Electro-optical pattern recognition
Abstract
This record has no abstract on file.
Term
Term ended
Expired 1 June 1996, 30.3 years ago.
- Priority and filed
- Granted
- Expired
- Today
3 claims: 3 independent, 0 dependent
- 1Conclusies. 1. Inrichting voor het aftasten van glazen flessen voor het herkennen van de vorm ervan met een lichtbron en een aan de andere zijde van de te identificeren passerende glazen fles aangebrachte ontvanginrichting voor de lichtstraal, die het aantal optische vezels vertoont, waarvan telkens één einde gericht is naar de bewegende glazen fles en de lichtstraal, terwijl de van de glazen fles afgekeerde einden van. de vezels verbonden zijn met een inrichting voor het omzetten van licht in elektrische impulsen, met het kenmerk, dat de lichtbron. (18) een smalle geconcentreerde lichtstraal (10) uitzendt, de naar de lichtbron toegekeerde einden van de optische vezels (2) in een lineaire spleet (3) boven elkander aangebracht zijn en de lichtstraal bij een met de bewegingssnelheid van de glazen fles gesynchroniseerde meervoudige aftasting van de passerende glazen fles zodanig wordt bewogen, dat hij na el kander'op de afzonderlijke vezeleinden gericht is, waarbij de van de glazen fles afgekeerde einden van de vezels (2) in slechts één fotocel (5) uitmonden en de hier seriegewijs uitkomende impulsen voor het identificeren van de glazen fles verwerkt worden.
- 2Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de lichtbron (18) een laserstraal-lichtbron is. .
- 3Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de lichtbron (18) voor de meervoudige aftasting van de passerende glazen fles op een ronddraaiende. spiegel (8) gericht is. Hierbij 7 bladen tekeningen. ///. /. //6./ /74? Sa. /^/2? é? /6. /76/ /76.7. -J7 ///.//. ///. //.
Independent claims3
93 paragraphs in 2 sections, as filed
©. Octrooihouder(s): Tore Planke ts Nykirke, Noorwegen.
©. Gem.: Ir. R’. Hoijtink c.s.
Octrooibureau Arnold 8t Siedsma?
Sweelinckplein 1
2517 GK 's-Gravenhage.
© Aanvrage Nr. 7605910.
© Ingediend 1 juni 1976.
© Voorrang ingeroepen vanaf 3 juni 1975.
© Land(en) van voorrang: Noorwegen (NO).
© Nummer(s) van de voorrangsaanvrage(n): Nr. 751950.
© Ter inzage gelegd 7 december 1976. © Openbaargemaakt 1 mei 1986.
© Uitgegeven 1 oktober 1986.
Dagtekening 2 september 1986.
INRICHTING VOOR HET AFTASTEN VAN GLAZEN FLESSEN VOOR HET HERKENNEN VAN DE VORM ERVAN.
Oe uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het aftasten van glazen flessen voor het herkennen van de vorm ervan met een lichtbron en een aan de andere zijde van de te identificeren passerende glazen fles aangebrachte ontvanginrichting voor de lichtstraal, die het aantal optische vezels vertoont, waarvan telkens één einde gericht is naar de bewegende glazen fles en de lichtstraal, terwijl· de van de glazen fles afgekeerde einden van de vezels verbonden zijn met een inrichting voor het omzetten van licht in elektrische impulsen.
Een dergelijke inrichting is bekend uit het Duitse Offenlegungsschrift 2.256.103. Sij de bekende inrichting wordt een deel van de lichtstralen door de te controleren flessen ten opzichte van de ontvangende plaat van de ontvangstinrichting geblokkeerd, zodat een deel van de daar liggende einden van de optische vezels licht ontvangt, terwijl het andere deel geen licht ontvangt. Daarop volgt een optische impulsgeneratie, die via de bijbehorende omzetinrichting omgezet wordt in elektrische impulsen. De bekende inrichting kan echter niet op eenvoudige wijze nauwkeurige omtreksvormen van verschillende typen flessen vaststellen. Oe continue verlichting zonder regel vormige aftasting met de bewegende lichtstraal en het niet aanwezig zijn van een speciale smalle geconcentreerde lichtstraal heeft tof gevolg, dat op economische wijze met deze bekende inrichting slechts min of meer grove omtreksvormen afgetast kunnen worden,
Sij een nauwkeurige meting van de omtreksvorm zou men namelijk voor elke te controleren flesvorm telkens een aantal einden van optische vezels volgens een nauwkeurig, met telkens de juiste flesomtrek overeenkomend schema, afzonderlijk moeten aanbrengen.
Het doel van de uitvinding is een inrichting van het beschreven type te verschaffen, welke het mogelijk maakt, bij naar verhouding geringe kosten en op zo eenvoudig mogelijke wijze, door een zeer hoge oplossing van de aftasting, de nauwkeurige omtreksvormen van verschillende typen flessen te verkrijgen.
Dit wordt volgens de uitvinding bereikt doordat de lichtbron een smalle geconcentreerde lichtstraal uitzendt, de naar de lichtbron toegekeerde einden van de optische vezels in een lineaire spleet boven elkander aangebracht zijn en de lichtstraal bij een met de bewegingssnelheid van de glazen fles gesynchroniseerde meervoudige aftasting van de passerende glazen fles zodanig wordt bewogen, dat hij na elkander op de afzonderlijke vezeleinden gericht is, waarbij de van de glazen fles afgekeerde einden van de vezels in slechts êén fotocel uitmonden en de hier seriegewijs uitkomende impulsen voor het identificeren van de glazen fles verwerkt worden.
Dankzij de toepassing van een smalle geconcentreerde lichtstraal en de lineaire spleet waarbij de naar de lichtbron toegekeerde einden van de optische vezels boven elkaar zijn aangebracht in combinatie-met de lijnvormige aftasting, wordt bij het passeren van de glazen fles, ook wanneer deze doorzichtig of doorschijnend is, een zeer nauwkeurige meting van de omtreksvorm verkregen. Bij het passeren ontstaat namelijk thans telkens bij het betreffende deel van de fles eerst een tangentiële lichtstraal die niet wordt afgebogen en nog op de gehele of gedeeltelijke zone van de overeenkomstige einden van de optische vezels terechtkomt. Bij het verder bewegen van de fles wordt dan, ook wanneer geen blokkade van de lichtstraal plaatsvindt, toch in elk geval door de afbuigende lichtstraal in het materiaal van de fles, deze lichtstraal zodanig sterk uit de rechte baan afgebogen, dat deze de lineaire spleet van de einden van de optische vezels niet bereikt. Aan het einde van de doorgang van de fles is dan in elk geval weer een tangentiële, niet meer afgebogen lichtstraal aanwezig, die terecht kan komen op de vezeleinden in de lineaire spleet. 0e constructie van de inrichting is daarbij zeer eenvoudig. Van belang is in dit verband ook, dat de van de fles afgekeerde einden van de vezels in slechts éên fotocel uitmonden. Ook is bij deze constructie voor het aftasten van flessen met verschillende omtreksvormen het niet nodig aan de aftastinrichting veranderingen aan te brengen.
Opgemerkt wordt dat uit de Nederlandse octrooiaanvrage 7408709 een inrichting aanwezig is welke het mogelijk maakt vreemd materiaal en/of barsten in doorzichtige houders waar te nemen. Hierbij wordt van een draaitafel gebruik gemaakt, waarop de houders worden geplaatst ten einde één voor één in een onderzoekzone te worden gebracht. In die onderzoekzone worden de afzonderlijke houders geroteerd. In dit gebied bevinden de houders zich tussen de lichtbron en het paneel waarop een rooster van 1ichtopnemende elementen, omvattende optische vezels, is aangebracht. Tussen de houder en het paneel is een diffuserend scherm opgesteld. In deze inrichting wordt het licht dat door een houder valt gemeten. Sij de aanwezigheid van een storend element, bijvoorbeeld vreemd materiaal op of in de houder, of een barst, zal de totale hoeveelheid licht dat door de houder valt, worden gereduceerd. Het licht diffuserendé scherm heeft ten doel een min of meer uniforme belichting van de te onderzoeken houder te waarborgen, et deze bekende inrichting wordt- de plaats van de barst of de plaats van het vreemde materiaal niet aangegeven. Evenmin vindt bestraling van dé lichtopnemende elementen volgens een bepaalde volgorde plaats. De lichtopnemende elementen ontvangen daarentegen tegelijkertijd licht.
IQ
Uit het Amerikaanse octrooischrift 3.224.322 is een inrichting bekend waarbij een kathodestraalbuis toegepast wordt. Voor het onderhavige doel van de uitvinding is dit systeem ongeschikt omdat een kathodestraalbuis een- instabiele lichtopbrengst heeft terwijl het bovendien moeilijk is de kathodestraalbuis in register te plaatsen. Volgens het Amerikaanse octrooischrift wordt de kathodestraalbuis gebruikt om luchtpulsen te emitteren vanuit geselecteerde plaatsen op het scherm, waartoe een stelsel wordt gebruikt, waarin in de X- en Y-richtingen wordt afgetast, terwijl de te meten voorwerpen stationair blijven. Ten einde de genoemde bezwaren te ondervangen worden in het Amerikaanse octrooischrift kalibratie-organen voorgesteld, ten einde lichtbundels automatisch in te stellen en te synchroniseren. Het betreft hier geen parallelle lichtbundels maar schaduwbeelden hetgeen het gevolg is van het feit dat het licht verspreid wordt wanneer het. door het scherm van de kathodestraalbuis valt vanuit de fluTdiserende vlek die door de elektro denbundel in de huis wordt opgelicht.
Bij voorkeur is de inrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de lichtbron een laserstraallichtbron is, waarbij bij voorkeur-de lichtbron voor de meervoudige aftasting van de passerende glazen fles op een ronddraaiende spiegel is gericht.
Het Amerikaanse octrooischrift 3.584.385 beschrijft een gecompliceerd systeem voor het inspecteren op defecten van glazen houders. Oe glazen houders worden achtereenvolgens en continu langs een aantal inspectiestations geleid, terwijl laserbundels naar de houders worden gericht ten einde de houders af te· tasten. Als basis voor het afkeuringssignaal dient de verzwakking in de sterkte van de bundel die door de houders wordt doorgelaten. Voor het verkrijgen van de gewenste bundel worden spiegels geoscilleerd rond hun horizontale as. Oe houder wordt geroteerd wanneer deze door het onderzoekstation beweegt, waarbij de meting is gebaseerd op de afzwakking van de sterkte van de bundel· door de houder. Oe houder moet derhalve roteren en elke lichtstraal die niet valt door de nauwkeurige middenlijn van de houders zal worden gebroken en het detectiestation niet treffen.
De uitvinding zal worden verduidelijkt in de hierna volgende beschrijving aan de hand van de tekening van enige uitvoeringsvormen, waartoe de uitvinding zich echter niet beperkt. In de tekening toont resp. tonen:
fig. 1 een detectie-eenheid volgens het onderhavige voorstel;
fig. 2, schematisch, de middelen voor aandrijving van de detectie-eenheid volgens fig. I;
fig. 3 een zijaanzicht op een uitvoeringsvariant van fig. 2;
fig. 4 een zijaanzicht op weer een andere uitvoeringsvariant van fig. 2;
fig. 5 schematisch het detectieprincipe volgens het onderhavige voorstel;
fig. 6a en 6b te zamen een blokschema van het elektronische systeem volgens het onderhavige voorstel; fig. 7 het bij een bijzondere vorm van een vloeistofhouder toegepaste detectieprincipe volgens het onderhavige voorstel;
fig. 8 een andere uitvoeringsvorm van het detectieprincipe volgens fig. 7;
fig. 9 de aftasthoek en de boven- en ondergrens bij de detectie van vloeistofhouders;
fig. 10 en 11 de detectie van vloeistofhouders met een van origine of door toeval verkregen, asymmetrische vorm;
fig. 12 een blokschema van het detectiesysteem;
fig. 13 en 14 de aftasting, respectievelijk registratie van vernauwde gebieden van een fles en de in samenhang daarmede verkregen impulstreinen;
fig. 15 middelen voor de terugvoering van niet aan statiegeld onderhevige flessen en fig. 15 een uitvoeringsvorm van een frorttpIaat voor de inrichting volgens het onderhavige voorstel.
In het hiernavolgende wordt het onderhavige voorstel verduidelijkt voor het geval van detectie, programmering en registratie van flessen. Het zal echter duidelijk zijn, dat het onderhavige voorstel ook voor behandeling van willekeurige andere voorwerpen met een bepaalde vorm, kleur en uitvoering of bijvoorbeeld gewicht’kan worden gebruikt en derhalve niet tot de behandeling van flessen beperkt is.
Q
De in fig. I weergegeven detectie-eenheid bevat een kolom I met bijvoorbeeld 256 (256 - 2 ) optische vezels 2, die daarin zijn ingegoten en met hun uiteinden 3, zoals fig. 1 laat zien, op een rij liggen, dat wil zeggen in de kolom 1. Oe vezels kunnen met een epoxyhars in de kolom zijn ingegoten, terwijl de kopvlakken van de vezels vlak geslepen zijn ter verkrijging van een bevredigende lichtabsorptie. Aan hun andere uiteinden 4 zijn de vezels verenigd tot een bundel; het door de vezels gaande licht wordt door middel van hét licht focusserende orgaan 5 zodanig verzameld, dat het door de detectie-eenheid 1 ontvangen licht door een fotodetector 6 kan worden geregistreerd. Oe enige actieve component van de eenheid volgens fig. 1 wordt derhalve slechts gevormd door een fotodetector 6, hetgeen tot een vereenvoudiging leidt van het elektrische leidingenstelsêl en van de bepaling van een foutplaats ingeval van een fotodetector, die storing vertoont. Indien daartoe bijzondere aanleiding bestaat, is het uiteraard mogelijk om twee of meer kolommen 1 en een daarmede overeenkomend aantal fotodetectoren 6 toe te passen. Voorts is het mogelijk aan elke detectie-eenheid 1 bijvoorbeeld twee fotodetectoren toe te voegen, waarbij de optische vezels van de detectie-eenheid 1 bijvoorbeeld worden verdeeld over twee bundels, die- elk met een eigen fotodetector 6 samenwerken.
0e fig. 2, 3 en 4 tonen schematisch op welke wijze een fles langs een aftaststation wordt bewogen. Het aftaststation is voorzien van een lichtbron 18 in de vorm van een laserzender of een gloeilamp, die via lenzen een scherpe lichtstraal van geringe divergentie afgeeft, bijvoorbeeld met een diameter van ongeveer 1 mm; voorts is het aftaststation voorzien van een ronddraaiende spiegel, die de lichtstraal langs een hoofdzakelijk verticale, rechte lijn zodanig beweegt, dat de lichtstraal de lichtgevoelige punten van dë' kolom 1 treft, waarbij de onderlinge afstand van de desbetreffende punten of vezeluiteinden 3 bij voorkeur steeds dezelfde is.
Steeds wanneer de lichtstraal een dergeiijk punt treft, wordt een impuls opgewekt. 0e desbetreffende impulssignalen worden door middel van de fotodetector 6 van lichtimpulssignalen omgezet in elektrische impulssignalen, zodat als uitgangssignaal een impulstrein wordt verkregen. Wanneer geen fles de lichtstraal onderbreekt, zal de lichtdoorgang tot gevolg hebben, dat het aantal afgegeven impulsen gelijk is aan het aantal lichtopnemers in de kolom 1.
De herhalingssnelheid van de lichtdoorgang bepaalt te zamen met de snelheid van de transporteur 7 het oplossend vermogen in horizontale richting van het patroonherkenningsbeeld (X-richting).
De afstand tussen de lichtgevoelige punten van de zuil 1 onderling bepaalt het oplossend vermogen .in verticale richting (Y-richting).
Ten einde te waarborgen, dat ook bij een veranderende transportsnelheid steeds hetzelfde oplossend vermogen in de X-richting wordt verkregen, dient het ronddraaien, van de spiegel te worden gesynchroniseerd met de transportsnelheid. Oit kan op verschillende wijzen geschieden, zoals in fig. 2-4 is aangeduid. De spiegel 8 is gelagerd in lagers 9, en door middel van de schakeling 1-1 via een as 12 gekoppeld met eên elektromotor 14. 0e als transportband uitgevoerde transporteur 7 wordt eveneens door de motor 14 aangedreven, echter via een vertragingswerk 13. Zoals uit fig. 2 en 3 naar voren komt, kan een zelfde motor voor aandrijving van de spiegel en van de transportband worden toegepast. Ter verkrijging van een goed oplossend vermogen moet men voor de rotati esnel hei’d van de spiegel een aanzienlijk, hogere waarde kiezen dan voor die van de aandrijfas van de transportband 7. In fig. 3 is de spiegel 8 via een stijve as en koppelingen 11 met de motor 14 gekoppeld. In fig. 4 vindt de koppeling tussen de spiegel 8 en de elektromotor 14 op elektrische wijze plaats, waartoe een zogenaamde resolver 16, 17 of een daarmede overeenkomende inrichting wordt gebruikt. Als voorbeelden van te detecteren vloeistofhouders zijn in de fig. 3 en 4 flessen 15 getekend.
De spiegel 8 kan een aantal spiegelvlakken vertonen, zodanig dat de door deze vlakken gevormde eenheid een veelhoekige, bijvoorbeeld rechthoekige dwarsdoorsnede vertoont. In het laatstgenoemde geval zal de spiegel 8 bij elke omwenteling van de spiegeleenheid derhalve vier lichtdöorgangen veroorzaken.
Wanneer een fles in het detectiegebied binnenkomt, wordt daardoor verhinderd dat de lichtstraal alle lichtdetectiepunten treft. Ooor registratie van de bij het binnenkomen van de fles* in het detectiegebied optredende schaduwpunten kan men gemakkelijk een eenduidig beeld van de vloeistofhouder verkrijgen.
Zoals in fig. 5 schematisch is weergegeven, vindt aan de kolom 1 een lichtdoorgang 19 plaats over een lengte, waarvan het gedeelte h als gevolg van de aanwezigheid van de fles 20 op de kolom 1 in de schaduw blijft.
Ter vereenvoudiging van de contourinformatie van een te detecteren vloeistofhouder wordt deze informatie zodanig bewerkt, dat een geschikte vorm wordt verkregen.
8ij voorkeur kan de informatie omtrent de te detecteren vloeistofhouder de volgende gegevens omvatten: hoogte, breedte, ingesloten plat vlak, diepte van vernauwingen, karakteristieke afschuinhoek, aantal kleine uitsteeksels en groeven. Alle gegevens dienen,met bijbehorende tolerantiewaarden te worden gegeven. 0e inrichting kan dan vooraf worden geprogrammeerd met de voor flessen van verschillend type gewenste gegevens. De aantallen voor programmering in aanmerking komende gegevens en flestypen worden in hoofdzaak bepaald door de geheugencapaciteit en de calculatiesnelheid van het systeem. Eventueel kan een elektronische micro-processor met bijbehorende elektronica en geheugen worden toegepast.
Voor elke nieuwe fles die wordt gedetecteerd, worden de hiervoor genoemde gegevens berekend en vervolgens vergeleken met de reeds bekende gegevens. Bij voldoende overeenstemming wordt de fles als fles met statiegeld geregistreerd.
Zoals hiervoor reeds is uiteengezet, is het systeem volgens het onderhavige voorstel gebaseerd op reeds bekende gegevens. Oeze gegevens kunnen door middel van reeds beschikbare gegevens, die bijvoorbeeld reeds zijn voorgeregistreerd, worden ingevoerd. Het systeem heeft bovendien de mogelijkheid van zelf-programmering. Daartoe kunnen de programma's van de microprocessor een eigen programmaroutine bevatten, die dit toelaat. Deze functie kan dan bijvoorbeeld door middel van een sleutel schakel aar worden geacti179556 veerd. De programmering van de inrichting vindt plaats doordat aan de inrichting een als karakteristiek gekozen voorbeeld van een te detecteren flestype wordt toegevoerd. De contouraftasting vindt bij dit type op de beschreven wijze plaats, waarbij da daarbij verkregen gegevens nu als nieuwe gegevens in het geheugen worden opgeslagen in plaats van met reeds beschikbare gegevens- van bekende flestypen vergeleken te worden. Daartoe-is het echter noodzakelijk, dat een voldoende groot aantal flessen van het nieuwe type wordt geregistreerd, daar op deze wijze de in aanmerking komende tolerantiewaarden kunnen worden vastgelegd.
De statiegeldwaarde kan door middel van een met de hand bedienbare programmeringsinrichting, bijvoorbeeld een van een met de duim te bedienen wieltje voorziene schakelaar, een matrijspaneeT of een toetsen10 bord, worden ingevoerd. Vervolgens wordt de inrichting in zijn detectietoestand gebracht. De inrichting is dan geprggranmeerd voor detectie van flessen van het te accepteren type en weet bovendien welke statiegeld-waarde daarbij behoort.
Wanneer een klant statiegeld voor de door hem of haar aangpboden flessen verlangt, dan worden deze flessen doormiddel van de transporteur door de inrichting langs het optische aftaststation gevoerd, gede15 tecteerd en herkend. De flessen met statiegeld worden als zodanig gehonoreerd, waarna sonsnering plaatsvindt. Door bediening van een knop of toets kan men de inrichting een kwitantie laten afgeven, waarop het aantal geaccepteerde flessen en het gesommeerde statiegeld zijn afgedrukt.
Bij de registratie van flessen doen zich verschillende problemen voor, daar zowel de hopgte als de breedte van de flessen variaties vertonen- Dit is schematisch in fig. 9 weergegeven. Daarbij is een licht20 doorgangshoek van ongeveer 50° getekend; Het onderhavige voorstel beperkt zich niet tot een dergelijke lichtdoorgangshoefc, daar deze afhankelijk is van de afstand tussen de roterende spiegel en de kolom 1.
Bij de patroondetectie kan het van belang zijn om bijvoorbeeld één'of meer van de kleinste schuinstandshoeken van de fleshalscontour te herekenen. Oit kan op de in fig, 7 en 8 weergegeven wijze plaatsvinden, waarbij A de lichtdoorgangsrichting en B de transportrichting aanduiden. De genoemde hoek kan bijvoor25 beeld volgen uit het verschil tussen de eerste (a) en de laatste (b) hoogtewaarde bij een bepaald aantal lichtdoorgangen; dit wil zeggen, dat de hoekaanduiding bij fig. 7 de hoekwaarde=3 en die bij fig. 8 de hqekwaarde=2 heeft. Het voorbeeld volgens fig, 7 en 8 toont een aantal van zes lichtdoorgangen.
Voorts dient aandacht besteed te worden aan uitsteeksels aan en groeven in de flessen, vernauwingen en fouten. Een betrekkelijk groot aantal flessen wordt voorzien van etiketten van papier en capsules van metaal. Deze kunnen losraken van hun bijbehorende fles of gedeeltelijk worden afgescheurd. Indien dit het geval is, moet de inrichting desondanks de desbetreffende fles kunnen identificeren, hetgeen op de in fig. 10 en 11 aangeduide wijze kan geschieden. Daarbij wordt slechts detectie van de zo min mogelijk uitstekende punten van de fles toegepast, zodat men aan de hand van de verkregen detectieresultaten een indruk van het werkelijke uiterlijk van de fles (zie fig. 11) kan verkrijgen. Dit wil zeggen dat een symmetrieberekening van het veronderstelde flesprofiel wordt gemaakt.
Voor verdere identificatie van een fles kan men gewichtsmeting daarvan door middel van een met gewichtsintervallen werkende weeginrichting toepassen. Voorts is het mogelijk, de fleskleur, bijvoorbeeld kleurloos, bruin, groen of anders gekleurd, te meten. Ook daarbij dienen toleranties in de kleur in aanmerking te worden genomen.
Voor een geschikte informatiestructuur kan men bijvoorbeeld uitgaan van 16 woorden van elk 8 bits, waarbij de fleshoogte net 2x8 bits, de flesbreedte met 2x8 bits, het flesoppervlak met 2x8 bits, de diepte van twee vernauwingen met 2x8 bits worden beschreven, terwijl de geringste afmetingen steeds met 8 bits en de bijbehorende grootste afmetingen eveneens steeds met 8 bits worden gedefinieerd, zodat de tolarantiewaarde op doeltreffende wijze wordt vastgelegd. Hoeken kunnen met 6x4 bits worden vastge45 legd, waarbij steeds de laagste waarde met 3x4 bits en de hoogste waarde met 3x4 bits worden genoteerd. Het aantal uitsteeksels en groeven, kan met 8 bits worden vastgelegd, terwijl het flesgewicht met 2x4 bits, dat wil zeggen 4 bits voor de laagste en 4 bits voor de hoogste gewichtswaarde, kan worden genoteerd. Bovendien kunnen verschillende andere gegevens, zoals bijvoorbeeld de kleur, met 8 bits worden vastgelegd.
Als lichtbron kan bijvoorbeeld een halogeenstraler worden gebruikt. Deze heeft het voordeel van een lange levensduur, goede toegankelijkheid, groot kleurenspectrum en gering energieverbruik. De toepassing van een dergelijke lamp brengt echter, ter verkrijging van een sterk geconcentreerde lichtstraal, een aanzienlijke investering in lenzen met zich mede. In verband daarmede kan het in sommige gevallen aanbeveling verdienen, een continu werkende laserinrichting toe te passen, die een betrekkelijk geringe stra55 lingsdivergentie heeft, doch een wat kortere levensduur heeft, speciale eisen aan de voeding stelt, betrekkelijk kostbaar is, minder goed toegankelijk is en slechts monochromatisch licht uitzendt.
Volgens het onderhavige.voorstel is het mogelijk het onderste gedeelte van het infraroodspectrum van gloeilampen te gebruiken, hetgeen het voordeel heeft, dat de bij doorlichting van normaal glas optredende
179555 s 5 problemen worden geëlimineerd. Daarbij kan men bijvoorbeeld zodanig te werk. gaan, dat bij de verschillende mechanische instellingen, die aan de detectie-inrichting moeten worden verricht, zichtbaar licht wordt gebruikt en vervolgens een filter wordt ingebracht.
Het detectiesysteem zal nu aan de hand van fig. 12 verder worden verduidelijkt.
Onmiddellijk voordat de lichtstraal 10 het bovenste vezeluiteinde 3 in de kolom 1 treft, wordt de teller 30 via zijn terugstel ingang 40 teruggeschakeld naar zijn telstand 256. Voor elk vezeluiteinde 3, dat door de lichtstraal wordt getroffen, gaat een lichtflits naar de fotodetector 6, Het uitgangssignaal van de fotodetector 6 wordt gevormd door een elektrische impuls, die via een Schmitt-trekkerschakeling 29 wordt versterkt. Elk van deze impulsen verlaagt de telinhoud van de teller 30 met 1, dat wil zeggen dat terugtelling of aftelling plaatsvindt. Dit geschiedt, totdat de lichtstraal 10 door een fles wordt onderbroken. De pauzedetector 31 stelt dan vast, dat geen verdere impulsen verschijnen, en geeft een onderbrekingssignaal aan de centrale besturingsinrichting (CPU) 34, af, die op zijn beurt de telinhoud van de teller 30 onmiddellijk via de ingangspoort 32 en de informatieoverdrachtsweg 33 uitleest. Een dergelijke cyclus herhaalt zich bij elke.lichtdoorgang, totdat de desbetreffende fles uit het detectiegebied is verdwenen.
Het geheugen van de centrale besturingsinrichting 34 bevat nu een volledig stel hoogtemeetwaarden, gemeten langs de gehele contour van de fles. Deze incrementale meetwaarden vormen nu de basis voor de berekening van de belangrijkste eigenschappen van de fles:
1. maximale hoogte = hoogste opgeslagen waarde
2. maximale breedte = het aantal lichtdoorgangen, dat de fles treft.
3. het oppervlak is bij benadering evenredig met de som van -alle ingevoerde waarden.
4. hoeken worden op de aan de hand van fig, 7 en 3 beschreven wijze bepaald.
5. de diepte van de groeven of vernauwingen wordt op de hierna aan de hand van fig. 13 en 14 te beschrijven wijze geregistreerd.
Oei vernauwingsdiepte wordt geregistreerd, doordat het.aantal binnen de vernauwing plaatsvindende lichtdoorgangen wordt geteld. Sij het voorbeeld volgens fig, 13 bedraagt dit aantal drie lichtdoorgangen b, c en d. Fig.. 14 toont de in samenhang met de doorgangen a - f gemeten irapulstreinen.
6. Uitsteeksels worden geregistreerd wanneer een bepaald aantal op elkaar volgende hoogtemetingen eerst een bij benadering zelfde waarde vertonen en vervolgens plotseling afwijkende waarden laten zien.
7. Groeven worden op de onder 5 aangeduide wijze gemeten, waarbij de hoogte en de diepte steeds beneden een bepaalde waarde ligt.
8. Het gewicht wordt op de reeds beschreven wijze gemeten, waarbij een drukvoeler met bijvoorbeeld digitaal uitgangssignaal wordt toegepast, welke op algemeen bekende wijze onder de transporteur is aangebracht. Oe gewichtswaarde wordt rechtstreeks door de gewichtsdetector 51 via de ingangspoortschakeling 39 en de informatieoverdrachtsweg 33 (zie de fig. 6a en 6b) aan de inrichting 34 toegevoerd.
9. In geval van kleurregistratie wordt gebruik gemaakt van een bekende techniek, waarbij aan de'ene fotodetector 6 kleurdetectoren worden toegevoegd.
fla bepaling van de fleseigenschappen worden deze met de vooraf in het geheugen van de inrichting opgeslagen gegevens vergeleken.
In geval van overeenstemming worden de flessen als geklassificeerd beschouwd en wordt aan deze flessen een van het type afhankelijk statiegeld toegekend. Oeze statiegeldwaarde wordt opgeteld bij reeds verkregen waarden.
Indien geen overeenstemming met de vooraf bekende gegevens wordt vastgesteld, dan wordt de fles door het stootorgaan 26 (zie fig. 15) van de transporteur 7 verwijderd en via een terugvqerbaan 27 teruggevoerd naar het ontvangststation 28.
Fig. 16 toont een uitvoeringsvoorbeeld van een frontplaat voor de inrichting volgens het onderhavige voorstel. Oe flessen worden ingevoerd via een opening 25; wanneer alle flessen zijn ingevoerd, drukt de bedieningsman op een kwiteringstoets 23, waarna een drukinrichting 21 een kwitantie, bijvoorbeeld met gegevens betreffende het aantal geregistreerde flessen en de totale statiegeldwaarde van deze flessen, wordt afgegeven. Indien bijvoorbeeld een niet-registreerbare fles teruggevraagd wordt, kan bijvoorbeeld een aanwijsveld 24 met een lichtsignaal aanwijzing verschaffen, dat de fles niet wordt geaccepteerd, waarbij deze fles tegelijkertijd teruggevoerd wordt naar het ontvangststation 28. Het aanwijsveld 22 kan voorts dienen voor vermelding van gebruiksaanwijzingen of andere informatie.
9e bij de inrichting volgens het onderhavige voorstel toegepaste elektronische eenheid is in de fig.
6a en 6b in blokschema weergegeven. Daarbij zijn twee overdrachtswegen aanwezig, te weten de informatieoverdrachtsweg 33 en de adresoverdrachtsweg 91. In het hierna volgende zijn deze overdrachtswegen aangeduid als meervoudige informatie!eiding en meervoudige adres leiding.
Het blok 56 heeft betrekking op de detectie-eenheid volgens fig. 1 en de versterker 29. Oe uitgangen van de teTTer 30 zijn via de ingangspoortschakeiing 32 en de meervoudige informatieieiding 33 aangesloten aan de centrale besturingsinrichting CPU 34·. Oe teller 30 is voorzien van een overloopaanwijsorgaan dat, wanneer het uitslaat, een overloopsignaal via de leiding 97 en de ingangspoortschakeiing 41 aan de inrich5 ting 34 toevoert. Oe teller 30 wordt door middel van een via de leiding 40 door de uitgangspoortschakeling 66 afgegeven terugstelsignaal op zijn uitgangswaarde teruggebracht. Zoals reeds aan de hand van fig. 12 is uiteengezet, staat de pauzedetector 31 rechtstreeks met de centrale besturingsinrichting 34 in verbinding. Oe pauzedetector kan behalve zijn rechtstreekse verbinding via de leiding 33 met de inrichting 34 bovendien via de ingangspoortschakeiing 41 met de meervoudige informatieieiding 33 zijn verbonden.
Oe meervoudige informatieieiding 33 is zowel met de CPU 34 als met het geheugen 90 gekoppeld, zoaTs fig. 6b laat zien. Voor toevoer van informatie betreffende nieuwe-flessen, de statiegeldwaarde daarvan, gegevens betreffende foutieve werkingen, gegevens omtrent gedetecteerde flessen en voor uitvoering van verschillende controlehandelingen is de inrichting volgens het onderhavige voorstel voorzien van een aantal ingangspoortschakelingen 35, 36, 37, 38, 39, 32 en 41, die doormiddel van activeringssignalen in respectievelijk de adresleidingen 96 A, 96 8, 96 C, 96 D, 96 E, 96 F en 96 G selectief kunnen worden geactiveerd en alle aan de meervoudige informatieieiding 33 zijn aangesloten.
Aan de ingangspoortschakeiing 35 kan een detector 42 voor detectie van de aanwezigheid van een fles in het ontvangst- of teruggavestation 28, een drukknop 43 voor de functie afdrukken van het laatste statiegeldsubtotaal en een druktoets 44 voor het uitvoeren van een test zijn aangesloten.
Oe ingangspoortschakelingen 36, 37 en 38 zijn bij het hier beschreven voorbeeld steeds aan de bijbehorende uitgangen van een voor duimbediening bestemd wiel voorziene schakelaar 45 en 46, 47 en 48, 49 en 50' aangesloten. Oe schakelaars 45-50 worden bij de prograrnnering van de statiegeldwaarde voor de verschillende flestypen gebruikt. Het is echter ook mogelijk een vooraf vervaardigde statiegeldwaardetabel te gebruiken, zoals reeds is opgemerkt.
Sij het hier beschreven voorbeeld is de ingangspoortschakeiing 39 verbonden met de uitgang van een gewichtsdetector 51, die bij voorkeur in trappen werkt en een digitaal uitgangssignaal afgeeft. Voorts is de ingangspoortschakeiing 39 aangesloten aan de uitgangen van een drukknop 52 voor het tot stand brengen van de functie nieuw fles type, een drukknop 53 voor het tot stand brengen van de functie opnieuw starten, (voor het geval dat de inrichting door de een of andere oorzaak niet goed functioneert), en van een drukknop 54 voor het in werking stellen van de kwitantie-afdrukinrichting 69. De drukknop 54 en de kwitantie-afdrukinrichting 59 komen respectievelijk overeen met de druktoets 23 en de afdrukinrichting 21 in fig. 16. Voortsjs een schakelaar 55 voor statiegeldwaardeprioriteitsbepaling aan de ingangspoortschakeling 39 aangesloten.
Oe details en functies van de ingangspoortschakeiing 32 zijn reeds beschreven.
De ingangspoortschakeiing 41 is bij het hier beschreven uitvoeringsvoorbeeld gekoppeld met een bodemdetector 57 voorde 1ichtdoorgang 10, respectievelijk een foutdetector 58 voor detectie van eventuele storingen in de werking van de detectie-eenheid, de afdrukinrichting enzovoorts, een lichtbronfoutdetector 59, een papier-einde-detector 50 voor detectie dat geen papier meer in de afdrukinrichting 69 aanwezig is, een motorfout/overbelastingsdetector 61, een netspanningsfoutdetector 62 en een detector 63 voor detectie van de inschakeling van de netspanning. Oe detector 62 staat bij voorkeur via de pauzesignaalTeiding 93 rechtstreeks met de centrale besturingsinrichting 34 in verbinding, terwijl de detector 63 via de terugstelleiding 94-met de besturingsinrichting 34 is gekoppeld.
Voor de besturing van de verschillende functies, indicatoren, enzovoorts is aan de meervoudige informatie! eiding 33 een aantal uitgangspoortschakelingen 64, 65, 66 en 67 toegevoegd; deze poortschakelingen kunnen doormiddel van activeringssignalen in respectievelijk de adresleidingen 96 H, 96 I, 96 J, 96 K, selectief worden geactiveerd.
Oe uitgangspóorten 64 en 65 zijn gekoppeld met de afdrukinrichting 69 voor toevoer daaraan van gegevens omtrent de numerieke waarde via de leidingen 70, gegevens omtrent de digitale getalwaarde via de leiding 71, signalen omtrent de papiertoevoer via de leiding 72 en signalen voor activering van een tot de afdrukinrichting 69 behorende papierschaar via de leiding 73.
Oe uitgangspoortschakeling 66 dient voor de toevoer van een terugstelsignaal aan de teller 30 via de leiding 40. Oe aan een uitgang van de poortschakeling 66 aangesloten pauzedetector 68 werkt zodanig, dat de lamp 74 programma OK bij normaal bedrijf brandt. De uitgangspoortschakeling 66 bestuurt ook het statiegeldwaarderegister 75, een telwerk, dat de totale geregistreerde statiegeldwaarde weergeeft, het flessen55 register 76, een telwerk dat het totale aantal geregistreerde flessen weergeeft, een alarmklok 77 die bij foutieve werking wordt ingeschakeld·, een flesterugvoeringsraechanisme 78 van aan de hand van fig. 15 beschreven type, een transportmotor 79 (overeenkomend met de motor 14 in de fig. 2 - 4) en de lichtbron 30 voor lichtstraal doorgang naar de detectie-eenheid (de lichtbron 80 komt overeen met de lichtbron 18 in fig. 2).
Oe uitgangen van de uitgangspoortschakeling 57 zijn gekoppeld met een rode lamp 31, respectievelijk · een groene lamp 82 voor verlichting van de kwiteringsdruktoets 23 of 54, waarbij de groene Tamp brandt zolang als flessen aan de inrichting worden toegevoerd, terwijl de rode lamp in plaats van de groene lamp gaat branden wanneer de kwiteringsdruktoets wordt ingedrukt ter verkrijging van een kwitantie voor de geregistreerde flessen; voorts is de poortschakeling 67 met een lamp 33 voor aanwijziging, dat de detect;ekolom 1 moet worden gereinigd of afgedroogd, daar de aanwezigheid van stof aan het einde van· éên van de vezel uiteinden 3 een foutieve werking kan veroorzaken; aan een lamp 84 voor aanwijzing,-.dat de'transporteur 7 moet worden gereinigd, daar stof van toegevoerde flessen na enige tijd tot gevolg heeft, dat de transportband kleverig wordt, aan lampen 85, 86, 87 voor respectievelijk aanwijzing van overbelasting, papiertekort in de afdrukinrichting en fouten van lampen; en ten slotte aan een lamp 88 voor aanwijzing van een niet geaccepteerde fles. Oeze laatstgenoemde lamp 88 kan met de aanwijsinrichting 24 vólgens fig.
zijn gekoppeld.
De ingangspoortschakel ingen 35, 36, 37, 38, 39, 32 en 41 en de uitgangspoortschakelingen 64, 65, 66, kunnen, zoals reeds is opgemerkt, selectief worden geactiveerd via de adreslei dingen-96 A-K, via welke de activeringssignalen via de meervoudige adresleiding 91 aan de decodeerinrichting 89 voor ingangs- ên uitgangsadressen worden toegevoerd; de-decodeerinrichting 89 wordt door de centrale besturingsinrichting 34 voor wat betreft de ingangs- en uitgangsadressen via de ingangsleiding 95 en de uitgangsleiding 98 bestuurd. Toegang tot het informatiegeheugen kan via de leiding 92 naar de besturingsinrichting 34 worden verkregen.
Contents2
24 members in 13 offices; this record represents the family
Members24
| Document | Office | Kind | |
|---|---|---|---|
| DK241376A | Denmark | A | |
| SE7605904L | Sweden | L | |
| NO751950L | Norway | L | |
| NL7605910A | Netherlands (Kingdom of the) | A | |
| DE2624308A1 | Germany | A1 | |
| FR2313660A1 | France | A1 | |
| NO135609B | Norway | B | |
| JPS5217742A | Japan | A | |
| NO135609C | Norway | C | |
| US4055834A | United States of America | A | |
| AU1454976A | Australia | A | |
| GB1528227A | United Kingdom | A | |
| AU499144B2 | Australia | B2 | |
| CH610654A5 | Switzerland | A5 | |
| CA1057856A | Canada | A | |
| SE409251B | Sweden | B | |
| DE2624308C2 | Germany | C2 | |
| FR2313660B1 | France | B1 | |
| DK146437B | Denmark | B | |
| DK146437C | Denmark | C | |
| JPS5939064B2 | Japan | B2 | |
| IT1070678B | Italy | B | |
| NL179556B | Netherlands (Kingdom of the) | B | |
| NL179556CThis record | Netherlands (Kingdom of the) | C |
5 legal events, as the office reported them to INPADOC
Over the term
Point at a mark for the eventEvents
| Event | Code | |
|---|---|---|
| Lapsed because of non-payment of the annual feeLapsedV1 | V1 | |
| Still pending on 85-01-01A85 | A85 | |
| A request for examination has been filedBC | BC | |
| A search report has been drawn upBB | BB | |
| A request for search or an international-type search has been filedBA | BA |
Numbers
- Application
- 7605910
Titles
- English
- Apparatus for scanning glass bottles for recognizing their shape.
Classification
- CPC, 3
- B07C5/10
- B07C5/126
- G07F7/0609