recognizer Z 3040-R 321 Application State Event Recognizer A, Instances 3047-0 Event Recognizer B, Instance 1 3047-1 Event Recognizer B, Instance 2 3047-2 / / / / / / / / / / / / / / / / 334 Event Recognizer B, Instance L 3047-L Event Recognizer Z, Instances 3047-Z Other Internal State (e.g., object info) 3049 \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ Event Recognizer State 336 3043 3038 324 326 327 328 330 332 3051 3053 3055 3045 345 3051 Figure 3E 348 Hit View Determination Module 314 Event Dispatcher Module 315 Hit Level Determination Module 352 Figure 3F 400 Figure 4A 440 Figure 4B 465 Detect finger down 465-1 Measure delay 465-2 Detect finger vertical swipe of at least N pixels 465-3 Detect finger lift off 465-4 468 Figure 4C 520 580 Detect finger down 521-1 Measure delay 521-2 Detect finger liftoff 521-3 Figure 5A 530 580 582 584 Event Impossible Event Possib e Event Recog. Begins Event Recognized 588 590 592 594 Event Impossible Event Possib e Event Recog. Begins Event Recognized 598 Figure 5B 540 570 Figure 5C 600 Display one or more views of the view hierarchy. .......... t ......................................... ... Execute one or more software elements, each software element being associated with a particular view, wherein each particular view includes one or more event recognizers, each event recognizer having an event definition based on one or more subevents, and an event handler, wherein the event handler specifies an action for a target, and is configured to send the action to the target in response to the event recognizer detecting an event corresponding to the event definition. ι At least one of the plurality of event recognizers is a gesture recognizer having a J gesture definition and a gesture handler. r ι I. Γ I ι ι I I I I I I I I I I I I I I I I I I I 608 610 I I T I I ΐ Ί Each event recognizer has a set of event recognition states including at least an event ι ι ι ι |i ι ι --1 ι I ι ι Π 11 - ι ι ι 1 I I I ι The event handler delivers its corresponding action to the target. -+-[ .ΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣΣ-Ι | The event definition defines a user gesture. 612 614 Γ I I I I I I I I I I I I I I I I I L possible state, an event impossible state, and an event recognized state. The event handler initiates preparation of its corresponding action for delivery to the target if the event recognizer enters the event possible state. Γ The event handler terminates preparation of its corresponding action if the j event recognizer enters the event impossible state. I “ I I I I I I I The event handler completes preparation of its corresponding action for delivery to the target if the the event recognizer enters the event recognized state. ι ι I I I I I The plurality of event recognizers independently process the sequence of one or more ι j sub-events in parallel. [ r I I I I I I I I I I I I I I I I Γ I I r I II I. One or more of the plurality of event recognizers, comprising exclusive event . 1 recognizers, are configured to perform exclusive event recognition, and the event delivery system prevents any non-exclusive event recognizers for actively involved views in the view hierarchy from recognizing respective events after any of the exclusive event recognizers recognizes an event. One or more exclusive event recognizers include an event exception list. — I I I I I I I d ______________________________________________Tj i The event exception list includes events whose corresponding event definitions ι i 1 I have repetitive sub-events. ( , i The event definition defines a user input operation. 616 618 620 -622 624 626 628 630 632 634 Figure 6A Figure 6B 102 x. (r Online Video 5002-25 Voice Memos 5002-29 App Store 5002-33 Current Time zo4 Stocks 5002-26 '□□□' © © © © © © k_________/ Notes 5002-30 (—γ-'-λΊ -W Map 5002-27 Weather 5002-28 Settings 5002-31 iTunes 5002-32 5002-36 Touch Screen 156 Phone 5002-35 Browser 5002-37 iPod 5002-38 Compass 5002-34 Home 710 Figure 7A 102 Figure 7B 102 Figure 7C 102 Figure 7D 102 f Current Time ZQ4 i Q Search or Address 712-4 f :o lilllfjit ilOiiie Directions Touch Screen 156' Home 710 Figure 7E 102 /--------702 Current Time ZQ4 \________________ Touch Screen 156- Home Figure 7F 102 702 Current Time ZQ4 X ®jh 706 Apple - iPad - The best way to see the web, email, and ... ◄ ► © .‘ip: + » 4 /-----------------------------------------------------\ www.apple.com/ipad/ O I Overview © ' ' The best way to experience the web, ·» email, photos, and video. Hands down. Photos J 5 ggi I You! ube AH of the buift.....in apps on iPad were designed from the ground up to take advantage of the large Mufti.....Touch screen and advanced capabilities of iPad. And they work in any onentahon. So yon can do things with those apps that you can't do on any other device. ®β 712-6 Figure 7G 102 x 702 Current Time ZQ4 X mb 706 iHdCi Tech Specs: k'xj '- JverVieWi 'I Mail .. The best way to experience the web, email, photos, and video. Hands down Photos AH of the buift-in apps on iPad were designed from the ground up to take advantage of the large Mufti-Touch screen and advanced capabilities of iPad. And they work in any orientation. So you can do things noth these apps that you can't do on any other device. β A /----Weather I 5004-2 I. K .................................................... Touch Screen 156 712-6 Map I (M)« 5004-4 Safari iPad is the best way to experience the web. View whole pages in portrait or landscape on the large Multi-Touch screen. And let your fingers do the surfing. Learn more » Mm ig * Notes (N) Home Figure 7H 102 702 Current Time ZQ4 X mb 706 χ (Had k'xj '- JverVieWi Mail .. The best way to experience the web, email, photos, and video. Hands down Photos AH of the built-in apps on iPad were designed from the ground up to fate advantage of the large Mufti-Touch screen and advanced capabHfties of (Pact And they work m any ings with these apps that you Safari iPad is the best way to experience the web. View whole pages in portrait or landscape on the large Multi-Touch screen. And let your fingers do the surfing. Learn more 712-6 Z X eMail (E) I 5004-12 J Touch Screen 156 Home 716 Figure 7I 102 702 Current Time ZQ4 X mb 706 χ Apple - iPad - The best way to see the web, email, and r ◄ ► © m + iPad e .. . , I ” 3 M All of the built.....in apps on iPad were designed from the ground up to late advantage of the large Multi.....Touch screen and advanced capabilities of iPad. And they work in any orientation. So you can do things with these apps that you can’t do on any other device. www.apple.com/ipad/ ~ 5 . { Overview iepirü;'ë$T;pw.t:rcDëS!gnTfy piOAppsifQrnPadTt A trLGalletyA c typAGuidedsTcurs The best way to experience the web, email, photos, and video. Hands down 712-6 Safari iPad is the best way to experience the web. View whole pages in portrait or landscape on the large Multi-Touch screen. And let your fingers do the surfing. Learn more ► Touch Screen 156 Figure 7J 102 /--------702 Current Time ZQ4 Home 710 X__________________ Touch Screen 156X. Figure 7K 102 Figure 7L Figure 7M 102 Figure 7N 102 Figure 70 102 X. χ /--------AT 702 Current Time ζο4 Apple - iPad - The best way to see the web, email, and ... ___ _ _ (-----------------------------------------------\ www.apple.com/ipad/ C I ◄ ► ö m + iPdti j Overview M X. The best way to experience the web, email, photos, and video. Hands down. Touch Screen 156 Home y Safari iPad is. the best way to experience the web. View whole pages in portrait or landscape on the large Multi-Touch screen. And let your fingers do the surfing, i 753 I 755 x Figure 7P 102 Figure 7Q 102 702 Current Time zo4 ®jb 706 χ Apple - iPad - The best way to see the web, email, and ... (--------------------------------------------www.apple.com/ipad/ * ◄ ► © m + ................................\ c X. iPdd Overview iiii sa « ||| Mail iiVamte?meyyrÖesignr:ym:rAppsifürjRadmr je.Galleiv y:ieriGuidedToursrrr<mrTech:Specs .. idee iap The best way to experience the web, email, photos, and Hands down. • * * i ' + %d were gre “ \ ground up to take ^‘the lag Z63 z A * SCpf 7PC A t ' >*£ X and advanced capal ΎίΜ Λ > Ancg : ® * ΌΟίγΚ g f % orientation. So vout »θ* “ I with <.< Aatvout 9 f9 · • *·* i767-A. \ 1 ƒ /-- Safari iPad is the best way to experience the web. View whole pages in portrait or landscape on the large Multi-Touch screen. And let your fingers do the surfing. Learn more ► 712-6 Touch Screen 156' Home Figure 7R 102 r Current Time ZQ4 702 m + ( 5C 708 Phone Safari Touch Screen 156 Apple - iPad - The best way to see the web, email, and ^ 111-11111 ......................................................................................................................................................................................................................................................................... www.apple.com/ipad/ O 0. x. 5C af The best way to experience the web, email, photos, and video. Hands down. *v... % ƒ 763-B Ji 765-B * Home 710 Figure 7S 800 802 An electronic device with a touch-sensitive display is configured to execute at least a first software application and a second software application. The first software application includes a first set of one or more gesture recognizers, and the second software application includes one or more views and a second set of one or more gesture recognizers. Respective gesture recognizers have corresponding gesture handlers. j 804 The first software application is an ] I application launcher! IJ [ 806 The first software application is an J I operating system application! IJ 808 Display at least a subset of the one or more views of the second software application r I I I I I I I I I. 810 The displaying includes displaying at least a subset of the one or more views of the second software application without displaying any view of the first software application I I I I I I I I I 812 The displaying includes displaying at least a subset of the one or more views of the second software application without displaying a view of any other application I I I I I I I I I .................................................................................. .... ............................ Ψ ....................................................................................................................................... ................... While displaying at least the subset of the one or more views of the second application: 814 Detect a sequence of touch inputs on the touch-sensitive display. The sequence of touch inputs includes a first portion of one or more touch inputs and a second portion of one or more touch inputs subsequent to the first portion Γ I I I: I I L . 816 The detecting occurs while touch inputs in the first portion of one or ] more touch inputs at least partially overlap at least one of the displayed views ] of the second software application j t 818 During a first phase of detecting the sequence of touch inputs: 820 Deliver the first portion of one or more touch inputs to the first software application and the second software application 822 Identify from gesture recognizers in the first set, one or more matching gesture recognizers that recognize the first portion of one or more touch inputs 824 Process the first portion of one or more touch inputs with one or more gesture handlers corresponding to the one or more matching gesture recognizers Figure 8A A I 826 During a second phase of detecting the sequence of touch inputs, subsequent to the first j phase: j deliver the second portion of one or more touch inputs to the first software application I without delivering the second portion of one or more touch inputs to the second software j application;j identify from the one or more matching gesture recognizers a second matching gesture I recognizer that recognizes the sequence of touch inputs;and j process the sequence of touch inputs with a gesture handler corresponding to the respective matching gesture recognizer. j 828 Processing the sequence of touch inputs with the gesture handler corresponding to j I the respective matching gesture recognizer includes displaying one or more views of j [ the first software application I j 830 Processing the sequence of touch inputs with the gesture handler corresponding to ] I the respective matching gesture recognizer includes replacing the display of the one or i J more views of the second software application with display of one or more views of i { the first software application ] I I I I I I L I 832 The electronic device concurrently executes the first software application, the | second software application, and a third software application. Processing the j sequence of touch inputs with the gesture handler corresponding to the respective i matching gesture recognizer includes replacing the one or more displayed views of the | second software application with one or more views of the third software application. j I I------------------------------------------------- 1 j 834 Processing the sequence of touch inputs with the gesture handler corresponding to j I the respective matching gesture recognizer includes: j J displaying in a first predefined area of the touch-sensitive display a group of open i j application icons that correspond to at least some of a plurality of concurrently open | I applications;and j [ concurrently displaying at least a subset of the one or more views of the second i 1 software application. | I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I Figure 8B 900 902 An electronic device with a touch-sensitive display is configured to execute at least a first software application and a second software application. The first software application includes a first set of one or more gesture recognizers. The second software application includes one or more views and a second set of one or more gesture recognizers. Respective gesture recognizers have corresponding gesture handlers. [ 904 The first software application is an , I application launcher II j 906 The first software application is an ( I operating system application Ij 910 Displaying the first set of one or more views includes displaying the first set of one or more views without displaying any view of the first software application 912 Displaying the first set of one or more views includes displaying the first set of one or more views without displaying a view of any other software application 908 Display a first set of one or more views. The first set of one or more views includes at least a subset of the one or more views of the second software application. r ! I I I I I I I I While displaying the first set of the one or more views: 914 Detect a sequence of touch inputs on the touch-sensitive display. The sequence of touch inputs includes a first portion of one or more touch inputs and a second portion of one or more touch inputs subsequent to the first portion. j 916 The sequence of touch inputs at least partially overlaps at least one of the ! I one or more displayed views of the second software application j 1 ____________________________________________j r I I I I I I I t 918 Prior to a determination that at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the first portion of one or more touch inputs, concurrently deliver the first portion of one or more touch inputs to the first software application and the second software application f 920 Determine whether at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the first portion of one or more touch inputs Figure 9A 922 In accordance with a determination that at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the first portion of one or more touch inputs: 924 Deliver the sequence of touch inputs to the first software application without delivering the sequence of touch inputs to the second software application 926 Determine whether at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the sequence of touch inputs 928 In accordance with a determination that at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the sequence of touch inputs, process the sequence of touch inputs with the at least one gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers that recognizes the sequence of touch inputs j 930 Processing the sequence of touch inputs with the at least one gesture i I recognizer in the first set of one or more gesture recognizers includes displaying ] [ one or more views of the first software application j j 932 Processing the sequence of touch inputs with the at least one gesture ( I recognizer in the first set of one or more gesture recognizers includes replacing · II I the display of the first set of one or more views with display of one or more i j views of the first software application.| I-------------------'1 j 934 The electronic device concurrently executes the first software application, j I the second software application, and a third software application. Processing the I [ sequence of touch inputs with the at least one gesture recognizer in the first set j j of one or more gesture recognizers includes replacing the first set of one or more | I views with one or more views of the third software application. i j 936 Processing the sequence of touch inputs with the at least one gesture i I recognizer in the first set of one or more gesture recognizers includes:i [ displaying in a first predefined area of the touch-sensitive display a group of | j open application icons that correspond to at least some of a plurality ofi I concurrently open applications;andi } concurrently displaying at least a subset of the first set of one or more views ’ Figure 9B 938 In accordance with a determination that no gesture recognizer in the first set of one or more gesture recognizers recognizes the first portion of one or more touch inputs: 940 Deliver the sequence of touch inputs to the second software application 942 Determine whether at least one gesture recognizer in the second set of one or more gesture recognizers recognizes the sequence of touch inputs 944 In accordance with a determination that at least one gesture recognizer in the second set of one or more gesture recognizers recognizes the sequence of touch inputs, process the sequence of touch inputs with the at least one gesture recognizer in the second set of one or more gesture recognizers that recognizes the sequence of touch inputs Figure 9C 1000 1002 An electronic device with an internal state is configured to execute software that includes a view hierarchy with a plurality of views: 1016 The internal state includes one or more settings for an accessibility operating | ' modeI P 1018 The software is an application launcherI 1020 The software is an operating system applicationI 1004 Display one or more views of the view hierarchy I 1006 Execute one or more software elements. Each software element is associated with a particular view, and each particular view includes one or more event recognizers. Each event recognizer has one or more event definitions based on one or more sub-events, and an event handler. The event handler specifies an action for a target, and is configured to send the action to the target in response to the event recognizer detecting an event corresponding to a particular event definition of the one or more event definitions. 1008 Detect a sequence of one or more sub-events ί 1010 Identify one of the views of the view hierarchy as a hit view. The hit view establishes which views in the view hierarchy are actively involved views. i 1012 Deliver a respective sub-event to event recognizers for each actively involved view within the view hierarchy 1014 At least one event recognizer for actively involved views in the view hierarchy has a plurality of event definitions. One of the event definitions is selected in accordance with the internal state of the electronic device. The at least one event recognizer processes the respective sub-event prior to processing a next sub-event in the sequence of sub-events in accordance with the selected event definition. Figure 10A 1014 At least one event recognizer for actively involved views in the view hierarchy has a plurality of event definitions. One of the event definitions is selected in accordance with the internal state of the electronic device. The at least one event recognizer processes the respective sub-event prior to processing a next sub-event in the sequence of sub-events in accordance with the selected event definition. 1020 The plurality of event definitions includes a first event definition corresponding ' ' to a first swipe gesture with a first number of fingers and a second event definition I I corresponding to a second swipe gesture with a second number of fingers distinct from | I the first number of fingers.| j 1022 A respective definition of the plurality of event definitions is selected for a| I respective event recognizer in accordance with the internal state of the electronic. I device and a determination that the respective event definition does not correspond to ' I an event definition of any event recognizer for the actively involved views other than I I the respective event recognizer.I Γ 1024 Two or more event recognizers for actively involved views in the view ’ I hierarchy each have a respective plurality of event definitions, and a respective event I I definition of the respective plurality of event definitions is selected for a respective I I event recognizer in accordance with the internal state of the electronic device and a | I determination that the respective event definition does not correspond to any event | definition selected for any event recognizer with the plurality of event definitions , other than the respective event recognizer j 1026 Processing the respective sub-event in accordance with the selected event | ' definition includes displaying one or more views of a first software application | I distinct from the software that includes the view hierarchy | 1028 The at least one event recognizer processes the respective sub-event by 1 replacing the display of the one or more views of the view hierarchy with display of I one or more views of a first software application distinct from the software that | includes the view hierarchy | 1030 The at least one event recognizer processes the respective sub-event by: | displaying in a first predefined area of a touch-sensitive display in the electronic . device a group of open application icons that correspond to at least some of a plurality ' of concurrently open applications;and concurrently displaying at least a subset of the I one or more views of the view hierarchy | Figure 10B 1100 Touch-Sensitive Display Unit 1102 Processing Unit 1106 II I Executing unit 1108 | ' Display enabling unit [ 1110 ’ II I Detecting unit 1112 | I Delivering unit 1114 | II I Identifying unit 1116 | I Touch input [ ' processing unit 1118 Figure 11 1200 Touch-Sensitive Display Unit 1202 Processing Unit 1206 II I Executing unit 1208 | ' Display enabling unit [ 1210 ’ II I Detecting unit 1212 | I Determining unit 1214 | II I Delivering unit 1216 | I Touch input [ ' processing unit 1218 Figure 12 1300 Processing Unit 1306 II I Executing unit 1308 | ' Display enabling unit [ 1310’ II I Detecting unit 1312 | I Identifying unit 1314 | II I Delivering unit 1316 | I Event / sub-event [ ' processing unit 1318 Figure 13 Agentschap NL octrooiaanvraag nr.: Ministerie van Economische Zaken, ^0 138113 Landbouw en innovatie ^L 2007993 ONDERZOEKSRAPPORT BETREFFENDE HET RESULTAAT VAN HET ONDERZOEK NAAR DE STAND VAN DE TECHNIEK CATEGORIE VAN DE VERMELDE LITERATUUR EOB FORM 02.83 (P0414B) X: de conclusie wordt als niet nieuw of niet inventief beschouwd ten opzichte van deze literatuur Y: de conclusie wordt als niet inventief beschouwd ten opzichte van de combinatie van deze literatuur met andere geciteerde literatuur van dezelfde categorie, waarbij de combinatie voor de vakman voor de hand liggend wordt geacht A: niet tot de categorie X of Y behorende literatuur die de stand van de techniek beschrijft O: niet-schriftelijke stand van de techniek P: tussen de voorrangsdatum en de indieningsdatum gepubliceerde literatuur T: na de indieningsdatum of de voorrangsdatum gepubliceerde literatuur die niet bezwarend is voor de octrooiaanvrage, maar wordt vermeld ter verheldering van de theorie of het principe dat ten grondslag ligt aan de uitvinding E: eerdere octrooi(aanvrage), gepubliceerd op of na de indieningsdatum, waarin dezelfde uitvinding wordt beschreven D: in de octrooiaanvrage vermeld L: om andere redenen vermelde literatuur &: lid van dezelfde octrooifamilie of overeenkomstige octrooipublicatie bladzijde 1 van 2 OCTROOIAANVRAAG NR.: NO 138113 EOB FORM 02.83 (P0414C) 1 CATEGORIE VAN DE VERMELDE LITERATUUR X: de conclusie wordt als niet nieuw of niet inventief beschouwd ten opzichte van deze literatuur Y: de conclusie wordt als niet inventief beschouwd ten opzichte van de combinatie van deze literatuur met andere geciteerde literatuur van dezelfde categorie, waarbij de combinatie voor de vakman voor de hand liggend wordt geacht A: niet tot de categorie X of Y behorende literatuur die de stand van de techniek beschrijft O: niet-schriftelijke stand van de techniek P: tussen de voorrangsdatum en de indieningsdatum gepubliceerde literatuur T: na de indieningsdatum of de voorrangsdatum gepubliceerde literatuur die niet bezwarend is voor de octrooiaanvrage, maar wordt vermeld ter verheldering van de theorie of het principe dat ten grondslag ligt aan de uitvinding E: eerdere octrooi(aanvrage), gepubliceerd op of na de indieningsdatum, waarin dezelfde uitvinding wordt beschreven D: in de octrooiaanvrage vermeld L: om andere redenen vermelde literatuur &: lid van dezelfde octrooifamilie of overeenkomstige octrooipublicatie bladzijde 2 van 2 Octrooiaanvrage Nr.: NO 138113 NL 2007993 ONVOLLEDIG ONDERZOEK AANVULLINGSBLAD C Dit verslag van het onderzoek heeft geen betrekking op bepaalde conclusies omdat deze betrekking hebben op delen van de nationale aanvrage die niet voldoen aan de voorgeschreven vereisten, en wel in die mate dat geen zinvol nieuwheidsonderzoek verricht kan worden, in het bijzonder: Volledig onderzoekbare conclusie(s): 1-62 Niet onderzochte conclusie(s): 63-75 Reden voor de beperking van het onderzoek: The application does not meet the requirement of conciseness to such an extent that a meaningful search could be carried out only to a limited extent. Although device claims 53, 63, 68, 72 to 75 have been drafted as separate independent claims, they appear to relate effectively to the same subject-matter and to differ from each other only with regard to the definition of the subject-matter for which protection is sought and/or in respect of the terminology used for the features of that subject-matter. The aforementioned claims therefore lack conciseness. After having carefully analysed this set of independent claims (and also in view of the corresponding method and computer program claims), the examiner has come to the conclusion that independent device claim 53 corresponds to method claim 23. As a consequence, no search report will be established for the further independent device claims (i.e. claims 63, 68 and 72 to 75), as well as for the dependent claims. AANHANGSEL BEHORENDE BIJ HET
Independent claims75