NL1020740C2

Apparatus for temporarily inserting and positioning at least one energy emitting source in an animal body

Abstract

The invention relates to a method and apparatus for temporarily inserting and positioning at least one energy emitting source in an animal body, wherein the apparatus comprises at least: a hollow open needle having a proximal needle end and a distal needle end to be inserted into the body, so as to provide a channel in the body; a guide tube having a proximal guide tube end and a distal guide tube end to be inserted into the hollow open needle; the hollow open needle being retractable from the body over the guide tube; a first fixing element for fixating the guide tube with said proximal guide tube end relative to the body; a catheter tube having a closed distal catheter tube end and an open proximal catheter tube end to be inserted with its distal catheter tube end until a predetermined depth into the guide tube and the body via said proximal guide tube end and fixating the catheter tube to the guide tube; at least one energy emitting source for insertion into the catheter tube via said proximal catheter tube end and, which at least one energy emitting source is removed after a predetermined period of time from the catheter tube. <??>According to the invention the hollow open needle and said guide tube are inserted through a part of said body leaving both proximal and distal ends of said guide tube exposed outside either sides of said part of said body, and a second fixing element for fixing the guide tube with said distal guide tube end relative to the body. <IMAGE>

NL1020740C2, drawing sheet 1
Sheet 1 of 17

Term

Term ended

Expired 3 June 2022, 4.3 years ago.

  1. Priority and filed
  2. Granted
  3. Expired
  4. Today

29 claims: 12 independent, 17 dependent

  1. 1
    CONCLUSIES CONCLUSIONS 1. Method for temporarily inserting and placing at least one energy-emitting source in an animal body, 1. Werkwijze voor het tijdelijk inbrengen en plaatsen van tenminste één energie uitstralende bron in een dierlijk lichaam, 5 comprising at least the steps:5 omvattende tenminste de stappen: A het in het lichaam inbrengen van tenminste één holle open naald met een proximaal en een distaai naalduiteinde teneinde tenminste één kanaal in het lichaam te verschaffen;A inserting at least one hollow open needle into the body with a proximal and distal needle tip to provide at least one channel in the body;B het inbrengen van een geleidingsbuis met een proximaal en B inserting a guide tube with a proximal and 10 a distal guide end in the hollow open needle;10 een distaai geleidingsuiteinde in de holle open naald;C het uit het lichaam terugtrekken van de holle open naald over de geleidingsbuis en het tegelijkertijd in positie in het kanaal in het lichaam trekken van de geleidingsbuis;C withdrawing the hollow open needle from the body over the guide tube and simultaneously pulling the guide tube into position in the channel in the body;D het met het proximale geleidingsuiteinde aan het lichaam D it with the proximal guide end to the body 15 attaching the guide tube;15 bevestigen van de geleidingsbuis;E het via het proximale geleidingsbuisuiteinde inbrengen van een catheterbuis met een gesloten distaai catheterbuisuiteinde en een open proximaal catheterbuisuiteinde, met het di stale catheterbuisuiteinde tot een vooraf bepaalde diepte in de geleidingsbuis en het lichaam en het 20 bevestigen van de catheterbuis aan de geleidingsbuis;E inserting a catheter tube with a closed distal catheter tube end and an open proximal catheter tube end through the proximal guide tube end, with the distal catheter tube end to a predetermined depth in the guide tube and body and securing the catheter tube to the guide tube;F het via het proximale catheterbuisuiteinde in de catheterbuis inbrengen van tenminste een energie uitstralende bron, en F introducing at least one energy radiating source into the catheter tube through the proximal catheter tube end, and G het na een vooraf bepaalde tijd uit de catheterbuis verwijderen van de tenminste ene energie uitstralende bron, verder 25 gekenmerkt doordat Removing the at least one energy-radiating source from the catheter tube after a predetermined time, further characterized in that H de tenminste ene holle open naald welke tijdens stap A is ingebracht en de geleidingsbuis welke tijdens stap B is ingebracht worden ingebracht door een deel van het lichaam waarbij zowel de proximale als distale uiteinden van de geleidingsbuis buiten beide zijden van het deel 30 van het lichaam bloot blijven en H the at least one hollow open needle inserted during step A and the guide tube inserted during step B are inserted through a part of the body with both the proximal and distal ends of the guide tube outside both sides of the part 30 of the body stay naked and I het ten opzichte van het lichaam met het distale It is relative to the body with the distal 020740 attach the pipe end of the guide tube. 020740 gel ei dingsuiteinde bevestigen van de geleidingsbuis.
  2. 6
    Apparatus for temporarily inserting and placing at least one energy-emitting source in an animal body, comprising at least:6. Inrichting voor het tijdelijk inbrengen en plaatsen van tenminste één energie uitstralende bron in een dierlijk lichaam, omvattende tenminste: A a hollow open needle with a proximal and dista sewing end that is insertable into the body to create a channel in the body;A een holle open naald met een proximaal en een distaai naaiduiteinde, welke in het lichaam inbrengbaar is voor het creëren van een kanaal in het lichaam;B a guide tube with a proximal and distal guide end insertable into the hollow open needle;B een geleidingsbuis met een proximaal en een distaai gel eidingsuiteinde, welke in de holle open naald inbrengbaar is;C waarbij de holle open naald over de geleidingsbuis uit het lichaam kan worden teruggetrokken, C where the hollow open needle can be withdrawn from the body over the guide tube, D a first mounting element for securing the guide tube to the body with the proximal guide end;D een eerste bevestigingselement voor het met het proximale gel eidingsuiteinde aan het lichaam bevestigen van de geleidingsbuis;E a catheter tube having a closed distal catheter tube end and an open proximal catheter tube end, which is insertable through the proximal guide end with its distal catheter tube end into the guide tube and body to a predetermined depth and is attachable to the guide tube;E een catheterbuis met een gesloten distale catheterbuisuiteinde en een open proximale catheterbuisuiteinde, dat via het proximale geleidingsuiteinde met diens distale catheterbuisuiteinde tot een vooraf bepaalde diepte in de geleidingsbuis en het lichaam inbrengbaar is en aan de geleidingsbuis bevestigbaar is;F at least one energy radiating source insertable into the catheter tube through the proximal catheter tube end, and F tenminste één energie uitstralende bron, welke via het proximale catheterbuisuiteinde in de catheterbuis inbrengbaar is, en G welke tenminste ene energie uitstralende bron na een vooraf bepaalde tijd uit de catheterbuis wordt verwijderd, verder gekenmerkt doordat de holle open naald en de geleidingsbuis door een deel van het lichaam inbrengbaar zijn, waarbij zowel de proximale als distale 5 uiteinden buiten beide zijden van het deel van het lichaam zijn gelegen, en door een tweede bevestigingselement voor het met het distale geleidingsuiteinde ten opzichte van het lichaam bevestigen van de geleidingsbuis. G which at least one energy radiating source is removed from the catheter tube after a predetermined time, further characterized in that the hollow open needle and the guide tube are insertable through a portion of the body with both the proximal and distal ends outside both sides of the catheter tube. part of the body, and by a second securing element for securing the guide tube with the distal guide end relative to the body. 10 10
  3. 11
    The device of any one of claims 6-10, wherein the catheter tube is made of a flexible material, such as plastic. 11. Inrichting volgens één van de conclusies 6-10, waarin de catheterbuis van een flexibel materiaal, zoals plastic, is gemaakt.
  4. 12
    The device of any one of claims 6-11, wherein the guide tube between the proximal and distal guide ends is non-compressible. 12. Inrichting volgens één van de conclusies 6-11, waarin de 25 geleidingsbuis tussen de proximale en distale geleidingsuiteinden niet- samendrukbaar is.
  5. 13
    The device of any one of claims 6-12, wherein the distal end of the guide tube has a smaller diameter than the rest of the guide tube. 13. Inrichting volgens één van de conclusies 6-12, waarin het distale uiteinde van de geleidingsbuis een kleinere diameter dan de rest van de geleidingsbuis bezit. 30 30
  6. 14
    The device of any one of claims 6-13, wherein a template is placed on either side of the portion of the body to place both proximal and distal ends of the hollow needle. 14. Inrichting volgens één van de conclusies 6-13, waarin aan beide zijden van het deel van het lichaam tijdelijk een sjabloon wordt geplaatst voor het plaatsen van beide proximale en di stale uiteinden van de holle naald.
  7. 16
    The device of any one of claims 6-15, wherein the first securing member has means for attaching to the proximal end of the guide tube. 16. Inrichting volgens één van de conclusies 6-15, waarin het eerste bevestigingselement middelen bezit voor het bevestigen aan het proximale uiteinde van de geleidingsbuis.
  8. 20
    Device according to any of claims 6-19, wherein the treatment device can be attached to the fastening element by means of a coupling device. 20. Inrichting volgens elk van de conclusies 6-19, waarin de behandelingsinrichting door middel van een koppelingsinrichting aan het bevestigingselement kan worden vastgemaakt.
  9. 24
    Apparatus according to any one of claims 6-23, wherein the gel tube is made of a heat-fusible material and the heat-melt tube tube is cooled after adhesion to the fasteners. 24. Inrichting volgens één van de conclusies 6-23, waarin de gel ei dingsbuis gemaakt is van een onder invloed van warmte smeltbaar materiaal en de onder invloed van warmte gesmolten gel eidingsbuis na afkoel en aan de bevestigingselementen kleefbaar is.
  10. 25
    The device of any one of claims 6-24, wherein the energy radiating source is a high dose radioactive source. 25. Inrichting volgens één van de conclusies 6-24, waarin de 5 energie uitstralende bron een radioactieve bron met een hoge dosering is.
  11. 26
    The device of any one of claims 6-24, wherein the energy radiating source is an activatable energy radiating source which is adjustable between an activated and an inactivated state. 26. Inrichting volgens één van de conclusies 6-24, waarin de energie uitstralende bron een activeerbare energie uitstralende bron is, welke tussen een geactiveerde en een niet-geactiveerde toestand instelbaar is. 10 10
  12. 28
    Device according to any one of claims 6-27, wherein an empty wire is introduced into the empty guide tube after removal of the treatment device. 28. Inrichting volgens één van de conclusies 6-27, waarin een 15 loze draad na het verwijderen van de behandelingsinrichting in de lege gel eidingsbuis wordt ingebracht.